Conglomeraten à la Inholland: opbreken

Geert Dales, de gewezen Noord-Zuidlijn-wethouder van Amsterdam, heeft een scherp pennetje. De onderzoekscommissie van de Amsterdamse gemeenteraad die het afgelopen zomer waagde Dales (VVD) te kritiseren kreeg per kerende post repliek. In een ingezonden brief in Het Parool hekelde Dales „zo’n simpel projectje” als een raadsonderzoek dat drie keer langer duurde dan gepland en 80 procent meer kostte dan begroot.

Hoezo klachten over kostenoverschrijdingen op de complexe en innovatieve Noord-Zuidlijn?

Dales was inmiddels, na een uitstapje als burgemeester van Leeuwarden, sinds medio 2007 voorzitter van het college van bestuur van hogeschool Inholland. Daar vertrok hij zes weken geleden na de eerste golf van kritiek op gesjoemel met diploma’s.

Nu is de crisis bij Inholland compleet. Doekle Terpstra (ex-CNV-voorzitter, ex-HBO-raad) moet als tijdelijk voorzitter orde op zaken stellen.

Voor Dales wordt het menens. Zijn briefje in Het Parool was typisch Amsterdamse bluf. De vraag is: blijft het in de politieke reacties en maatregelen bij Haagse bluf? Of barst de furie los?

Twee andere bestuurders van Inholland moeten ook het veld ruimen, de verantwoordelijke raad van toezicht onderzoekt zichzelf en stelt al wijzigingen in de samenstelling in het vooruitzicht, en het ministerie en de Onderwijsinspectie hebben eigen onderzoeken aangekondigd. Om te beginnen wil staatssecretaris Zijlstra (VVD) een deel van Dales’ gouden handdruk terug. Inholland noemde het bedrag eerst niet, maar zei dat het sober was. Het bleek 180.000 euro (een jaarsalaris) te zijn. Het kabinet-Rutte trekt de normen van Balkenende door: de ontslagvergoedingen moeten omlaag. Zijlstra kan niet aan Dales’ geld komen, maar een (nieuwe) raad van toezicht kan het straks wel proberen.

Inholland (37.500 leerlingen, 2.900 medewerkers, 255 miljoen euro omzet) is het schoolvoorbeeld van vrijwel alles wat mis is gegaan in de afgelopen vijftien jaar in de semipublieke sector. Dat is de verzamelnaam voor al die zelfstandige en private stichtingen die met overheidsgeld publieke taken vervullen – in de gezondheidszorg, in het onderwijs, in de omroep, in de cultuur en in de volkshuisvesting.

De gevolgen zijn zichtbaar. Onbeheerste expansiedrift komt tot uiting in overbodige fusies. Schaalvergroting. Meer verantwoordelijkheden ‘verdienen’ vanzelfsprekend extra betalingen (inclusief bonussen). De beloningshausse komt op gang. De afstand ten opzichte van wat vroeger de werkvloer heette, groeit en groeit.

Inholland staat niet alleen. Vorig jaar implodeerde het Meavita-zorgconcern, een vergelijkbaar product van fusie-op-fusie waar ooit 20.000 mensen werkten. Het conglomeraat ging na zelfoverschatting en falende financiële controle failliet. De overheid moest 37 miljoen euro storten om de continuïteit van de zorg veilig te stellen.

Zover hoeft het bij Inholland niet te komen. Het is wel de tweede waarschuwing voor politiek Den Haag. Conglomeraten als Inholland en Meavita volgden trends uit het zakenleven, maar zonder de correctiemechanismen die ondernemingen bij de les houden. De semipublieke conglomeraten verloren hun kernbedrijf uit het oog. Zij missen zoiets simpels als een aandeelhoudersvergadering waar de bazen publiek verantwoording moeten afleggen. Raden van toezicht blijken niet effectief genoeg, ook al zitten zij vol topmanagers uit het bedrijfsleven.

Nieuwe bestuurs-, toezichts- en beloningscodes kunnen achterwege blijven. Het kabinet-Balkenende begon met een toetsing van fusies. Dat is symptoombestrijding. Ga naar de kern. Breek de conglomeraten op.

MENNO TAMMINGA