Boswachters schieten niet snel genoeg

Het ecologisch concept in de Oostvaardersplassen staat nog overeind, oordeelt een internationale commissie.

Maar het beheer van het wildpark is „onacceptabel”.

Het ecologische concept van de Oostvaardersplassen staat nog overeind. De vierduizend heckrunderen, konikpaarden en edelherten hoeven niet, zoals op de Veluwe, willekeurig te worden afgeschoten tot een gewenst aantal is bereikt. Ze mogen rustig oud worden.

Maar er moet wél veel veranderen, vindt een internationale commissie onder voorzitterschap van oud-staatssecretaris Dzsingisz Gabor. Veel dieren hebben de afgelopen jaren nodeloos geleden onder honger en kou. „Wat er is gebeurd, is absoluut niet acceptabel. Deze praktijk kan niet”, zegt Gabor over het wildpark.

Beheerder Staatsbosbeheer krijgt er van de commissie behoorlijk van langs. De boswachters en dierenartsen hoeven de dieren niet bij te voeren. Dat leidt alleen maar tot nog grotere sterfte en veel te grote populaties. Maar ze moeten volgens de commissie veel eerder zwakke dieren afschieten dan ze nu gewend zijn. „Ze schieten veel te laat”, zegt Jacques Kaandorp, lid van de commissie en dierenarts in safaripark De Beekse Bergen. Verzwakte dieren moeten niet pas een genadeschot krijgen als ze bij wijze van spreken al bijna dood zijn, maar zodra een vermoeden bestaat dat ze de winter niet overleven.

Kaandorp: „Je loopt de kans dat je er een paar afschiet die de winter toch zouden zijn doorgekomen. Maar dat is altijd nog beter dan honderden dieren laten creperen.” En als dat afschieten niet het gewenste effect heeft en er alsnog honger dreigt, dan moet een population crash worden veroorzaakt, waarbij grote aantallen dieren in korte tijd worden afgeschoten.

Staatsbosbeheer moet ook veel meer beschutting bieden voor de dieren, door „richels” die de dieren beschermen tegen vooral koude wind. Ook moeten stukken bos naast de Oostvaardersplassen voor de dieren worden opengesteld. Verder moet haast worden gemaakt met de aanleg van een wildwissel, een honderdtwintig meter breed pad waarover met name de edelherten zich naar het Horsterwold kunnen verplaatsen. De Britse hoogleraar Debby Reynolds, voormalig chief veterinary officer van het Verenigd Koninkrijk en commissielid : „Vier jaar geleden hebben wij als commissie meer beschutting gevraagd. Maar die is er nog altijd nauwelijks. Terwijl schuilplaatsen cruciaal zijn voor het welzijn van dieren.”

De commissie zegt goed te hebben geluisterd naar de „maatschappelijke moraal”. Die heeft zich verscherpt. Vier jaar geleden had de internationale commissie nog veel begrip voor het standpunt dat je dieren zo veel mogelijk met rust moest laten, óók als de dieren het moeilijk hadden. Zo gaf je de dieren als het ware de kans een winter te overleven. Maar de maatschappelijke weerzin tegen het lijden van dieren is gegroeid. „We hebben geen wetenschappelijke analyse gemaakt van de maatschappelijke moraal, maar het is wel duidelijk dat men geen onnodig lijden wil”, zegt commissielid Frauke Ohl, hoogleraar dierenwelzijn aan de Universiteit Utrecht.

De dieren in de Oostvaardersplassen zijn volgens de commissie in staat „vrijwel al hun natuurlijke en sociale gedrag te vertonen” en zijn in dat opzicht goed te vergelijken met dieren in het wild. Maar anderzijds nemen vooral paarden en runderen voor de mens toch een „tussenpositie” in tussen wilde en gehouden dieren. Om die reden rust op de mens de „morele plicht” de dieren leed te besparen.

Staatssecretaris Henk Bleker (Natuur, CDA) is tevreden over het advies, onder meer omdat het „boerenwijsheden” bevat zoals dat alleen goed beschutte dieren de winter doorstaan. Wel vraagt hij zich af of in geval van een „Elfstedenwinter met drie maanden sneeuw” er wellicht niet toch moet worden bijgevoerd.

Directeur Chris Kalden van Staatsbosbeheer trekt zich vooral het ontbreken van beschutting aan. „Daar buig ik het hoofd.” En dat het beheer volgens commissievoorzitter Gabor absoluut niet acceptabel is geweest? „Dat laat ik voor zijn rekening.”