Hoogste staat van paraatheid

De aanval van Noord- op Zuid-Korea is een van de hevigste sinds 1953.

De directe aanleiding is onduidelijk. Wil Noord-Korea economische hulp afdwingen?

Noord-Korea heeft gisteren een van de hevigste aanvallen op Zuid-Korea uitgevoerd sinds de wapenstilstand in de Koreaanse oorlog van 1953. Met zware artillerie bestookte Noord-Korea een Zuid-Koreaans eiland aan de westkust, vlakbij de betwiste zeegrens tussen de twee landen. Volgens Zuid-Korea werd het eiland Yeonpyeong in de Gele Zee, op 120 kilometer van de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul, door zeker tweehonderd granaten getroffen.

Bij de aanval, die vooral op een Zuid-Koreaanse basis was gericht, kwamen twee Zuid-Koreaanse militairen om het leven. Door de beschieting zijn verscheidene huizen in brand gevlogen en raakten enkele burgers gewond.

Het Westen heeft de aanval scherp veroordeeld. Volgens de speciale gezant van de Amerikaanse regering voor Noord-Korea, Stephan Bosworth, vindt ook China de beschietingen „ongewenst”. De Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Lavrov, noemde de recente escalatie „een kolossaal gevaar” voor de vrede in de regio. Noord-Korea beschuldigt Zuid-Korea ervan begonnen te zijn.

De beschieting is een van de ernstigste incidenten sinds de wapenstilstand na de Koreaanse oorlog (1950-’53). Het Zuid-Koreaanse leger, dat gisteren onmiddellijk terugvuurde en jachtvliegtuigen inzette, is in de hoogste staat van paraatheid in vredestijd gebracht. In Seoul riep president Lee Myung-bak zijn kabinet bijeen en riep op escalatie te voorkomen.

Een woordvoerder van Lee bracht de beschieting in verband met manoeuvres van de Zuid-Koreaanse marine die maandag zijn begonnen en die het regime in Pyongyang als een provocatie opvat.

In de zee bij het eiland, vlakbij de betwiste Noordelijke Grenslijn, kwam het in 1999 en 2002 al tot ernstige confrontaties tussen de marines van de twee landen, waarbij over en weer doden vielen.

De spanningen tussen de twee landen, die formeel nog altijd in staat van oorlog verkeren, liepen in maart op door de ramp met het Zuid-Koreaanse marineschip, de Cheonan, die het leven kostte aan 46 marinemensen en waarin Noord-Korea de hand zou hebben gehad. De aanval komt twee dagen na berichten dat Noord-Korea bezig is aan de ontwikkeling van een nucleair complex waar uranium verrijkt kan worden. Daarmee krijgt het land een tweede bron voor nucleair materiaal dat voor kernwapens gebruikt kan worden, naast het lopende plutoniumprogramma.

Zuid-Korea zal mogelijk in reactie op de recente escalatie de Amerikaanse regering vragen om opnieuw tactische kernwapens op zijn grondgebied te installeren. De Verenigde Staten, die 28.000 militairen in Zuid-Korea hebben gestationeerd, hebben hun tactische kernwapens in de jaren negentig teruggetrokken.

De internationale gemeenschap probeert Noord-Korea te bewegen terug te keren naar het internationale overleg over nucleaire ontwapening op het Koreaanse schiereiland. Pyongyang verliet vorig jaar het zeslandenoverleg na de internationale veroordeling van de lancering van een langeafstandsraket, korte tijd later gevolgd door een ondergrondse atoomproef.

De aanval van gisteren komt een maand nadat leider Kim Jong-il zijn jongste zoon naar voren heeft geschoven als toekomstige opvolger. Volgens experts probeert Noord-Korea met provocaties een sterkere positie aan de internationale onderhandelingstafel te krijgen en daardoor economische hulp af te dwingen, nu het door economische sancties is getroffen.