Moord werd media-event op stoomschip

Vandaag precies honderd jaar geleden werd de Engelse kwakzalver Dr. Crippen opgehangen in Pentonville Prison. De allereerste aflevering van Opsporing Verzocht – zo kun je zijn verhaal noemen.

Dr. Crippin (de echte) en zijn vriendin worden geëscorteerd door de politie. Foto Bettmann/Corbis ca. 1910 --- Wardresses Escorting Captured Murder Suspects --- Image by © Bettmann/CORBIS Bettmann;CORBIS

In de vroege ochtend van 1 februari 1910 hoorden bewoners van Hilldrop Crescent in Londen geschreeuw, slaande deuren en een pistoolschot. Ze konden de geluiden niet precies lokaliseren. Wel viel hun na enige tijd op dat mevrouw Crippen – die als Belle Elmore optrad in tweederangs theaterproducties – zich niet meer op straat vertoonde. Volgens haar man was ze wegens familieomstandigheden plotseling naar Amerika teruggeroepen.

Aanvankelijk werd dit verhaal geloofd. Haar man stond in de buurt immers bekend als Dr. Crippen. Deze naam had hij zichzelf aangemeten om een betrouwbaarder en deskundiger indruk te maken bij de uitoefening van zijn beroep. Als ‘homeopathisch dokter’ verdiende hij de kost met het aan de man brengen van ‘Baron Mackamotzki’s middel tegen doofheid’.

Er ontstond argwaan toen Dr. Crippen zich steeds vaker met de secretaresse Ethel le Neve – al dan niet getooid met juwelen van mevrouw Crippen – in het uitgaanscircuit liet zien. Vrienden van de verdwenen vrouw roken onraad en maakten de zaak aanhangig bij Scotland Yard. In juni werd Dr. Crippen voor een onderhoud op het bureau ontboden. Hij speelde daarbij overtuigend de rol van de vermoorde onschuld: gedwee werkte hij zelfs mee aan het opstellen van de tekst van een opsporingsbericht dat Crippen als advertentie in Amerikaanse kranten zou plaatsen. Ook een eerste vluchtige huiszoeking leverde niets op. Daarmee leek het dossier gesloten.

Crippen en zijn maîtresse raakten door de bemoeienis van de politie enigszins in paniek en kozen begin juli het hazenpad. Hij schoor zijn snor af en liet zijn baard groeien en zij liet haar haar heel kort knippen en kocht een stel jongenskleren. Als vader en zoon Robinson doken ze – in afwachting van de overtocht over de Atlantische Oceaan – onder in België.

Het overhaaste vertrek van de van moord verdachte Crippen was voor inspecteur Dew van Scotland Yard reden om de woning aan Hilldrop Crescent aan een nauwkeuriger onderzoek te onderwerpen. Een van zijn assistenten zag enkele losliggende stenen in de vloer van het kolenhok. Daaronder vond hij een zwaar verminkt lichaam – het hoofd en de ledematen waren afgehakt – dat met zuren was overgoten. Half juli werden de arrestatiebevelen verspreid.

Een kleine week later ging Crippen met zijn als jongen verklede minnares in Antwerpen aan boord van het stoomschip Montrose. Maar ze leefden zich op het dek van het duizend passagiers tellende schip onvoldoende in in hun nieuwe rol. Door het opzichtige geknuffel en hand-in-hand lopen van deze vader en zoon kreeg kapitein Kendall argwaan. Hij sloeg er in de kranten de ‘wanted’-pagina op na en was de vermoedelijke identiteit van het stel snel op het spoor.

Maar hij was al op volle zee en wilde deze vette vis niet laten ontsnappen. Met de draadloze telegraaf – de Montrose was een van de weinige passagierschepen die daar op dat moment mee was uitgerust –-zocht hij contact met de Britse opsporingsautoriteiten. Inspecteur Dew liet er geen gras over groeien en zette meteen een spectaculaire achtervolging in. Hij nam de trein naar Liverpool waar een ander stoomschip, de Laurentic, klaar lag voor vertrek naar Canada. Dit was een nieuwere (en dus snellere) boot en door een iets noordelijker route te kiezen kon de achterstand van drie dagen nog ingelopen worden.

Het Britse krantenlezend publiek werd dagelijks op de hoogte gehouden van het verloop van deze klopjacht; de passagiers van zowel de Montrose als van de Laurentic hadden er geen weet van dat zij figurant waren in een zaak die op de voorpagina’s van de kranten breed werden uitgemeten.

Dr. Crippen zat als een rat in de val. Kort nadat op 31 juli 1910 inspecteur Dew, vermomd als een van de negen loodsen, aan boord was gekomen, was het doek voor ‘vader en zoon Robinson’ gevallen. ‘Godzijdank, het is voorbij’, zou Crippen gezegd hebben, terwijl hij zijn polsen voor de handboeien ontblootte.

De feitelijke arrestatie, de uitlevering aan Engeland en de aanvaarding van de terugreis een dag later werden op de voet gevolgd door een klein legertje journalisten en fotografen. Ook de slotakte was een media-event: tijdens het vijf dagen durende proces in oktober 1910 werd Dr. Crippen schuldig bevonden aan moord op diens vrouw en werd het doodvonnis uitgesproken.

Op 23 november 1910 – vandaag precies honderd jaar geleden – werd de hoofdpersoon in Pentonville Prison opgehangen. Ethel le Neve werd vrijgesproken. Op de dag van de executie van haar vroegere minnaar vertrok zij onder de schuilnaam Allen, geheel in het zwart gekleed en gesluierd, naar New York.

Cor van der Heijden