Heerlijk waren die sombere jaren

Schrijver en leraar Binnert de Beaufort (39) bezocht het concert van Prince. Sindsdien verlangt hij naar de jaren tachtig.

Prince ís de jaren tachtig. Foto AP Musician Prince performs in Yas Island, on the final night of the F1 motor race meeting in Abu Dhabi, United Arab Emirates Sunday, Nov.14, 2010.(AP Photo/Nousha Salimi) AP

Trots vertelde ik de derdejaars studenten Nieuws en Media van de Hogeschool van Amsterdam dat ik die avond naar Prince zou gaan in het Gelredome. Zo van: ik mag dan wel een twee-onder-een-kap in Hilversum bewonen met vrouw, kinderen en kat, toch ben ik nog lang niet afgeschreven.

„Ik vind Prince wel bij u passen, meneer”, zei een studente. Ze bedoelde het goed, maar plotseling voelde ik mij erg oud. En met mij leek ook Prince allengs te transformeren tot een goeiïge grijsaard. Prince, de man die de eeuwige jeugd belichaamt.

Ik ben nooit een echte Prince-fan geweest. Zijn aanwezigheid was vanzelfsprekend in mijn jeugd. Prince behoorde tot het behang van de jaren tachtig. Zelf luisterde ik voornamelijk naar Jimi Hendrix, Pink Floyd en Supertramp. Van het concert van Supertramp in 1987 is me een vrouw zonder neus bijgebleven die naast mij in de metro stond op weg naar Ahoy. Pink Floyd in de Kuip herinner ik mij als één grote strijd tegen het niet out gaan, omdat ik me van tevoren iets te stevig had ingeblowd.

Dat inblowen gebeurde ook voor de poorten van het Gelredome. Uiteraard niet door mij en mijn vriendje, de brave vader en advocaat C. Wij hielden het gedurende deze doordeweekse avond op drie evenementenbiertjes. Morgen moesten er immers weer deals gesloten worden en portfolio’s nagekeken.

We stelden ons bescheiden op, ergens tweederde op het veld, daar waar het niet al te druk was, maar ook weer niet zo leeg dat we opvielen. C. is een gecertificeerd Prince-exegeet en voorzag elk nummer van interessante weetjes: „Dit liedje heeft hij geschreven voor Vanity 6. Dat was een soort Amerikaanse Dolly Dots.” En, bij de eerste ballad: „Er is altijd veel geneukt op de muziek van Prince.”

Daarna volgde een ontroerend exposé over zijn eerste schreden op het liefdespad en hoe die muzikaal werden begeleid door de Amerikaanse artiest.

Gaandeweg het concert leek ook hij steeds meer overmand door nostalgie naar die mooie maar sombere jaren tachtig. Toen we nog bang waren voor zure regen, Shell uit Zuid-Afrika moest, Sovjetleiders luisterden naar namen als Tsjernjenko en Andropov, de poppen van Spitting Image Ronald Reagan persifleerden die in een aanval van seniliteit de derdewereldoorlog ontketende en premier Lubbers zijn ‘boterham met tevredenheid’ serveerde. Om al die ellende te ontvluchten, luisterden we naar Prince die zich met ‘Purple Rain’ letterlijk leek los te zingen van de barre werkelijkheid. En dan die gitaarsolo: inderdaad, één lang uitgesponnen orgasme.

Prince zette 1999 in. C. en ik sprongen euforisch in de lucht, we maaiden enigszins ritmisch met onze armen boven ons hoofd, lieten af en toe een trotse white-man’s-overbite zien.

„Everybody’s got a bomb, we could all die any day. Before I let that happen, I dance my life away. 2000 zero zero party over oops out of time. So tonight I’m gonna party like it’s 1999.” De jaren tachtig samengevat in een pophit.

Hoe zouden mijn studenten over twintig jaar terugdenken aan hún jeugd, bedacht ik mij gisteren, enkele dagen na het concert. Wanneer zij een optreden zouden bezoeken van een medisch compleet gepimpte Lady Gaga? Zouden ze dan denken aan de Haarlemse brievenbuspisser? Aan 9/11? Het „normen- en-waarden” debat? De moord op Fortuyn? Theo van Gogh? De kopvoddentax?

Plotseling kreeg ik medelijden met ze. Omdat ze de jaren tachtig niet hadden meegemaakt. Die donkere jaren tachtig, die op de een of andere manier zoveel lichter leken dan onze huidige tijd van polarisatie.

Of heet dit een midlifecrisis?