Koortsig landje

Soms verbaas je je erover dat Nederland nog elke dag, net als een krant, gewoon ‘verschijnt’. Ik bedoel dat ook het leven bij ons elke dag een nieuwe editie heeft die je tot je kunt nemen door naar je werk te gaan, tussen de middag een hapje te lunchen en ’s avonds, met of zonder geliefde, te verpozen.

Pas als je aan het begin van de avond de krant leest, besef je hoe ongelofelijk het is dat Nederland in deze zin nog altijd bestaat. Want wat gaat er niet allemaal fout? Ik doe een greep uit het nieuws van één dag.

We zagen geen kans de Q-koorts in 2007 effectief te bestrijden. Maatregelen bleven te lang uit doordat de toenmalige ministers Verburg (Landbouw) en Klink (Volksgezondheid) te lang in hun eigen ‘beleidslogica’ zaten opgesloten. Dat betekent in gewonemensenlogica dat Verburg naar Klink mailde: „Blijf met je poten van mijn geiten af.” Waarop Klink reageerde met: „Malle geit, krijg de Q-koorts.”

Dat heeft een paar jaartjes geduurd totdat er 4.000 ziektegevallen en 14 doden waren. Anno 2010 is de veroorzaker, de bacterie Coxiella Burnetii (best een sjieke naam voor een bacterie), niet meer weg te krijgen.

Inmiddels hebben we nieuwe problemen, of beter: oude problemen in een nieuw jasje.

Bij ProRail is één brandje op zolder voldoende om een totale chaos te veroorzaken in het treinverkeer. Er was geen speciale blusinstallatie voorhanden om te blussen zonder water, zoals op Schiphol gebeurt. Het Operationele Controle Centrum (OCCR) had vervolgens moeten voorkomen dat de spoorverlamming zich landelijk verspreidde – het is net geopend en kostte 16 miljoen euro. De treinuitval kreeg desondanks, net als die Q-koorts, al snel een epidemisch karakter. De letters OCCR kunnen gehandhaafd blijven, voortaan staan ze voor Oenig Controle Centrum.

Intussen moet minister Kamp van Sociale Zaken toegeven dat de markt voor kinderopvang niet functioneert. Overal bestaan wachtlijsten, vooral in de Randstad. Bovendien schiet toezicht op de kwaliteit te kort. Handhaving van de regels gebeurt in veel gevallen onvoldoende.

Kortom, als je in Nederland niet bezwijkt aan de Q-koorts, kom je in ieder geval een paar keer per jaar – vooral als de bladeren vallen – reddeloos vast te zitten in het treinverkeer waarna je, starend uit het raampje over het barre land, ongerust mag worden over hetgeen er op dat moment met de kids op de crèche gebeurt. Zitten ze eenzaam te blèren op de pot, of zijn ze de straat op gerend?

Het enige dat in Nederland nog goed lijkt te functioneren – ik geef nog altijd gewoon door wat ik lees – is het overvalwezen. Sterker nog, dat floreert beter dan ooit tevoren. Tot 2006 daalde het aantal overvallen, maar sindsdien neemt het weer gestaag toe. Het is een uitgesproken levendige business, ook al loopt het soms dodelijk af.

De pakkans is voor de daderkleiner dan voor het slachtoffer – die wordt doorgaans gepakt voordat hij het beseft. Het overvalwezen biedt de beoefenaars van dit beroep dan ook grote toekomstkansen: interessante opbrengsten, lage of geen gevangenisstraffen.

Hoe dat komt? Politie, justitie en gemeenten werken onvoldoende samen, aldus een groep onderzoekende criminologen.

Misschien moet onderzocht worden of de Q-koorts al niet uitgezaaid is naar de hoogste organen van het land. Als Opstelten begint te hoesten, is het met ons gebeurd.