Een knap meisje, maar niet lang meer

Ree Dolly (Jennifer Lawrence) troost haar broertje in 'Winter's Bone'. scene uit de film Winter's Bone (2010) FOTO: Paradiso Films

Winter’s Bone. Regie: Debra Granik. Met: Jennifer Lawrence, John Hawkes, Dale Dickey.In: 13 bioscopen. ****

Amerikaanse onafhankelijke films, indies, hebben sinds de jaren zeventig vaak een hoog folkloristisch gehalte. Filmmakers uit de grote stad trekken naar uithoeken van Amerika om daar liefdevolle portretten te maken van weerbarstige vrouwen en mannen die het hoofd boven water houden in moeizame omstandigheden. Iedereen is straatarm, de zeden zijn ruw, maar gelukkig is er menselijke warmte, de solidariteit van de kleine gemeenschap, de troost van het natuurschoon en van melancholieke liederen met banjo, viool en wasbord.

Dat gaat terug naar de Grote Depressie van de jaren dertig, toen linkse Amerikanen oog kregen voor armoede in eigen land en lokale, achtergebleven culturen gingen vastleggen. Met een voorliefde voor taaie armoezaaiers, nobel met hun vodden, tandeloze lach en laconieke levenswijsheden. Het ligt voor de hand dat die soms wat patroniserende traditie weer de kop opsteekt nu Amerika kampt met de gevolgen van de kredietcrisis. Het recente Frozen River, waarin een straatarme moeder zich uit lijfsbehoud aan de mensensmokkel waagt, lijkt daarvan een voorbeeld. En nu is er Winter’s Bone, al mijdt de film in zijn grimmige sociaal-realisme elke romantiek. Het is eerder een rurale film noir met thrillerelementen.

Winter’s Bone speelt in het Ozark-gebergte in Missouri, domein van de hillbillies. Een gesloten, incestueuze en clanachtige subcultuur, zo heet het, die in Amerika vooral figureert in horrorfilms waarin stedelingen als prooidier door de bossen worden gejaagd. Vroeger stookten ze illegale whisky, nu koken ze in huislaboratoria crystal meth, een agressieve, zeer verslavende amfetamine.

Ree Dolly (Jennifer Lawrence) is zeventien jaar. Ze zorgt voor haar lege huls van een moeder, haar jonge broer en zus: criminele vader Jessup is een gebruiker en meestal op pad. Dus doet ze haar plicht: hout hakken, eekhoorns schieten en villen, de kinderen naar school brengen. Totdat blijkt dat vader Jessup niet kwam opdagen op een rechtszaak en zijn huis als borg heeft opgegeven. Vindt Ree hem niet snel, dan staat de familie op straat.

Dus gaat Ree op zoek. Haar oom Teardrop, een pezige, bittere junkie, beveelt haar thuis te blijven. Haar buurman probeert haar op een dwaalspoor te brengen. Bij Thump Milton, de locale misdaadbaron, stuit ze op zwijgen en dreigen. Dat houdt Ree niet tegen, ook als dreigen omslaat in geweld. Het mondt uit in een lugubere scène bij een pikzwart meer: een gruwelijk moment van vrouwelijke solidariteit. Of misschien is het meer een ontgroening.

Winter’s Bone is fatalistisch en uitzichtsloos. Een wereld van verweerde mensen in schimmelige kotten en met een erf vol autowrakken en roestig metaal, levend volgens een maffiose erecode van clan, omertà en vendetta. Ree’s avontuur gaat niet zozeer over overwinnen van of ontsnappen aan dit troosteloze milieu, al wil ze dat wel. De film is eerder een éducation sentimentale, draait om acceptatie, voor vol worden aangezien. Ree is hard op weg zelf een van die gelooide, spijkerharde en zwijgzame vrouwen te worden.

Het knappe van Winter’s Bone is dat dit criminele hillbilly-milieu niet karikaturaal overkomt. Het hechte plot en de pakkende scènes helpen, maar de film slaagt vooral door personages die op een groteske manier helemaal overtuigen. Jennifer Lawrence als de doordouwer Ree voorop: een vroeg oude tiener die zich met een pragmatische pokerface – valt er wat te lachen dan? – door het leven slaat. Nog heel even een knap meisje, maar niet lang meer.

    • Coen van Zwol