Juwelier in Driebergen werd negen keer beroofd

Diek Wechgelaar is 31 jaar juwelier en kreeg in die jaren te maken met inbraken, ramkraken en overvallen.

Hij krijgt nu therapie en slachtofferhulp.

Na de overval op juwelier Wechgelaar in Driebergen, vorige maand, zette de politie de achtervolging in. Alle vier de daders, van 16 tot 19 jaar oud, werden opgepakt. Foto's Aneo Koning

De verkoopster veegde de stoep voor de juwelierszaak, zoals gewoonlijk. Dat was het moment dat vier jongens met baseballcaps op haar vastgrepen. Ze sleurden haar aan haar haren de winkel binnen. Daar zette één van hen een pistool tegen haar hoofd. De anderen begonnen met hamers zeventien vitrines en vier etalage-units in te slaan.

Het was donderdag 28 oktober, vijf voor half tien. Voor de negende keer werd juwelier Diek Wechgelaar (58) uit Driebergen beroofd. Vermoeid en monotoon vertelt hij over die laatste overval. Niet om sensatielust te bevredigen. Om duidelijk te maken hoe ingrijpend zoiets is.

Achter de winkel was het inslaan van de vitrines duidelijk te horen. De twee meisjes van de werkplaats sloten zichzelf angstig op in het toilet. Wechgelaar opende de deur van het kantoor naar zijn winkel.

De jongen met het pistool richtte zich direct op de juwelier. De verkoopster liet hij los. Zij kroop trillend onder een tafel. „Maak je kantoor open”, beval de jongen. Wechgelaar kon hem niet verstaan. Brekend glas. „Maak je kantoor open”, zei de jongen weer. De juwelier deed wat de jongen vroeg. De jongen schoot. Mis. Wechgelaar vluchtte zijn kantoor in en gooide de deur achter zich dicht. Minuten later werd het stil in de zaak.

Om vijf voor tien verschenen de eerste agenten. Hun collega’s hadden de achtervolging ingezet. Wechgelaar belde eerst zijn echtgenote, daarna de verzekeraar. De politie nam hem en zijn drie werkneemsters mee naar het bureau. Daar bleven ze tot vier uur ’s middags. Toen hoorden ze dat alle vier de daders waren gepakt: 16, 17, 18 en 19 jaar oud.

Wechgelaar zit in het kantoor dat nooit meer een veilig toevluchtsoord zal zijn. Hij neemt een slok van zijn kruidenthee. Voor hem staat een bloemstuk met een kaartje. Veel sterkte namens de ondernemersvereniging. Achter hem verschijnen op een televisiescherm wisselende beelden van de winkel. „Klanten gaan altijd voor”, zei hij voorafgaand aan het gesprek.

Wechgelaar en zijn vrouw hebben de juwelierszaak al 31 jaar. Dertig jaar geleden was de eerste overval. Zijn vrouw en een winkelmeisje werden vastgebonden. Ze kregen een prop in hun mond. In de jaren daarop volgden twee inbraken en drie ramkraken. Na de derde ramkraak zei hij: „Ik houd er mee op.” Maar zijn zoon zei: „Wat moet je dan, pa?” Toen is hij toch maar doorgegaan.

Weer werd er ingebroken. En nog eens. En nu die overval van drie weken terug. Dit keer peinst hij er niet over om te stoppen. Dan zou zijn afscheid blijvend in het teken staan van 28 oktober 2010. Ruim een week na de overval deed hij de zaak weer open.

In de loop van de jaren beveiligde hij zijn zaak steeds meer. Camera’s, alarmbellen, trilsensoren. Wat is wijsheid? Hoe meer je beveiligt, hoe groter de kans wordt op een overval. Een juwelierszaak die is ingericht als een fort lokt nu eenmaal overvallers, omdat daar kennelijk veel te halen valt.

Via de de brancheorganisatie, de Federatie Goud en Zilver, krijgt Wechgelaar slachtofferhulp. Therapeuten komen bij hem thuis. Ze laten tikjes horen, van zijn linker- naar zijn rechteroor. Dat helpt de overval een plaats te geven, zeggen ze. Hij is er blij mee. „Beter dan de folder die de politie me ooit gaf bij wijze van slachtofferhulp.”

Hij slaapt slecht. Als hij wakker wordt, hoort hij het lawaai van brekend glas. Of ziet hij zichzelf een aanklacht indienen op het politiebureau. Overdag is hij waakzamer dan anders. Als hij een brief post, schrikt hij van voetstappen achter zich. Als hij autorijdt, kijkt hij voortdurend in zijn achteruitkijkspiegel. Het is of het onheil elk moment kan toeslaan. „Aan het einde van elke dag ben ik volkomen uitgeput.”

Hij werkt, maar hij heeft concentratieproblemen. Ineens weet hij de naam van een klant niet meer. Of hij vergeet een bestelling. Alles moet hij opschrijven. En als iemand iets aardigs zegt, begint hij zomaar „te janken”.

Diek Wechgelaar: „We proberen verder te gaan.”