Het brein is rechts

Mensen kiezen op grond van emotie, niet op grond van redelijke argumenten.

Rechts begrijpt dat beter, en omarmt de basale menselijke drijfveren.

Illustratie Bas van der Schot

Drew Westen beschrijft in zijn boek The Political Brain het geval van een mijnwerker in Pennsylvania tijdens de verkiezingsstrijd tussen Al Gore en George Bush. Als deze man alle voors en tegens van de partijprogramma’s van Democraten en Republikeinen bij elkaar op zou tellen zou zijn stemgedrag eenvoudig te voorspellen moeten zijn. Gore belooft de mijnwerkers veiliger werkomstandigheden, meer geld voor hun gezin en een betere oude dag. Toch stemt de man op Bush. Bush belooft hem dat het homohuwelijk verboden blijft. Westen trekt de onontkoombare conclusie: als het om politiek gaat wint emotie het altijd van ratio.

Ziehier het probleem van links – en misschien wel van de democratie in het algemeen. De rechtse boodschap is eenvoudiger, laat zich brengen in oneliners en speelt in op simpele emoties. En daarmee lijkt rechts een voorsprong te hebben. Uit allerlei recent hersenonderzoek blijkt namelijk dat ons brein zijn beslissingen in essentie neemt op basis van emotie. Het brein van de kiezer wordt alleen bereikt als de boodschap de juiste emotie oproept. Rationele overwegingen en argumenten spelen pas een rol als ze zijn vertaald naar een gevoel. Dat geldt voor zowel links als rechts, maar rechts weet van nature makkelijker de juiste snaar te raken.

Menselijk gedrag wordt voor een groot deel gedreven door twee vrij basale emoties, die zo ongeveer in ieder dier op aarde zijn verankerd in het brein. De eerste daarvan is hebzucht. Hebzucht is meer dan het graaien van bankiers. Het is ook lust naar liefde, willen winnen, risico’s nemen, bedenken van creatieve oplossingen en zelfs het blindelings vertrouwen van een ander. Al deze emoties en drijfveren komen uit min of meer dezelfde structuren van het brein, die te maken hebben met het registreren van beloning.

De tweede belangrijke emotie is angst. Angst voor spinnen, pijn, dood, honger, geweld. Maar ook voor de vreemdeling, het verlies van je baan, globalisering. Al deze concrete en minder concrete angsten gooit het brein uiteindelijk op dezelfde hoop: in de amygdala, een klein stukje hersenweefsel in de diepte van de temporaalkwabben.

Het mag duidelijk zijn dat het rechtse gedachtegoed al sinds jaar en dag een sterke claim legt op deze twee emoties. Niet voor niets heeft hersenonderzoek aangetoond dat mensen met een rechtse politieke voorkeur een grotere amygdala hebben dan mensen die links stemmen. Het linkse gedachtegoed is veel meer cerebraal. Links appelleert aan hogere normen en waarden, en probeert mensen ervan te overtuigen hebzucht en angst te onderdrukken. In hersentaal: linkse mensen hebben een grotere mediale prefrontale cortex, en onderdrukken daarmee de in de amygdala geregistreerde angsten.

Links zet de essentiële menselijke drijfveren met een zeker dedain weg als ‘onderbuikgevoelens’ en ontkent daarmee de menselijke natuur. Het toppunt daarvan is natuurlijk het communisme, waarin de burger iedere vorm van hebzucht of angst wordt ontnomen, en ieder individueel verschil in de balans tussen die emoties wordt gladgestreken.

Jan Kuitenbrouwer bekijkt de Nederlandse politiek en ziet vooral chaos en verwarring. Frits Bienfait ziet ook nu nog een ordening op basis van de aloude principes van behoudzucht (rechts) versus de wil tot verandering en maakbaarheid van mens en samenleving (links). Ik zie het verschil tussen links en rechts vooral verklaard in het ontkennen dan wel omarmen van basale menselijke drijfveren en emoties. Rechts omarmt ze, links ontkent ze.

Nooit kwam die essentie sterker naar voren dan in het huidige politieke landschap van Nederland: Geert Wilders die onze amygdala bespeelt, Mark Rutte die rechts zijn vingers laat aflikken bij het schaamteloos promoten van eigen verantwoordelijkheid, ambitie en loon naar werken, en Job Cohen en Femke Halsema die het tot vervelens toe ‘over de inhoud’ willen hebben.

Zo maakt links het rechts wel heel makkelijk. Het brein van de kiezer is niet gevoelig voor inhoud. Maakt niet uit welke. Dat blijkt wel uit het feit dat zodra links een minder cerebrale stijl hanteert, zoals Jan Marijnissen en Emile Roemer doen, zelfs een tamelijk ouderwets socialistische boodschap kan aankomen.

Er staan namelijk wel degelijk punten op de linkse agenda die makkelijk zouden kunnen appelleren aan essentiële menselijke emoties. Vanuit onze evolutie als groepsdier, dat alleen door samenwerking kon overleven op de savannen van Afrika, heeft zich in ons brein de neiging gevestigd ons veel van anderen aan te trekken. Onze biologie maakt dat we graag samenwerken. Onder omstandigheden maken we daarbij zelfs het eigen belang ondergeschikt aan dat van de groep. Dat blijkt wel uit experimenten als het prisoner’s dilemma of de trust game. Daarbij kiezen mensen doorgaans niet voor de zakelijke, rationele oplossing, maar voor het belang van de groep. Solidariteit zit dus wel degelijk in ons. Maar ook deze emotie gedijt niet goed onder een al te cerebrale aanpak. Wie er goed over nadenkt zal in het prisoner’s dilemma zijn medespeler verraden.

Ook is het verbazingwekkend dat GroenLinks de angst voor de vernietiging van ons milieu niet beter uitbuit. Goed beschouwd is dat voor veel mensen een relevanter probleem dan de aanwezigheid van allochtonen. Er zou – mits goed gespeeld – een groot electoraat te winnen moeten zijn met het appelleren aan de dreiging van vernietiging van de aarde of in ieder geval het onderlopen van Nederland. Wat meer Al Gore, wat minder Club van Rome lijkt het recept.

Dezelfde fout wordt gemaakt in de pogingen om ons land te behoeden voor de enorme bezuinigingen op cultuur. Weer de verontwaardigde opvoering van allerlei rationele argumenten, gebracht door het vleesgeworden symbool van de linkse hobby: Freek de Jonge. Wie heeft bedacht dat juist hij bij de burger een goed gevoel over cultuur zou kunnen losmaken?

Met wat fantasie zou je kunnen beweren: het brein is van nature rechts, en zeker als onzekerheid over werk, immigratie en globalisering om zich heen grijpen krijgt de diepgewortelde nadruk op rechtse waarden makkelijk de overhand. Links kan dan weinig anders doen dan toekijken, of zich zelf ook bedienen van het gereedschap van de rechtse politicus.

De enige die dat tot nu toe heeft begrepen is Jon Stewart. Die doet in zijn campagne tegen de Tea Party-beweging weliswaar een appèl op redelijkheid, maar gebruikt daarbij wel middelen die werken: humor, cynisme, naming and shaming. Alleen zo krijgt links de controle terug over de angst- en hebzuchtcentra in ons brein. Dat kan in Nederland – met Femke en Job – nog wel even duren.

Wat zijn typisch links en rechtse hobby’s? Discussieer mee op nrcnext.nl

    • Victor Lamme