Dit artikel kun je morgen ook lezen

Acht maanden lang nam de ‘gedragseconoom’ en Nobelprijswinnaar George Akerhof zich voor dat hij morgen – ja écht, morgen! – een bepaald pakketje op de post zou doen. Hij stelde het uit totdat het niet meer nodig was. Een normaal mens slaat zich in voorkomende gevallen voor de kop, maar Akerhof verwetenschappelijkte zijn falen in

Acht maanden lang nam de ‘gedragseconoom’ en Nobelprijswinnaar George Akerhof zich voor dat hij morgen - ja écht, morgen! – een bepaald pakketje op de post zou doen. Hij stelde het uit totdat het niet meer nodig was. Een normaal mens slaat zich in voorkomende gevallen voor de kop, maar Akerhof verwetenschappelijkte zijn falen in een essay van twintig pagina’s.

Hij is niet de eerste. Procrastineren, ook wel talmen genaamd of gewoon ‘het uitstellen van taken’, is al eeuwen een bron van studie. Akerhof inspireerde redacteur James Surowiecki om een essay van vierduizend woorden in The New Yorker te schrijven over dit deficit. Een werkje dat langer duurde dan gepland, omdat hij geen rekening hield met verstorende dagelijkse beslommeringen. Surowiecki doceert dat de oude Grieken het hadden over akrasia: iets (niet) doen tegen beter weten in.

Akerhof besloot zelf tot studie omdat hij tot het besef kwam dat acht maanden iets voor je uitschuiven “meer is dan een slechte gewoonte”. In zijn paper stelt hij dat procrastineren ‘de grenzen van het rationele denken’ aangeeft. Immers: acht maanden piekeren (‘Shit, weer vergeten. Morgen doe ik het echt’) kost meer energie dan één keer naar het postkantoor wandelen.

Surowiecki beschrijft een aantal experimenten. Een klassieker: vraag aan een groep mensen of ze nu 100 euro willen of morgen 110 euro. De meesten willen direct honderd euro. Maar als je ze de keuze voorlegt ‘over een maand 100 euro of over een maand en één dag 110 euro’ dan zal het merendeel een extra dag willen wachten. Dit betekent niet dat mensen kortzichtig zijn, benadrukt Surowiecki. Het betekent dat de voorkeuren van mensen ‘niet consistent in de tijd’ zijn. Economen noemen dit ‘hyperbolische verdiscontering’. Gemakzucht is het niet: we beseffen maar al te goed dat uitstellen voor problemen zorgt, alleen al de onrust die het veroorzaakt is een bron van stress.

Procrastineren heeft financiële consequenties. “Als mensen bang zijn voor het maken van de verkeerde keuze, besluiten ze vaak niets te doen”, aldus Surowiecki. Houdt daarom investeringsbudgetten van werknemers beperkt, zo adviseert hij directeuren. Wat procrastineren u kost, is te lezen op facturen bij de post herinneringskosten. Gevaarlijk is het ook. Denk aan het uitstellen van doktersbezoek. Zelf is Akerhof er heilig van overtuigd dat de ‘theorie van het uitstellen’ helpt bij bureaucratiebestrijding en politieke vraagstukken. Maar het op tijd verzenden van postpakketjes lukt hem nog niet.

Lees ook nrcnext.nl: ‘Waarom we taken uitstellen’. Hierin wordt een experiment van neuroloog Barry Richmond van het National Institute for Health besproken. Zelfs apen zouden last hebben van procrastineren.