Filosoferen over het zwijn zijn: oink oink

Regisseur Paul Koek vraagt met Machine Agricole aandacht voor het lot van de Nederlandse boer.

„Ik wil dat mensen iets meer aan de boeren gaan denken.”

Het muziektheaterstuk Machine Agricole, met acteurs in roze varkenspakken, vindt plaats in een lege stal. Regisseur Paul Koek vraagt zo aandacht voor het lot van de Nederlandse boer.

Kanoverhuur, groene camping, yoga-melken of toch biologisch worden? Boeren in Nederland moeten creatief zijn om het hoofd boven water te houden. In de muziektheatervoorstelling Machine Agricole passeren al hun opties de revue, waaronder ook de meest gekozen oplossing: stoppen.

„Per dag stoppen er in Nederland vijf boeren met hun bedrijf”, zegt regisseur Paul Koek, die zelf als telg van een tuindersfamilie midden in de polder opgroeide. „Ik wil bereiken dat mensen iets meer aan de boeren gaan denken. Dat ze zich realiseren dat er straks misschien nog maar honderd zijn in heel Nederland.”

Plaats van handeling is de boerderij van Piet en Clema van der Geest, vlakbij Warmond. Ook zij houden al een tijdje geen koeien meer. Hun lege stal dient de komende maand als locatie voor Machine Agricole. Twee acteurs in dikke roze varkenspakken filosoferen luid over matigheid, doorbeuken en “zwijn zijn”. Een saxofonist die net achter een zangeres met varkensmasker aanrende, krijgt van Koek de vraag of zijn solo „iets meer Willem Breuker” mag.

De voorstelling vertelt geen lineair verhaal, maar bestaat uit 26 losse onderdelen: vertellingen, interviewfragmenten, liedjes, muziekstukken en zelfs een diner, dat live op het podium wordt bereid met ingrediënten uit de streek en dan aan het publiek wordt geserveerd.

„Ik werk niet meer met de codes van de theaterzaal”, zegt Koek. „Dat kan hier niet. De concentratie is versnipperd, je hebt niet de focus van het lijsttoneel, want de voorstelling is helemaal afgestemd op de locatie.”

De muziek komt grotendeels van twee componisten. De Fransman Darius Milhaud (1892-1974) componeerde in 1919 Machines Agricoles, zes liederen gebaseerd op catalogusteksten over landbouwapparaten zoals een drainage-machine en een geavanceerde ploeg-zaai-begraafmachine.

Deze liederen worden aangevuld met nieuwe muziek van Martijn Padding. Die past uitstekend, vindt Koek: „Martijns muziek heeft een goed soort ironie, iets dubbels: er zitten hele mooie stukken bij, maar dan ineens gaan we weer met zijn allen ‘oink, oink’ - dat is dan gewoon een zeug die wordt gedekt.”

Het zwaartepunt ligt volgens hem bij teksten uit interviews met boeren en boerinnen uit de omgeving. Hoe gaat het met hun bedrijf? Hoe zwaar is de regelgeving? Hebben ze opvolgers? „De één zegt: het houdt allemaal op”, aldus Koek. „De ander gaat biologisch boeren.”

De voorstelling eindigt met een blik naar de toekomst in de vorm van een interview met onderzoeker Willem van Eelen. Die meent dat in de toekomst met kweekvlees al het dierenleed en de honger uit de wereld kunnen verdwijnen. Dan zou de veehouderij misschien helemaal overbodig worden.

Niet vanzelfsprekend goed nieuws, aldus Koek, die zich ook als kunstenaar verbonden voelt met de boeren. „Laatst zei een boer tegen me: Ik snap wel waarom jij dit doet: in Nederland zijn de boeren én de kunstenaars niet meer welkom. Maar als we straks echt weg zijn, gaan ze ons missen.”

theater

Machine Agricole door Veenfabriek en Asko|Schönberg. 18/11 t/m 19/12 Boerenschuur, Zijldijk 8, Warmond, (pendelbus). Inl.: www.veenfabriek.nl.