'Hoezo tevreden met 2.000 overvallen?'

De kans dat een overvaller wordt gepakt en veroordeeld is zo klein, dat de aanpak van politie en justitie grenst aan straffeloosheid. Het zijn harde conclusies die Cyrille Fijnaut, hoogleraar rechtsvergelijking in Tilburg, trekt in zijn rapport Overvallen in Nederland. De geloofwaardigheid van de politie, van de hele rechtsstaat, staat volgens hem op het spel.

De overval op een bank in Tilburg in 1965 geldt als de eerste grote overval in Nederland. Wat valt op aan de ontwikkeling van het aantal overvallen sindsdien?

Fijnaut: „Tussen midden jaren 70 en midden jaren 90 nam het aantal overvallen geleidelijk en vrij constant toe. Sindsdien wisselen periodes van sterke toename en afname elkaar af. Tussen 2000 en 2006 daalde het aantal overvallen met 32 procent. Vanaf 2007 steeg het met 52 procent tot het recordniveau van 2.898 overvallen vorig jaar.”

In vergelijking met andere misdrijven is het aantal nog altijd laag. Wat maakt de huidige situatie toch zo alarmerend?

„De impact van overvallen op de samenleving is enorm. Op individuen, op woonwijken, op winkelstraten, op bedrijfssectoren. Het gebruik van geweld neemt toe. Tegelijkertijd keldert het aantal opgehelderde overvallen van 36 procent in 2004 naar 23 procent vorig jaar.”

Hoe komt het dat de politie zo weinig greep op overvallen heeft?

„Vrijwel alle korpsen nemen pas maatregelen als ze met een toename van het aantal overvallen te maken krijgen. Maatregelen hebben altijd succes. Dus daalt het aantal overvallen en verflauwt de aandacht. De opgebouwde deskundigheid ebt weg. Tot de volgende golf. Expertise en contacten moeten telkens opnieuw worden opgebouwd.”

U stelt dat de politie daardoor geen goed beeld heeft van de daders.

„De politie denkt bij een overval aan een instapdelict, een eerste misdrijf van een beginnende crimineel. Dat is het niet. Verdachten van een overval zijn weliswaar jong, gemiddeld tussen de 15 en 30 jaar. Maar ze zijn gemiddeld twaalf tot zestien keer eerder met de politie in aanraking geweest.”

De politie heeft ook geen goed beeld van het misdrijf?

„Overvallen zijn gewelddadige vermogensdelicten. Overvallers doen ook aan gewelddadige inbraken en berovingen. Ze gebruiken wapens. Maar binnen de politie is er geen contact tussen jeugdpolitie of wapenrechercheurs en mensen die zich met overvallen bezighouden. Je houdt het niet voor mogelijk.”

Waarom is het maatschappelijk zo riskant dat de politie geen greep op overvallen heeft?

„Als je zo’n ernstig probleem al zo lang niet onder controle krijgt, komt de geloofwaardigheid van de politie in het geding. Dat roept vragen op over de slagkracht van de politie in het algemeen. Er dreigt een crisis in de opsporing.”

Staat er nog meer op het spel?

„Overvallen zijn een opstap naar de zware georganiseerde misdaad. Een crimineel die bij overvallen laat zien dat hij bereid is grof geweld te gebruiken, versterkt zijn reputatie. Het gevaar is groot dat succesvolle, jonge overvallers doorstromen naar de harde kern van de georganiseerde misdaad. Een van de korpschefs ziet dat in zijn stad al gebeuren. Namen noem ik niet.”

Terwijl terugdringen van het aantal overvallen volgens u en de andere onderzoekers tamelijk simpel is?

„Elk korps zou voor de aanpak van overvallen een permanent operationeel team moeten hebben dat bestaat uit doorgewinterde rechercheurs. Die club moet verbindingen leggen met jeugdpolitie, met de afdelingen die zich bezighouden met illegaal wapenbezit en illegale drugshandel, met het bedrijfsleven en justitie. Een permanent team bij de Nationale Recherche zou voor de landelijke en bovenregionale aansturing moeten zorgen.”

De Taskforce Overvallen kreeg als doel het aantal overvallen in 2010 met 20 procent terug te dringen in vergelijking met 2008. Dat wordt bij lange na niet gehaald. Maar u vindt het nog lang niet ambitieus genoeg?

„Waarom zou je je tevreden stellen met 2.000 overvallen per jaar? Waarom zou dat niet terug kunnen naar 1.000? In het Belgische Gent is de pakkans bij overvallen 70 procent, drie keer zo groot dan in Nederland. Dat is in Nederland ook haalbaar.”