De neergang van een scholenimperium

Hogeschool Inholland was het fusieproduct van de ‘geweldenaar’ Elbers. Studenten dachten anders over diens megaschool. Nu het hele bestuur weg is, is opsplitsing denkbaar.

‘Turbo Jos’. Dat was de bijnaam van Jos Elbers, de man die aan de wieg stond van de hogeschool Inholland. Huizenhoge ambities had Elbers voor zijn geesteskind, dat op nieuwjaarsdag 2002 het levenslicht zag. Inholland was meteen de grootse onderwijsinstelling van Nederland: 36.000 studenten, 2.500 medewerkers en een jaaromzet van rond de 200 miljoen euro.

Deze megaschool was het product van de fusie van Hogeschool Alkmaar, Hogeschool Haarlem, Hogeschool Holland en Ichthus Hogeschool. Van de laatste was Elbers collegevoorzitter. Het ontstaan van Inholland was de logische laatste stap in een proces dat al decennia gaande was. Gedwongen door bezuinigingen waren hogescholen steeds meer samengegaan in fusie-instellingen. In twintig jaar was het aantal hogescholen gekrompen van een kleine vijfhonderd tot zo’n vijftig.

In de eerste jaren van zijn bestaan groeide Inholland door. In 2005 werd er onderwijs gegeven aan 40.000 studenten, op zeventien onderwijslocaties in Noord- en Zuid-Holland, en was de omzet gestegen tot 260 miljoen euro. Inholland nam in dat jaar tevens een belang van 50 procent in de private businessopleiding Nyenrode. Tussendoor vloog Elbers nog even naar Buenos Aires om overeenkomsten te sluiten met twee lokale universiteiten en bezocht hij de diploma-uitreiking van een Inholland-opleiding in Paramaribo. Kortom: the sky was the limit.

Maar van welk geld gebeurde dit eigenlijk allemaal? De Socialistische Partij stelde Kamervragen aan Mark Rutte, in 2005 staatssecretaris van Onderwijs. De SP meende dat minder dan eenderde van het overheidsgeld dat Inholland ontving, naar onderwijs ging. Het schoolbestuur hield het op 77 procent. Feit was dat Jos Elbers dat jaar bovenaan de lijst van grootverdieners in de onderwijssector prijkte, met een inkomen van 227.109 euro.

De raad van toezicht, die het college van bestuur wellicht wat had kunnen remmen in zijn dadendrang, trok samen op met Elbers. Haddo Meijer, oud-topman van Nedlloyd en voorzitter van de raad van toezicht, zei destijds: „Elbers is een geweldenaar, een uiterst professionele vent, de onderwijssector moet zuinig zijn op zijn talent. We doen veel dingen tegelijk, dat creëert een stukje onrust, dat is onvermijdelijk. Daar moeten we snel doorheen, het dieptepunt is voorbij.”

De onrust waarop Meijer doelde had te maken met de invoering van het zogenoemde competentiegericht onderwijs. Studenten kregen geen kennis meer bijgebracht, maar vaardigheden. Er was vooral sprake van zelfstudie, met docenten als begeleiders. Studenten en docenten hadden grote moeite met de hervormingen. Rutte liet de Onderwijsinspectie onderzoek doen,waaruit naar voren kwam dat alle veranderingen te snel waren doorgevoerd. Elbers was niet onder de indruk. Hij kondigde een eigen „onafhankelijk en wetenschappelijk onderzoek” aan.

De Nederlandse scholieren stemden intussen met hun voeten. Ze keerden Inholland de rug toe; het aantal aanmeldingen kelderden. Uiteindelijk restte de raad van toezicht in 2007 weinig anders dan Elbers te vervangen. Zijn opvolger werd Geert Dales, op dat moment burgemeester van Leeuwarden.

Tot zijn ongenoegen kwam Dales er spoedig achter dat zijn voorganger nog steeds door het gebouw liep. Hij parkeerde zelfs zijn auto nog wel eens op de plek die was gereserveerd voor de voorzitter van het college van bestuur. Wat bleek: Elbers had een contract getekend als adviseur van de hogeschool, tegen een vergoeding van zo’n twee ton per jaar. Om daarvan iets terug te verdienen, werd hij als adviseur verhuurd aan onderwijsinstellingen en bedrijven.

Dales was not amused, en werd nog minder vrolijk toen hij zicht kreeg op de declaratiecultuur die bij Inholland heerste. Elbers en collegelid Lein Labruyère zochten soms de grenzen van het aanvaardbare op bij het inleveren van hun bonnetjes. Pogingen van Dales om de raad van toezicht op dit dossier te laten ingrijpen, mislukten, zeggen bronnen op de school.

Intussen was Dales bezig met een verbeterplan voor het onderwijs. Daarmee werden successen geboekt, bleek uit tevredenheidsonderzoek onder studenten. De rel die deze zomer ontstond rondom onreglementaire versnelde afstudeertrajecten voor trage studenten bij de opleiding media & entertainment management, toonde echter aan dat het college van bestuur nog steeds niet wist – of wilde weten – wat zich op de werkvloer afspeelde. In de machtsstrijd die volgde, trok Dales aan het kortste eind. De raad van toezicht schaarde zich achter de twee collegeleden die er al zaten voordat hij arriveerde.

Die twee, Labruyère en Joke Snippe, hebben gisteren ook het veld geruimd. En Doekle Terpstra, de nieuwe collegevoorzitter, laat een extern bureau het functioneren van de leden van de raad van toezicht onderzoeken. Dales zal deze ontwikkelingen ongetwijfeld met een zeker genoegen hebben aangezien.

En hoe moet het nu verder met Inholland? Betrokkenen fluisteren over ontvlechten, het opbreken van de instelling in kleinere delen. Het is aan Terpstra om te besluiten of de school in zijn huidige vorm levensvatbaar is, of dat de delen op zichzelf beter zijn dan de som.