De Chinese inflatie wordt een steeds groter probleem

China heeft een inflatieprobleem. De beleidsmakers moeten de rente optrekken, maar zijn bezorgd dat daardoor nóg meer mensen hun schulden niet kunnen afbetalen en dat er speculatief kapitaal door zal worden aangetrokken. Twee maatregelen binnen twee weken om de eisen aan de bankreserves te verhogen en nieuwe stappen om de consumentenprijzen te stabiliseren, zullen slechts een marginale invloed hebben op de stijgende prijzen. Het zou beter zijn geld naar het buitenland te laten wegstromen.

De inflatie wordt veroorzaakt door de enorme liquiditeit. De brede geldvoorraad (M2) is sinds 2008 grofweg verdubbelt naar 10 biljoen dollar (7,3 biljoen euro). De instroom van buitenlands geld heeft daarbij een rol gespeeld. De centrale bank heeft het equivalent van 1 biljoen dollar (730 miljard euro) in het systeem gepompt, om buitenlandse valuta’s van de burgers op te kopen. De vraag is hoe méér van dat geld naar buiten kan worden weggesluisd.

Eén manier zou zijn Chinese beleggers toe te staan méér bezittingen in het buitenland te kopen. De Chinezen hebben tot nu toe 67 miljard dollar (49 miljard euro) in buitenlandse aandelen mogen steken, 2,5 maal méér dan buitenlanders in China mogen kopen. Bedrijven aanmoedigen om meer in het buitenland te investeren helpt ook. De Verenigde Staten kunnen best wat geïmporteerde inflatie gebruiken. De buitenlandse investeringen zijn tussen 2003 en 2009 achttien maal gestegen, naar 56 miljard dollar (41 miljard dollar), aldus officiële cijfers. Maar het geld neigt naar de hoogste rendementen te stromen. China heeft in 2009 70 procent méér directe buitenlandse investeringen ontvangen dan vice versa.

Als de privésector de leiding niet wil nemen, moet de staat dat misschien maar doen. De Chinese autoriteiten kopen nu al ieder jaar miljarden dollars aan buitenlandse staatsobligaties. Zij zouden de binnenlandse liquiditeit kunnen opdweilen door staatsobligaties uit te geven en dat geld kunnen gebruiken om in het buitenland te beleggen. Maar staatsbeleggers zijn in het buitenland niet altijd welkom. Het exporteren van de Chinese munt, de yuan, om anderen ertoe aan te zetten Chinese goederen op te kopen, heeft ook niet gewerkt. Beijing heeft aangeboden buitenlandse regeringen miljarden te lenen, maar daar is weinig gebruik van gemaakt.

Al deze problemen gaan terug op één gemeenschappelijke bron: de ondergewaardeerde yuan. Binnenlandse beleggers verwachten een opwaardering van de yuan, wat hen een krachtige reden verschaft om hun geld dichtbij huis te houden. De markt houdt rekening met een waardestijging van de munt met 3 procent op jaarbasis ten opzichte van de dollar. Als China de inflatie wil bestrijden door lucht uit de ballon te laten lopen, zou het laten stijgen van de waarde van de munt een goed begin zijn.

Wei Gu