Inholland: the rise and fall

Met de hogeschool Inholland ging het vanaf de oprichting eigenlijk al mis.

Bestuurders waren te druk met bedrijfje spelen – en bonnetjes declareren.

Inholland was bij de oprichting meteen de grootste van Nederland. Hier de Rotterdamse hogeschool. Foto Maarten Hartman Nederland, Rotterdam, 12-3-2008 Hogeschool InHolland Rotterdam. De liften. Foto Maarten Hartman

‘Turbo Jos’. Dat was de bijnaam van Jos Elbers, de man die aan de wieg stond van de hogeschool Inholland. Huizenhoge ambities had Elbers voor zijn geesteskind, dat op nieuwjaarsdag 2002 het levenslicht zag. Inholland was meteen de grootse onderwijsinstelling van Nederland: 36.000 studenten, 2.500 medewerkers en een jaaromzet van rond de 200 miljoen euro.

Deze megaschool was het product van de fusie van Hogeschool Alkmaar, Hogeschool Haarlem, Hogeschool Holland en Ichthus Hogeschool, waar Elbers collegevoorzitter was. Het ontstaan van de Inholland was de logische laatste stap in een proces dat al decennia aan de gang was. Gedwongen door bezuinigingen waren hogescholen steeds meer samengeklonterd in fusiereuzen. In twintig jaar was het aantal hogescholen gekrompen van een kleine 500 tot zo’n 50.

Als een ware rupsje-nooitgenoeg smikkelde Inholland in de eerste jaren van zijn bestaan zijn buikje vol. In 2005 werd er onderwijs gegeven aan 40.000 studenten, op 17 onderwijslocaties in Noord- en Zuid-Holland, en was de omzet gestegen tot 260 miljoen euro. Inholland nam in dat jaar tevens een belang van vijftig procent in de private businessopleiding Nyenrode. Tussendoor vloog Elbers ook nog even naar Buenos Aires om overeenkomsten te sluiten met twee lokale universiteiten en bezocht hij de diploma-uitreiking van een Inholland-opleiding in Paramaribo. Kortom: the sky was the limit.

Maar van welk geld gebeurde dit eigenlijk allemaal? De Socialistische Partij stelde Kamervragen aan Mark Rutte, in 2005 staatssecretaris van Onderwijs. De SP meende dat minder dan eenderde van het overheidsgeld dat Inholland ontving naar onderwijs ging. Het schoolbestuur hield het op 77 procent. Feit was dat de naam van Jos Elbers dat jaar bovenaan de lijst van grootverdieners in de onderwijssector prijkte, met een inkomen van 227.109 euro.

De raad van toezicht, die het college van bestuur wellicht wat had kunnen remmen in zijn dadendrang, trok schouder aan schouder op met Elbers. Haddo Meijer, oud-topman van Nedlloyd en voorzitter van de raad zwijmelde in NRC Handelsblad: „Elbers is een geweldenaar, een uiterst professionele vent, de onderwijssector moet zuinig zijn op zijn talent. We doen veel dingen tegelijk, dat creëert een stukje onrust, dat is onvermijdelijk. Daar moeten we snel doorheen, het dieptepunt is voorbij.”

De onrust waarop Meijer doelde had te maken met de invoering het zogenoemde competentiegericht onderwijs. Studenten kregen geen kennis meer bijgebracht, maar vaardigheden. Er was vooral sprake van zelfstudie, met docenten als begeleiders. Rutte liet de Onderwijsinspectie een onderzoek doen en daaruit kwam naar voren dat alle veranderingen veel te snel waren doorgevoerd. Elbers was niet onder de indruk. Hij kondigde een eigen „onafhankelijk en wetenschappelijk onderzoek” aan.

De Nederlandse scholieren stemden ondertussen met hun voeten. Ze keerden Inholland de rug toe; de aanmeldingscijfers kelderden. Uiteindelijk restte de raad van toezicht in 2007 geen andere keus dan Elbers te vervangen. Zijn opvolger werd Geert Dales, die op dat moment burgemeester van Leeuwarden was.

Tot zijn ongenoegen kwam Dales er al spoedig achter dat zijn voorganger nog steeds door het gebouw liep en zelfs zijn auto nog wel eens parkeerde op de plek die was gereserveerd voor de voorzitter van het college van bestuur. Wat bleek: Elbers had een contract getekend als adviseur van de hogeschool, tegen een vergoeding van zo’n twee ton per jaar. Om daarvan iets terug te verdienen, werd hij als adviseur verhuurd aan onderwijsinstellingen en bedrijven.

Dales was not amused, en werd nog minder vrolijk toen hij inzicht kreeg in de declaratiecultuur zoals die op Inholland heerste. Elbers, maar ook collegelid Lein Labruyère, zochten soms de grenzen van het aanvaardbare op bij het inleveren van hun bonnetjes. Pogingen van Dales om de raad van toezicht op dit dossier te laten ingrijpen, mislukten, zeggen bronnen op de school.

Ondertussen was Dales bezig met een verbeterplan voor het onderwijs. Daarmee werden successen geboekt, bleek uit tevredenheidsonderzoek onder studenten. De rel die deze zomer ontstond rondom bijzondere afstudeerroutes voor trage studenten, toonde echter aan dat het college van bestuur nog steeds niet wist – of wilde weten – wat zich op de werkvloer afspeelde. In de machtsstrijd die volgde, trok Dales aan het kortste eind. De raad van toezicht schaarde zich achter de twee collegeleden die er al zaten voordat hij arriveerde. Die twee, Labruyère en Joke Snippe, hebben gisteren nu ook het veld geruimd. En de nieuwe collegevoorzitter, Doekle Terpstra, gaat het functioneren van de raad van toezicht tegen het licht houden. Dales zal deze ontwikkelingen ongetwijfeld met een zeker genoegen hebben aangezien.

En hoe moet het nu verder met Inholland? Betrokkenen fluisteren over ontvlechten, het opbreken van de instelling in kleinere delen. Het is aan Terpstra om te besluiten of de school in zijn huidige vorm nog levensvatbaar is, of dat de delen op zichzelf beter zijn dan de som.