Gelukkig huwelijk van klassiek theaterrood met modern melkglas

DeLaMar Theater, Amsterdam. Opdrachtgever: VandenEnde Foundation. Architecten: Arno Meijs en Jo Coenen. Oplevering: 2010. Bouwkosten: € 65 miljoen.

De gevel van het DeLaMar Theater in Amsterdam moet in het donker worden gezien. Overdag weerspiegelt het glazen deel van de gevel van het nieuwe, door Joop van den Ende gefinancierde theater de drukke Marnixstraat. Dan is het glas de meedogenloos harde tegenpool van de oude, rijk versierde stenen gevels van de panden in Hollandse renaissancestijl die moesten blijven staan en nog deel uitmaken van het gebouw.

De architecten van het DeLaMar Theater, Arno Meijs en Jo Coenen, hebben geen enkele poging gedaan om het oude geleidelijk over te laten te gaan in het nieuwe: de gladde gevel heeft de expressie van een glazen kantoordoos langs de snelweg.

Maar ’s avonds blijkt de nietszeggende gevel plotseling toch theatraal. Dan doet het gebouw zich voor als een rood oplichtende doos. Pas in het donker zijn de rode balustrades van de foyers achter de glazen gevel goed zichtbaar en blijken zich ook achter de ramen van de oude stenen gevels geheel rode wanden te bevinden. Ze zorgen ervoor dat de boodschap van het DeLaMar moeilijk is mis te verstaan: dit is een klassiek theater, goed voor een ouderwetse avond uit.

Ook binnen is rood nadrukkelijk aanwezig. De vloeren van de foyers zijn afwisselend bedekt met donkerbruin parket en rode vloerbedekking. Na binnenkomst valt meteen een brede, gekromde trap op, eveneens bekleed met rood tapijt. De showtrap doet denken aan de beroemde ‘stairway to nowhere’ in het Fontainebleau hotel van Morris Lapidus in Miami die alleen was bedoeld om in avondkleding te worden bestegen en afgedaald. Maar anders dan die in het Amerikaanse hotel leidt de showtrap in DeLaMar naar een foyer, die ook weer een rode vloer heeft gekregen.

Ook in de twee zalen van het DeLaMar Theater overheerst de klassieke theaterkleur rood. De stoelen in de functionele, recht-toe-recht-aan-zalen zijn rood, de vloeren ook en de tonelen worden omlijst door klassieke rode toneelgordijnen. De wanden van de Wim Sonneveld Zaal, met 943 plaatsen de grootste van de twee, zijn weliswaar zwart, maar ze zijn uitgerust met verticale rode lichtbanden. De muren van de Mary Dresselhuys Zaal (601 plaatsen) zijn wel helemaal rood.

Het DeLaMar is niet alleen klassiek. Er zijn ook veel eigentijdse elementen, die leiden tot een gelukkig huwelijk van klassiek met modern, een specialiteit van Arno Meijs. In het nieuwe theater gaan strakke, melkglazen bars heel goed samen met grote kroonluchters, en glazen balustrades met goudkleurig meubilair waarvan vooral de gecapitonneerde sofa’s herinneren aan die van modernist Ludwig Mies van der Rohe.

De mooiste kant van dit klassiek-moderne huwelijk zijn de foyers. Daarvan zijn er vele, en ze vormen, van de kelder tot de zolder, een mooie opeenvolging van verschillende ruimtes. Steeds bieden ze de bezoekers andere uitzichten op het interieur en, door de glazen gevel, ook op de Marnixstraat, de droevigste straat van Amsterdam.