Vredeskans in 't Midden-Oosten? Niet met de VS

De VS hebben Israël gevraagd in te stemmen met verlenging van de bouwstop.

De kans dat er in die periode een diplomatieke doorbraak wordt bereikt, is nihil.

Illustratie Merlijn Draisma

Alle diplomatieke inspanningen ten spijt verkeert het vredesproces in het Midden-Oosten opnieuw in een impasse. De belangrijkste oorzaak hiervan is het Israëlische nederzettingenbeleid. Terecht weigeren de Palestijnen te onderhandelen zolang Israël doorgaat met het roven en bebouwen van land waarop een levensvatbare Palestijnse staat zou moeten verrijzen. Om de impasse te doorbreken, hebben president Obama en diens minister van Buitenlandse Zaken Clinton de Israëlische premier Netanyahu verzocht om de tijdelijke en beperkte ‘bouwstop’ met negentig dagen te verlengen. In ruil daarvoor zou Israël een omvangrijk pakket aan diplomatieke en militaire steunmaatregelen ontvangen. Mocht de Israëlische regering deze deal accepteren, dan zullen de onderhandelingen naar verwachting op korte termijn worden hervat. Maar de kans op vrede zou hierdoor ernstige schade oplopen.

Uit diverse berichten blijkt dat Oost-Jeruzalem buiten de bouwstop zou vallen. Het vooruitzicht op een levensvatbare Palestijnse staat, waarvan Oost-Jeruzalem de hoofdstad en de economische motor zou moeten zijn, verdwijnt daardoor uit zicht. Ook veel lopende bouwprojecten zouden uitgezonderd zijn van de bouwstop, zoals duizenden huizen in aanbouw op de Westoever. Ronduit desastreus zijn de gevolgen van twee toezeggingen die de VS naar verluidt aan Israël hebben gedaan. Eén: dat zij na afloop geen nieuwe bouwstop zullen eisen. Twee: dat zij in de VN-Veiligheidsraad alle pogingen zullen blokkeren om de druk op Israël te doen toenemen. De eerste toezegging ondergraaft niet alleen de internationale rechtsorde, maar markeert ook een gevaarlijke breuk met de Amerikaanse opstelling tot dusver, die, zelfs als de deal afketst, nauwelijks nog kan worden hersteld. De Routekaart naar Vrede (2003) verplichtte Israël om álle nederzettingenactiviteit te staken. De Annapolis-overeenkomst (2007) bevestigde dat.

Na zijn aantreden heeft Obama de nederzettingen tot speerpunt verheven. In zijn toespraak in Kairo in juni 2009 zei hij dat de VS de legitimiteit van gecontinueerde Israëlische nederzettingen niet accepteren.

Kairo is historie. Niets wijst erop dat de Amerikaanse tegemoetkomingen zijn gekoppeld aan tastbare vooruitgang in het vredesproces. Niets wijst erop dat Netanyahu tegenprestaties heeft moeten toezeggen die voor de lange termijn relevant zijn. Wellicht hebben de Amerikanen deze vrijblijvendheid ingecalculeerd, in de hoop Netanyahu’s opstelling zodanig te verzachten dat hij verandert in een Man of Peace. Maar Netanyahu is er sinds zijn aantreden op uit geweest de vredesinspanningen van Obama te frustreren. Hij neemt deel aan het vredesproces om de Palestijnen diplomatiek te neutraliseren en Israëls imago te verbeteren. Aan de Palestijnen doet hij geen enkele concessie. Steeds eist hij dat ze zonder voorwaarden vooraf aan de onderhandelingstafel verschijnen, hoewel hij zelf niet-onderhandelbare standpunten inneemt die vrede blokkeren. De kans dat er tijdens de bouwstop een diplomatieke doorbraak wordt bereikt, is nihil. Na de stop zal de kolonisatie versneld doorgaan, en door de tweede Amerikaanse toezegging zullen de mogelijkheden om Israël onder druk te zetten aanzienlijk zijn ingeperkt.

Voor de EU staat veel op het spel. Het conflict woedt in haar achtertuin. Het vredesproces is gaan lijken op een Amerikaans-Israëlisch onderonsje. De Palestijnen bungelen ergens in de marge en de EU is gereduceerd tot een toeschouwer die mag opdraaien voor de kosten van de Israëlische bezetting. Het populaire argument dat alleen de VS invloed kunnen uitoefenen, is een drogreden om geen kleur te bekennen en geen verantwoordelijkheid te nemen. In werkelijkheid is de EU een machtsfactor van betekenis. Zij beschikt over bilaterale middelen om directe en effectieve invloed uit te oefenen. De inzet daarvan is afhankelijk van politieke wil. Die moet nu gemobiliseerd worden. De tijd is gekomen voor een eigen en pro-actieve opstelling van de EU, die niet alleen in woord, maar ook in daad is gebaseerd op het internationaal recht en dus consequenties verbindt aan de voortgaande schending daarvan.

Natuurlijk zal zo’n opstelling de betrekkingen met Washington op de proef stellen. Dat gebeurt omgekeerd ook. Het heeft voor de EU geen zin de VS te blijven volgen, terwijl die zich begeven op een doodlopend spoor. Aan deze realiteit kan ook de Nederlandse regering niet ontsnappen.

Dries van Agt is oud-premier en voorzitter van The Rights Forum. Laurens Jan Brinkhorst is oud-minister van Economische Zaken. Hans van den Broek is oud-minister van Buitenlandse Zaken.