Het Schateiland-gevoel

Volgens sommige weerkundigen gaan we een barre winter tegemoet. In gedachten heb ik de schaatsen al onder om te jagen op bevriezende ademwolken. Andere weerkundigen waarschuwen voor te groot optimisme. Op de Nederlandse winter is geen peil te trekken. Weg binnenpret. Maar zonder natuurijs red ik me ook wel.

Onlangs ploeterde ik op de terreinfiets door de Mariapeel. Water links van me, water rechts van me. En daarin verzuipende of reeds gestorven bomen. Ja, de herfst was zacht en vooral nat. Ik herinnerde me de vlottenbouwer die ik lang geleden was. In een onwerkelijke stilte voer ik op een geheimzinnig eiland af.

In gecontroleerde zuurstofschuld overpeinsde ik mijn laatste slechte daden, en mijmerde over het lot van Lance Armstrong: gaat die ten onder in het wassende water, of houdt hij de kruin droog?

King Lance heeft zich ingegraven. Vanuit de kuil worden niet de ferme tweets de wereld in geslingerd die we van de communicatiebegaafde gewend zijn. Topadvocaten met het uurtarief van een bankiersbonus voeren het woord.

Ik vermoed dat Lance soms met een doodsschreeuw ontwaakt in de veronderstelling dat Jeff Novitzky over hem heen gebogen staat. Deze volstrekt onzichtbare, testosteron- en egoloze, in autistische concentratie opererende snuffelaar van de Amerikaanse Food and Drug Administration, is de giftige teek in Armstrongs huid.

De koning moet en zal vallen. Niet omdat die met een paar ampullen epo vals gespeeld zou hebben in een onbetekenend hardfietsspel dat Tour de France heet, maar wel omdat die hiermee geld stal van de belastingbetaler in de jaren dat hij zich laafde aan sponsor US Postal, toch een agentschap van de Amerikaanse overheid.

Novitzky opereert in stilte. Niemand weet welke kaarten hij voor de borst houdt. Bekend is intussen wel dat hij Interpol heeft ingeschakeld, en contact heeft gelegd met Franse, Italiaanse, en Belgische opsporingsautoriteiten. Een Amerikaanse delegatie met De Teek aan het hoofd is recentelijk gesignaleerd in Europa. Een Italiaanse politieofficier is de verwondering nog niet te boven. „Novitzky keert letterlijk elke vuilnisbak om, en soms vind je iets in een vuilnisbak. Om in mijn jargon te blijven: hij vond knikkers om mee te spelen.”

Een andere officier: „Oef, dit was geen toeristische stedentrip.”

In de verzopen Mariapeel dacht ik aan een detail uit de even omvangrijke als aandoenlijke biecht in Der Spiegel van Jörg Jaksche, voormalige klant van de Spaanse dopingdokter Fuentes en bekend onder de codenaam Bella (zijn inmiddels overleden labrador). In de door politierazzia’s geteisterde Festina-Tour van 1998 komt een landgenoot langs hem rijden: „Wat doen jullie met de spullen? Wij zijn van plan ze ergens langs de weg te begraven.”

Ik besefte opeens dat door de bemoeienis van Novitzky met de wielersport het Schateiland-gevoel voorgoed is verdwenen.

Het wordt een barre winter voor de romantische liefhebber.