De invoer van kunst is ook in gevaar

opinext@nrc.nl

Met het instemmen voor de verhoging van de btw op kunst is tevens gekozen voor een verhoging van de btw op invoer van kunstobjecten van buiten de EU. Anders dan bij de btw-verhoging voor kaartjes voor podiumkunsten betreft het geen reguliere verhoging, maar een drastische koerswijziging. De btw op kunstvoorwerpen valt immers al onder het hoge tarief. De verhoging betreft de heffing op de import van kunstvoorwerpen van buiten de EU. Die heffing zal stijgen van 6 naar 19 procent. Dit betekent een dreun voor de concurrentiepositie van de Nederlandse kunstmarkt, aangezien in alle landen om ons heen een laag tarief wordt gehanteerd.

Als de invoer van kunstvoorwerpen in Nederland voortaan wordt belast met 19 procent btw, dan wordt in Nederland geen kunst meer ingevoerd. Wij weten uit ervaring dat handelaren ook nu al soms een andere route kiezen, bijvoorbeeld invoer via Londen, waar 5 in plaats van 6 procent btw op kunstimport moet worden afgedragen.

In het meest recente, onafhankelijke onderzoeksrapport van TEFAF wordt aangetoond dat er een sterke correlatie bestaat tussen de hoogte van de importheffing en het volume van de import. Indien het btw-verschil met Nederland 14 procent wordt, zoals nu is voorgesteld, is de kans levensgroot dat rechtstreekse import van kunst in Nederland drastisch vermindert. Als gevolg hiervan zal de Nederlandse Staat eerder minder opbrengsten genereren dan meer.

Hiermee schiet het kabinet zijn bezuinigingsdoelstellingen voorbij. Alleen al om die reden dient de Eerste Kamer dit voorstel te heroverwegen.

Robert D. Aronson en Drs. Paul J.W.A. Hustinx

Resp. voorzitter Vereeniging van Handelaren in Oude Kunst (VHOK) en directeur TEFAF / pAn Amsterdam