Veel te hoge Q-koorts

De Q-koorts die vanaf 2007 tot de zomer van 2010 „op ongekende schaal” in Nederland heeft geheerst, is de grootste epidemie met deze ziekte die er ooit in de wereld is geweest. Alleen al deze constatering in het rapport Van verwerping tot verheffing maakt de aanvankelijk zo lauwe reactie van de nationale overheid op deze problematiek achteraf zo verbazingwekkend.

Een mengeling van onbekendheid met de materie en onderschatting ervan is een van de oorzaken geweest. Maar uit het onderzoek van de Evaluatiecommissie Q-koorts, die de resultaten gisteren bekendmaakte, valt af te leiden dat er ook enkele omstandigheden van meer structurele aard zijn, die eraan hebben bijgedragen dat de Q-koorts in hoog tempo steeds meer slachtoffers ging maken onder mensen en dieren.

Uit het rapport doemt het beeld op van een overheid die eerst te lang stilstond en vervolgens te hard holde. Te lang meenden de betrokken ministeries dat Q-koorts een ziekte was die, via de bacterie Coxiella burnetii, alleen bij direct contact van dier op mens kon worden overgebracht. Bovendien werd betwijfeld of geitenbedrijven de bron van de besmetting waren. Nauwkeuriger onderzoek had volgens de commissie aan deze beide misverstanden snel een einde kunnen maken. Het duurde bijvoorbeeld tot augustus 2009 voordat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu liet weten dat mensen die in de buurt van een besmet bedrijf woonden een aanzienlijk verhoogd risico op Q-koorts liepen. Terwijl dat in Duitsland al eerder was ontdekt.

Onder druk van het groeiende aantal slachtoffers en de publiciteit daarover kwam politiek Den Haag opeens in actie en koos dan maar meteen voor de meest extreme aanpak, die het juist had willen vermijden: het doden van drachtige geiten en schapen.

De samenwerking tussen de (toenmalige) ministeries van Landbouw en Volksgezondheid is onvoldoende gebleken. Dat euvel komt vaker voor. Departementale ambtenaren lijden weleens aan het misverstand dat hun sectorale belang boven het algemeen belang gaat. Zo heeft het economisch belang in deze kwestie te lang zwaarder geteld dan de risico’s voor de volksgezondheid. Dan is het aan de politiek om in te grijpen. De twee CDA-ministers van toen, Verburg (Landbouw) en Klink (Volksgezondheid), hebben dat te lang nagelaten.

Hun respectieve opvolgers, staatssecretaris Bleker (CDA) en minister Schippers (VVD), valt dat niet te verwijten, al zijn ze wel politiek verantwoordelijk. Daarom is het wel hun taak om nu al die maatregelen te treffen waarmee wordt voorkomen dat de Q-koorts nog eens zo massaal uitbreekt.