De kolenmagnaat die rechter fêteerde aan de Rivièra

Oud-mijneigenaar Hugh Caperton kreeg 50 miljoen dollar toegewezen na fraude door de concurrent. Totdat die concurrent gekozen rechters omkocht.

Don Blankenship (rechts), directeur van Massey Energy, trakteerde rechter Elliot E. Maynard ouderwets op een zonvakantie in Frankrijk.

Hij: „De beste dag van ons leven.” Zij: „Alsof we droomden.”

Zomer 2002 kent een rechter in West Virginia een schadevergoeding van 50 miljoen dollar toe aan het kolenbedrijfje van Hugh M. Caperton en zijn vrouw Kathy. Hun mijn was in 1998 failliet gegaan door oplichting en fraude van een concurrent, Massey Energy, een van de grootste kolenconglomeraten van de VS. De rechter oordeelt dat Massey zich „monsterlijk” heeft gedragen.

Het is, achteraf gezien, het begin van een schandaal dat de zwakte van het Amerikaanse systeem van gekozen rechters genadeloos zal blootleggen.

Massey Energy tekent beroep aan, en slaagt erin het Hooggerechtshof van West Virginia met geld en andere middelen in zijn greep te krijgen. Waarna het Hof in 2007 de schadevergoeding voor Caperton nietig verklaart.

Pas daarna komt beetje bij beetje aan het licht wat er gebeurd is. Een opperrechter die Massey Energy niet welgezind is, blijkt te zijn zwart gemaakt met behulp van een nep-actiegroep. Een bevriende opperrechter is dankzij diezelfde groep gekozen. Een derde is ouderwets gefêteerd aan de Franse Rivièra.

„Als ik op spreekbeurten de details vertel, vallen mensen om van verbazing”, zegt Caperton (55) thuis in Daniels, een dorpje in de heuvels van West Virginia. „Ze zeggen: Amerika is toch geen bananenrepubliek?”

Bekende magistraten als Sandra Day O’Connor, voormalig Republikeins lid van het federale Hooggerechtshof, gebruiken nu zijn zaak om, samen met grote bedrijven als WalMart en PepsiCo, de afschaffing van de gekozen rechter te bepleiten. „Een hele eer”, zegt Caperton. „Is de ellende nog ergens goed voor geweest.”

Weinig staten zijn zo vatbaar voor justitiële corruptie als het kleine West Virginia, een naar binnen gekeerde gemeenschap van kolen en achterdocht. De dood is er nooit ver weg. Bij een explosie in een mijn van Massey vielen dit jaar nog 29 doden.

Traditioneel is de mijnbouw een tamme bedrijfstak, maar dat verandert als in de jaren tachtig de hoekige Don Blankenship bij Massey in dienst treedt en later directeur wordt. Blankenship jaagt de vakbonden weg bij elk bedrijf waar hij werkt. Hij is een agressieve tegenstander van klimaatbeleid. Al Gore noemt hij „een groene maniak”. Journalisten die onverwacht vragen stellen zegt hij dat ze zomaar „beschoten kunnen worden”.

Hugh Caperton, zoon van een kolenindustrieel, is zijn tegenpool. Een kalme figuur die het nooit nodig heeft gevonden het conflict met de bonden te zoeken. Hij runt in de jaren negentig een kleine mijn met een zeldzame kolensoort. Die verkoopt hij via een tussenpersoon exclusief aan de staalindustrie. De winst is prachtig.

Dan ineens neemt Blankenship de tussenpersoon over, en claimt dat de staalindustrie Capertons kolen niet meer wil. Caperton is zijn handel kwijt. Blankenship schiet te hulp. Hij wil Capertons mijn wel kopen, zegt hij. Caperton geeft inzage in de boeken, ze komen een prijs overeen, en op het laatste moment haakt Blanken-ship af. Caperton kan geen kant meer op en gaat failliet.

Uit interne documenten van Massey, die Caperton tijdens de rechtszaak in handen krijgt, blijkt dat Blankenship dit hele scenario van tevoren heeft bedacht. „We werden moedwillig gewurgd door een man die zei dat hij ons wilde helpen”, zegt Caperton.

