Een oeroude polariteit

In rechts weerspiegelen rust en orde, in links onrust en tegendraadsheid.

Die associaties slaan als vanzelf over op onze politieke ideeënwereld.

Wie in een verklarend woordenboek kijkt bij de termen links en rechts, vindt daar allerlei betekenissen die niets te maken hebben met een plaatsbepaling.

Bij links veel kleurrijks, zoals onhandig, schuins, bedrieglijk. En bij link, waarvan het is afgeleid, begrippen als gevaarlijk en riskant: linke soep. Bij recht(s) een paar keurige uitdrukkingen als ‘recht geraken’, in een ‘ordelijke toestand komen’ en termen die met het juridische recht te maken hebben. De rechtse betekenissen weerspiegelen rust en orde, die van links onrust en tegendraadsheid.

De taal verraadt hiermee een oeroude traditie, in culturen over de hele wereld, om belangrijke sociale en religieuze zaken en begrippen in een tweedeling te ordenen. De priester neemt het heilige in zijn rechterhand en verwerpt het kwade met zijn linker. Steeds staat rechts voor de uitbeelding of verwijzing naar mannelijk, kracht, degelijk, in orde, veilig, en links voor vrouwelijk, zwak, tegendraads, wanordelijk, riskant. Die traditie heeft zich niet alleen in de taal gehandhaafd: het kind leert het ‘goede handje’ te geven (rechts dus).

Het politieke links en rechts is ontstaan in de Franse Staten-Generaal van 1789. Zij die vernieuwing nastreefden verzamelden zich steeds vaker links van de voorzitter en degenen die zich tegen essentiële verandering verzetten rechts. Sindsdien heeft de links/rechts-tweedeling zich verspreid over parlementen van continentaal Europa en daarbuiten.

Wat in Frankrijk en daarna elders gebeurde, was niet anders dan dat de oude sociaal-religieuze ordening van belangrijke begrippen, die we in taal en traditie in ons meedroegen, eenvoudig werd uitgebreid tot de politieke ideeënwereld.

Elk begrip of woord is in ons hoofd dan ook met andere woorden verbonden via associaties. Sommige associaties verlopen bij vrijwel iedereen hetzelfde, zoals ‘Beethoven’ en ‘muziek’. Op dezelfde manier verbindt rechts zich via noties als zekerheid, orde en hiërarchie, in politieke zin met dat wat past en overleeft in de bestaande wereld. ‘De wereld is zoals hij is. Wil je overleven, pas je dan aan.’

Links verbindt zich met noties die ingaan tegen de rechtse aanvaarding van hoe het nu eenmaal is. Er komt dan ruimte voor het idee dat de mens de maatschappelijke werkelijkheid kan veranderen (‘maakbaarheid’), en voor de hoop, dat het heersende onrecht kan plaatsmaken voor Gerechtigheid. ‘Niet wij moeten ons aanpassen, de wereld zal zich moeten aanpassen – aan onze ideeën, onze Idealen!’ Een voorkeur voor een linkse dan wel rechtse maatschappijvisie is een emotionele: de ratio mag achteraf de argumenten leveren.

Toch kan ons gevoel variëren voor wat als links dan wel als rechts te beschouwen is. Dat komt doordat hoe wij deze wereld ervaren afhangt van de toestand van zowel de wereld als van onszelf, en beide zijn veranderlijk. Het is in de politiek niet anders.

Zo streeft de SP naar behoud van 65 jaar als AOW-leeftijd. Wie ‘behoudend’ ziet als het belangrijkste kenmerk van rechts, kan de SP rechts vinden. De SP zelf zegt echter dat solidariteit met de zwakkeren niet moet worden aangetast en acht zichzelf dus onveranderd links.

Ook kan na verloop van tijd een links ideaal verbleken en als rechts opnieuw te voorschijn komen. Zo waren in de optimistische negentiende eeuw wetenschap en techniek favoriet bij links, omdat ze ons zouden helpen op weg naar een betere maatschappij. Maar die ereplaats zijn ze geleidelijk kwijtgeraakt: wetenschap en techniek zijn verantwoordelijk voor de atoombom en hebben allianties gesloten met het grote bedrijfsleven, bondgenoot van de heersende machten. Rechts dus.

Nu toont Jan Kuitenbrouwer een verbluffend aantal gevallen van de huidige links/rechts-verwarring. Hetzelfde was te zien in Duitsland na het verlies van de Eerste Wereldoorlog, toen grote onzekerheid heerste over de financiële en maatschappelijke orde: ‘De wereld is niet zoals hij is’. Daarmee was rechts zijn ijkpunt kwijt en links de orde die het kon veranderen. Vergelijk het met onze situatie sinds 2008: wat is straks nog mijn geld, mijn pensioen, mijn land? Kijken we echter naar de onderliggende sentimenten, zoals hierboven met de SP, dan blijkt de verwarring wel mee te vallen.

De links/rechts-tweedeling moge dan een belangrijke factor in de politiek blijken, toch zijn niet alle politieke ideeën er per se in onder te brengen. Zo zijn al onze politieke partijen voor het onderhoud van dijken, straatverlichting en een functionerend justitieel apparaat. En er zijn ook politieke visies als christen-democratie en liberalisme, die zich aan de links/rechts-tweedeling (proberen te) onttrekken. Maar allebei hebben ze linkse en rechtse varianten: kennelijk heeft de oeroude polariteit een onweerstaanbare aantrekkingskracht.

Hoe kan het ook anders? Van jongs af aan krijgen wij ‘links’ en ‘rechts’ met de paplepel ingegoten, en wij droegen en dragen ze automatisch over op de politieke ideeënwereld. Mochten ze in ons parlement ooit verboden worden (zoals in Frankrijk, 1794), bij het opheffen van die maatregel zullen ze meteen weer de kop opsteken (Frankrijk, 1815). Zolang wij onze taal mogen spreken en elkaar de rechterhand geven, zal er ook in de politiek een links zijn en een rechts – het zit in onze genen.