Met proces tegen Bemba komt het Strafhof op stoom

Het gewicht van het Internationale Strafhof neemt toe, bleek gisteren bij het proces tegen Jean-Pierre Bemba.

Het waren grote woorden die hoofdaanklager Luis Moreno-Ocampo gisteren in Den Haag gebruikte bij de opening van het proces tegen Jean-Pierre Bemba. „De preventieve werking van dit proces kent geen precedent”, zei hij. „De uitspraak van het Internationale Strafhof zal het gedrag veranderen van de duizenden militaire commandanten in de 114 deelnemende staten.” Volgens hem kunnen zij voortaan weten dat ze voor oorlogsmisdaden worden vervolgd als ze hun troepen niet onder controle houden.

Grote woorden ook van Bemba’s advocaten. De Congolese militieleider en politicus zit sinds ruim twee jaar in voorarrest. „U gaat kijken naar het meest oneerlijke proces dat ooit heeft plaatsgevonden in het internationaal recht”, hamerde Nkwebe Liriss tijdens een persconferentie. Hij protesteerde tegen Bemba’s detentie, tegen de bevriezing van zijn bankrekeningen en de voorsprong die de aanklager volgens hem heeft in termen van geld en macht. „Maar wij zijn niet bang, wij laten geen traan.” Hij zette zijn bril af. „Kijk eens in mijn ogen! Dit is geen huilend gezicht. We verzekeren u dat Bemba wordt vrijgesproken!”

Gisteren werd duidelijk dat het Strafhof met het proces tegen oud-vicepresident, oud-presidentskandidaat en senator Bemba uit de schaduw is getreden. Vanaf de oprichting in 2002 was het vier jaar wachten op de eerste arrestant (Thomas Lubanga), toen drie jaar op het begin van zijn proces. Een jaar geleden begon het tweede proces, tegen Germain Katanga en Mathieu Ngudjolo, net als Lubanga Congolese militieleiders die buiten Afrika nauwelijks bekend zijn. Het eerste permanente tribunaal ter wereld ontbeert grote vissen als Milosevic, Karadzic of Charles Taylor.

Maar de opening van het proces tegen de nog altijd populaire Bemba maakte gisteren heel wat los. Voor het eerst waren er meer zwarte dan blanke journalisten op de publieke tribune. Bij de koffieautomaat discussieerden zij druk over de vraag of dit een politiek proces is. Waarom staat alleen Bemba terecht, vroegen zij zich af, en niet oud-president van de Centraal Afrikaanse Republiek Ange-Félix Patassé? Die had Bemba immers gevraagd om hem met zijn MLC-militie te helpen bij de verdediging tegen een opstand door oud-legerleider François Bozizé. En waarom zit die eigenlijk niet in het beklaagdenbankje?

Bemba zelf leek tijdens de zitting aan zelfvertrouwen te winnen. In het begin zat hij roerloos, met zijn handen om zijn ellebogen geslagen. Via Liriss pleitte hij onschuldig aan de vijf aanklachten voor moord, verkrachting en plundering. Hij schudde zachtjes zijn hoofd toen Ocampo uiteenzette hoe MLC-militieleden langs de huizen trokken om de bevolking via verkrachting te onderwerpen. En dat Bemba daarvoor verantwoordelijk is. Niet omdat hij zelf de opdracht heeft gegeven, maar omdat hij het niet heeft voorkomen of bestraft. Later was er geregeld ruimte voor een kleine grijns op Bemba’s gezicht en leunde hij gemakkelijk achterover.

Mensenrechtenorganisaties hopen dat het proces een sterk signaal afgeeft dat verkrachting als oorlogswapen niet langer onbestraft blijft. VN-rapporteur voor seksueel geweld tijdens oorlog Margot Wallström noemde het proces „een mijlpaal” omdat het volgens haar laat zien dat het hier „niet om willekeurige daden van wat losgeslagen soldaten gaat”.

Een teken van toegenomen belangstelling is ook het enorme aantal slachtoffers dat zich heeft gemeld als belanghebbende partij. Ruim 650 aanvragen worden nog bestudeerd, 759 zijn al goedgekeurd. De toestroom is zo groot dat er extra juristen moeten worden aangenomen. Het Strafhof komt eindelijk op stoom.