'Hoe meer competitie, des te beter'

Er zijn niet veel vijftigers met plannen om bij de Olympische Spelen uit te komen. Maar zeiler Roy Heiner wil „meer rumoer in de sport”. Samen met zijn zoon, dat lijkt hem wel wat.

Roy Heiner Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 010822

Precies een halve eeuw laat hij zich leiden door wind, golven en zout water. Gisteren werd hij 50, maar bij mensen als Roy Heiner geldt dat alleen „van buiten”, zoals hij zelf noemt. Er zijn inderdaad maar weinig vijftigers die aankondigen dat ze naar de Olympische Spelen willen. Van Londen, in 2012, maar wie weet ook die van Rio de Janeiro, in 2016. „Ik voel me niet anders dan tien jaar geleden”, zegt Heiner, die in Sydney (2000) de laatste van zijn vier olympische regatta’s zeilde. „Ik wil gewoon een medaille winnen.” In de Star-klasse, verduidelijkt hij. „Dat is een Optimist voor oude mannen.”

Heiner was nooit het type dat ‘na zijn actieve carrière’ vanaf de wal zou toekijken hoe de jeugd het er vanaf brengt. Zoals zijn talentvolle zoon Nicholas (21), die zich probeert te plaatsen voor dezelfde Olympische Spelen als zijn vader, maar dan in een Laser. „Eigenlijk is het door hem begonnen”, zegt Roy Heiner. „Nicholas schreef mij vorig jaar in voor het Nederlands kampioenschap in de Finn-klasse. Toen dacht ik: dat is geen gek idee.”

De laatste keer dat hij in zo’n bootje had gezeten was in 1996, voor de kust van Savannah, tijdens de Spelen van Atlanta. Het leverde hem olympisch brons op. Dertien jaar later, op het IJsselmeer bij Medemblik, werd Heiner op zijn 48ste nog maar eens nationaal kampioen. Zeilen verleer je niet. „Ik haak pas af als ik geen medaille meer kan halen.”

Heiner stapte daarna aan boord van de Star, met zeilmaat Gert van der Heijden. Omdat deze tweemansboot fysiek minder vergt van de zeilers dan de andere olympische boten, is de Star een magneet voor topzeilers boven de 35 jaar. Heiner: „Als je ziet tegen wie je zeilt, schrik je. In een vloot van tachtig boten liggen veertig medailles van de Spelen en wereldkampioenschappen. Dan vaar je ergens achterin, lig je ineens naast Torben Grael [Braziliaan die vijf olympische medailles en de laatste Volvo Ocean Race won]. Het niveau is ongelooflijk hoog. Dat is het gave van die klasse, al die helden.”

De Star is meer dan een uitstapje voor Heiner, die een lange erelijst opbouwde in zijn sport, zowel in het olympische zeilen als in de „grote boten” van de Whitbread Round The World Race en de opvolger daarvan, de Volvo Ocean Race. Als technisch directeur had hij succes met ABN Amro in de Volvo Ocean Race van 2005-2006, met overmacht gewonnen door vlaggenschip Black Betty.

Maar de ambities met zijn zeilbedrijf Team Heiner, in 1996 opgericht, reiken verder. Hij is bezig met de vorming van de eerste commerciële zeilploeg in Nederland. Die is in zijn ogen hard nodig door de professionalisering van de sport in de laatste tien jaar. „Het is veel, veel professioneler geworden. Ik kon vroeger nog zelf zoeken naar een sponsor, en genoeg uren maken op het water.”

Wie niet fulltime kan zeilen, heeft op de Spelen niets meer te zoeken, weet hij. Maar daardoor haken zeilers ook sneller af. Heiner ziet vooral problemen bij zeilers die buiten de kernploeg van het Watersportverbond vallen. „In de kernploeg heb je alle faciliteiten, trainers, materiaal, maar erbuiten heb je niets. Het verschil is gigantisch. Je moet geld hebben om te kunnen varen. Ook dat is een reden voor zeilers om af te haken. Maar dan ga je om de verkeerde redenen weg. Het is heel belangrijk voor het Nederlandse zeilen dat er één of meer commerciële ploegen komen, want we liggen achter op grote landen als Groot-Brittannië, waar heel veel geld in het zeilen wordt geïnvesteerd.”

Heiner noemt als voorbeeld voor zijn nieuwe ploeg Finn-zeiler Pieter-Jan Postma, die in 2007 zilver behaalde op het WK in het Portugese Cascais, maar die zich nooit thuis voelde onder de strakke leiding van de kernploeg. Heiner: „Zo’n zeiler, met een iets andere denkwijze, moet op een andere plek terecht kunnen. Die moet een tweede optie hebben. Hoe meer competitie je kunt creëren, hoe beter. Het is doodzonde als zeilers om de verkeerde redenen afhaken. Ik wil die competitie aanzwengelen, meer rumoer rond de sport.”

Heiner zag eenzelfde probleem rond de gebroeders Sven en Kalle Coster, destijds in Cascais ook tweede van de wereld, in de 470-klasse. Ook zij botsen regelmatig met de bond. „De Costers hikken al heel lang tegen iets aan, maar ze komen er niet doorheen. Het zou gaaf zijn een omgeving te creëren waarin zij het wel halen.”

Uiteindelijk moet Team Heiner uitgroeien tot een „renstal” die het hele palet bestrijkt: van de tien olympische zeilklassen tot en met de Volvo Ocean Race en de America’s Cup – voor de meeste zeilers de heilige graal. „Ons plan voor een renstal gaat tot 2020, niet tot de volgende Spelen. Wat we nu doen is voor over vijf tot acht jaar. Ik hoop dat we in 2014 weer een Nederlandse boot hebben in de Volvo Ocean Race. Mijn persoonlijke droom is om met een Nederlands team naar de America’s Cup te gaan. Maar je moet beginnen met investeren.”