DNA van 65.000 wattenstaafjes

Populatiegeneticus Spencer Wells verzamelde DNA van 65.000 leden van inheemse stammen. Op basis daarvan reconstrueert hij migratiepatronen uit het verleden.

IMAGE IS FOR YOUR ONE-TIME EXCLUSIVE USE ONLY AS A TIE-IN FOR THE NATIONAL GEOGRAPHIC GENOGRAPHIC PROJECT. NO SALES, NO TRANSFERS. Photo by David Evans Dr. Spencer Wells outside of Khorog, Tajikistan.

„Het is een opwindende tijd”, zegt populatiegeneticus Spencer Wells. „Zeventien artikelen staan op het punt te verschijnen in wetenschappelijke tijdschriften. Nog eens tientallen volgen de komende maanden.”

Sinds 2005 verzamelde Wells met zijn Genographic Project DNA van volken over de hele wereld. Met een wattenstaafje schraapten 65.000 mensen wat cellen uit hun wang. Het oorspronkelijke doel van 100.000 verzamelde wattenstaafjes gaan hij en zijn collega’s waarschijnlijk niet halen. Toch kijkt Wells, die vandaag in Utrecht een lezing geeft over het project, tevreden terug op de afgelopen periode.

Nog een jaar zal Wells gegevens verzamelen en nu al bevat de database van het project DNA van 65.000 leden van inheemse stammen uit alle continenten, van de San in Zuid-Afrika en de Tlingit in Alaska tot de Yaghnobi in Tadzjikistan. Het Genographic Project is een reconstructie van de menselijke migratiepatronen op basis van het DNA van mensen die nu leven.

In het DNA ontstaan door de eeuwen heen mutaties, die aan nakomelingen worden doorgegeven. Op basis van deze veranderingen kunnen wetenschappers de verwantschap tussen mensen en bevolkingsgroepen bepalen.

De verwachtingen voor het project waren hooggespannen. Heeft Genographic de wereld op zijn kop gezet? Wells: „Soms vraag ik me wel eens af wat mensen verwachten. Een totale paradigmaverandering? Moet de mens ineens niet meer uit Afrika komen? Nieuwe kennis is altijd gebaseerd op de oude.” Genographic haakt aan bij de heersende theorie dat de mensheid zo’n 60.000 jaar geleden vertrok uit Afrika en in twee fasen de wereld in trok. Toch heeft het project al wel heel wat vragen beantwoord waar de wetenschap eerder geen raad mee wist.

Trokken de boeren in het Neolithicum Europa binnen of namen de daar al vertoevende jagers hun levensstijl over? Wells: „We gaan er nu vanuit dat het een combinatie van beide is. De boeren trokken tot ver in Duitsland; in Nederland is de bevolking een mengelmoes van oorspronkelijke boeren en jagers.” Die conclusie publiceerde Wells twee geleden in het wetenschappelijke tijdschrift PLoS Biology.

In 2008 ontdekten Wells en zijn collega’s al dat een op de zeventien mediterrane mannen Phoenicische voorouders heeft. De Phoeniciërs, afkomstig uit het huidige Libanon, dreven tussen 1500 en 400 voor Christus veel handel in dat gebied. En binnenkort verschijnt een studie waarin tegelijkertijd taal en DNA in de Kaukasus is bestudeerd, vertelt Wells. „Op basis daarvan zien we een prachtige correlatie tussen de ontwikkeling van die twee. Dat zijn resultaten die je met kleine studies niet kunt behalen.”

Het genetisch materiaal van juist de geïsoleerd levende stammen geeft zijn project een schat van informatie: hun DNA is veel ‘puurder’, minder vermengd, dan dat van ons en levert daardoor meer kennis over de vroege verplaatsingen van de mens.

Maar het verzamelen van de gegevens verliep niet overal even soepel. In de eerste jaren wekte het project nogal wat argwaan op. De Amerikaanse Indigenous Peoples Council on Biocolonialism stapte naar de Verenigde Naties om het project een halt toe te roepen. Wells en zijn collega’s zouden over de ruggen van kwetsbare volken hun nieuwsgierigheid bevredigen en een bedreiging vormen voor hun traditionele manier van leven. Eind 2006 werd het project zelfs tijdelijk stilgezet.

Het kostte Wells heel wat energie om het wantrouwen weg te nemen, door de stammen te overtuigen van zijn goede bedoelingen. Dat lukte gedeeltelijk: een aantal stammen, waaronder de Navajo in Arizona, weigeren nog altijd mee te werken. Wells: „De gaten in onze kennis proberen we op te vullen door bij omringende stammen gegevens te verzamelen.”

In andere werelddelen ondervond hij minder problemen. De systematische verzameling van DNA-materiaal van vele duizenden vrijwilligers is volgens Wells de grote kracht van het project: „Voordat Genographic bestond, ging ik als onderzoeker bijvoorbeeld naar Oezbekistan en verzamelde daar driehonderd DNA-monsters, om die vervolgens te vergelijken met wat eerder verzameld was: veel gegevens uit Europa, aardig wat uit Zuidoost-Azië, en nog wat uit Afrika. Probeer daar dan maar eens degelijke conclusies aan te verbinden.”

Wells heeft geen tijd te verliezen, zegt hij. De meest waardevolle bronnen van DNA – mensen die een geïsoleerd bestaan leiden – verdwijnen in rap tempo omdat mensen overal ter wereld massaal naar de steden trekken.

„Als we eind volgend jaar de verzamelfase afronden, verwachten we 70.000 monsters te hebben”, vertelt hij. „En dan hebben we nog de publieke database, op basis van ruim 375.000 door particulieren bestelde kits.” Voor 99 dollar kan iedereen een set bestellen waarmee hij zijn eigen wangslijmvlies kan afnemen en opsturen ter analyse. Veel Europeanen en Amerikanen deden dit.

Wells: „Zo’n kit geeft de eigenaar kennis over zijn voorouders, maar levert ook ons waardevolle informatie. Op basis van 9.000 Italiaanse DNA-kits ontdekten we al dat in havensteden zoals Genua meer sporen van DNA uit het Midden-Oosten voorkomen dan in de rest van het land.”

    • Jop de Vrieze