Een gedoemde planeet? We kunnen de aarde afkoelen!

Klimaatoptimist Bjørn Lomborg geeft met de documentaire ‘Cool It’ antwoord op Al Gores alarmerende ‘An Inconvenient Truth’. Op het IDFA-festival is het een smaakmaker. „Ik ontken het broeikaseffect niet.”

Cool It. Regie Ondi Timoner. Nog te zien op IDFA: vr 26/11, 19.30 uur. ***

Is het een pesterijtje? Of gebrek aan fantasie? Voor zijn film Cool It koos Bjørn Lomborg hetzelfde format als Al Gore in 2006 voor An Inconvenient Truth. Het verbindend element is een lezing die de meester houdt voor een welwillend gehoor. Het betoog wordt gelardeerd met flashbacks en gesprekken met deskundigen. En een enkel bezoekje aan een probleemgebied of geslaagde oplossing.

Bij Al Gore was het iets nieuws. Nu is het ontaard in de grote Bjørn Lomborg-show. We zien Bjørn in T-shirt en op gympen op de fiets naar links sjezen. We zien hem op de fiets naar rechts sjezen. We zien hem in de trein. We zien hem als kleuter, we zien hem tussen mollige meisjes en bij zijn broze moeder-met-Alzheimer. En voor het Amerikaanse Congres. En daar gaat hij weer op de fiets, in zijn T-shirt, met zijn gympjes.

Kregen we van Gore onze zondige levenswandel ingepeperd, moesten we van hem horen dat we woonden op een ‘doomed planet’, Lomborg benadrukt dat we het nog nooit zo goed hebben gehad: lekker eten, schone lucht, warme huizen, prettig transport. De verwoesting van oude architectuur en de kaalslag in de natuur slaat hij over.

Een moderne boodschap is een positieve boodschap, weet Lomborg. Daarom houdt hij de kritiek op Gore beperkt. De verdienste van Gore is dat hij de klimaatkwestie op de agenda zette, prijst hij. Dan somt hij kort Gores fouten op: de zeespiegel gaat niet zes meter stijgen, er komt niet meer wind en niet meer malaria, de ijsbeer leed meer onder de jacht dan onder de opwarming.

De oplettende kijker noteert dat Lomborg het broeikasprobleem erkent en het IPCC een deskundige analyse toeschrijft. Maar Lomborg verwacht helemaal niets van emissiehandel (die nodigt uit tot corruptie, laat hij een deskundige zeggen) en verwacht ook niet dat mensen hun energiegebruik zullen matigen. Dat moet je ook helemaal niet van ze verlangen.

Hij ziet twee oplossingen: alternatieve energie betaalbaar maken en de aarde actief afkoelen met ‘geo-engineering’. Voor dat laatste spreekt hij een hobbyist die zwavelverbindingen in de stratosfeer wil pompen (met een slang die door ballonnen omhoog wordt gehouden) en een hobbyist die zout in de troposfeer wil blazen, dan worden de wolken witter. ‘Yes, we can.’ Lomborg vraagt niet naar getallen en rendementen en rekent niet mee, wat hij anders altijd wel doet.

Wat de alternatieve energie betreft heeft Lomborg zo zijn twijfels over zonnecellen (duur) en windmolens (laag rendement) maar heeft hij hoge verwachtingen van algenkweek, contrapties die golfenergie verzamelen en een vreemd soort kernreactortjes dat nucleair afval gaat verbranden. Hier wreekt zich het feit dat Lomborg politicoloog is.

Als alles faalt komt Lomborg met de derde oplossing: adaptatie. Hier is Holland het geslaagde voorbeeld: Vanaf het ondergespoten voormalig natuurmonument ‘De Beer’ bekijkt Lomborg bewonderend hoe wij dat flikken.