Nadat de rechter Massey in 2002 veroordeeld heeft tot 50 miljoen dollar schadevergoeding aan Caperton, wegens oplichting en valsheid in geschrifte, gaat Blanken-ship over tot vertragingtactieken. Hij doet het ene na het andere procedurele verzoek dat uitvoering van het vonnis in de weg staat. „Pas later drong het tot ons door dat hij de tijd tot de verkiezingen in 2004 moest overbruggen”, zegt Caperton.

Blankenship zet die verkiezingen naar zijn hand met een schaduwactiegroep: And For The Sake Of The Kids. De organisatie mengt zich met een miljoenenbudget in de campagne door een lid van het Hooggerechtshof, Warren McGraw, in tv-advertenties aan te vallen. McGraw heeft eerder ingestemd met de vervroegde vrijlating van een verminderd toerekeningsvatbare man, die een kind molesteerde. Hij verliest en de onbekende advocaat Brent Benjamin wordt in het Hof gekozen. Later zal blijken dat Blankenship drie miljoen dollar – een ongekend bedrag voor een rechtersverkiezing – heeft geïnvesteerd in And For The Sake Of The Kids.

Als het Hof in 2007 over de schadevergoeding voor Caperton oordeelt, wordt Benjamin opgeroepen zich terug te trekken uit de zaak wegens zijn banden met Blankenship. Benjamin weigert. Hij is inmiddels voorzitter van Hof en brengt de beslissende stem uit, drie tegen twee, waardoor Caperton de schadevergoeding misloopt. „Don Blankenship is er met geld in geslaagd het oordeel van het Hof te veranderen”, zal een andere opperrechter, Larry Starcher, later zeggen.

Overigens handhaaft het Hof het oordeel van de lagere rechter dat Massey zich ‘monsterlijk’ heeft gedragen. Het wijst de schadevergoeding af op procedurele gronden af: Caperton had zijn beklag niet moeten doen in zijn staat, West Virginia, maar in Virginia, waar het hoofdkantoor van Massey formeel staat.

Een jaar later wordt de uitspraak van het Hof verder in diskrediet gebracht. Caperton krijgt foto’s toegespeeld waaruit blijkt dat Blankenship in 2006, toen de zaak al aanhangig was bij het Hof, in de Franse Rivièra vakantie heeft gevierd met een andere opperrechter, Elliot E. Maynard, die ook in het voordeel van Blankenship heeft gestemd. Ze laten zien dat de twee mannen het goed met elkaar hebben. „Ik kots op mijn collega’s”, reageert collega-opperrechter Starcher.

Uiteindelijk komt de zaak in 2009 voor het federale Hooggerechtshof in Washington. De hele magistratuur van West Virginia staat te kijk. Caperton wordt bijgestaan door de conservatief Ted Olson, die Bush vertegenwoordigde in de zaak tegen Gore over de onbesliste verkiezingen van 2000. Ook heeft hij steun van grote bedrijven zoals WalMart en PepsiCo, die willen dat „het bedrijfsleven en de burger het signaal krijgen dat gerechtelijke beslissingen niet te koop zijn”. Caperton wint de zaak bij het federale Hof, die de kwestie terugverwijst naar het Hof in West Virginia. Hij schiet er alleen niets mee op. Ook in een nieuwe samenstelling handhaaft dit Hof het oordeel dat Caperton zijn zaak in de verkeerde staat aanhangig heeft gemaakt.

En zo leeft Hugh Caperton nu in twee werelden. Op spreekbeurten in het land wordt hij gepresenteerd als de man die grote bedrijven en invloedrijke conservatieve juristen – O’Connor, Olsen – overtuigde dat de gekozen rechter de rechtspraak corrumpeert.

Tegelijkertijd dreigt de zaak voor hemzelf te eindigen in een drama. Na twaalf jaar procederen heeft hij de schadevergoeding nog steeds niet gekregen. Onlangs moest hij een nieuwe procedure beginnen om de zaak gaande te houden. Zijn spaarcenten zijn op. En omdat niemand in de kolenindustrie hem werk durft te geven – Massey domineert de markt in West Virginia – dreigt hij failliet te gaan. „Ik vecht door”, zegt hij, „maar ik weet niet of ik over een jaar nog een huis heb.”

„Dromen doen we niet meer”, zegt zijn vrouw.