Als de politie niks doet, stromen overvallers door naar georganiseerde misdaad

Door gebrek aan ervaring en routine heeft de politie weinig greep op overvallen.

Elk korps zou een speciaal team moeten hebben met doorgewinterde rechercheurs.

De aanpak van overvallen door politie en justitie grenst aan straffeloosheid. De kans dat een overvaller wordt gepakt en veroordeeld, is klein. De geloofwaardigheid van de politie, van de hele rechtsstaat, staat op het spel.

Op de achtste etage van gebouw Montesquieu van de Tilburgse universiteit knikken drie wetenschappers instemmend. Dit zijn conclusies van het onderzoek dat onder hun leiding is gedaan door de Universiteit van Tilburg, samen met twee wetenschappelijk bureaus.

De onderzoekers constateren verder dat „het landelijk beleid bij overvallen weinig samenhang en diepgang vertoont” en dat „van daadwerkelijke landelijke of bovenregionale aansturing van de opsporing geen sprake is”.

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Taskforce Overvallen, een adviesclub die de minister van Justitie vorig jaar heeft ingesteld om de aanpak van overvallen te verbeteren. Aanleiding was de alarmerende stijging van het aantal overvallen sinds 2007.

In een gesprek over de onderzoeksresultaten voert hoogleraar rechtsvergelijking Cyrille Fijnaut het hoogste woord. De criminologen Hans Moors en Ben Rovers vullen aan en vallen bij.

De overval op een Tilburgse bank in 1965 geldt als de eerste grote overval in Nederland. Wat valt op aan de ontwikkeling van het aantal overvallen sindsdien?

„Tussen midden jaren zeventig en halverwege jaren negentig nam het aantal overvallen geleidelijk en vrij constant toe. Sindsdien wisselen periodes van sterke toename en afname elkaar af. Tussen 2000 en 2006 daalde het aantal overvallen met 32 procent. Vanaf 2007 steeg het aantal met 52 procent tot het recordniveau van 2.898 vorig jaar.”

In vergelijking met andere misdrijven is het aantal nog altijd laag. Wat maakt de huidige situatie toch zo alarmerend?

„De impact van overvallen op de samenleving is enorm. Op individuen, op woonwijken, op winkelstraten, op bedrijfssectoren. Het gebruik van geweld neemt toe. Tegelijkertijd keldert het aantal opgehelderde overvallen van 36 procent in 2004 naar 23 procent in 2009.”

Hoe komt het volgens u dat de politie zo weinig greep op overvallen heeft?

„Vrijwel alle korpsen nemen pas maatregelen als ze met een toename van het aantal overvallen te maken krijgen. Maatregelen hebben altijd succes. Dus daalt het aantal overvallen en verflauwt de aandacht. De opgebouwde deskundigheid ebt weg. Tot de volgende golf. Expertise en contacten moeten telkens opnieuw worden opgebouwd.”

U gaat ervan uit dat de politie daardoor geen goed beeld heeft van de daders?

„De politie denkt bij een overval aan een instapdelict, een eerste misdrijf van een beginnende crimineel. Dat klopt niet. Verdachten van een overval zijn weliswaar jong, gemiddeld tussen de 15 en 30 jaar. Maar ze zijn gemiddeld 12 tot 16 keer eerder met de politie in aanraking geweest.”

De politie heeft ook geen goed beeld van het misdrijf?

„Overvallen zijn gewelddadige vermogensdelicten. Overvallers doen ook aan gewelddadige inbraken en berovingen. Ze gebruiken wapens. Maar binnen de politie is er geen contact tussen jeugdpolitie of wapenrechercheurs en mensen die zich met overvallen bezighouden. Je houdt het niet voor mogelijk.”

Waarom is het maatschappelijk zo riskant dat de politie geen greep op overvallen heeft?

„Als je zo’n ernstig probleem al zo lang niet onder controle krijgt, komt de geloofwaardigheid van de politie in het geding. Dat roept vragen op over de slagkracht van de politie in het algemeen. Er dreigt een crisis in de opsporing.”

Wat staat er volgens u nog meer op het spel?

„Overvallen zijn een opstap naar de zware georganiseerde misdaad. Een crimineel die bij overvallen laat zien dat hij bereid is grof geweld te gebruiken, versterkt zijn reputatie. Het gevaar is groot dat succesvolle, jonge overvallers doorstromen naar de harde kern van de georganiseerde misdaad. Een van de korpschefs ziet dat in zijn stad al gebeuren. Namen noem ik niet.”

Terwijl terugdringen van het aantal overvallen volgens u tamelijk simpel is?

„Elk korps zou een permanent operationeel team voor de aanpak van overvallen moeten hebben dat bestaat uit doorgewinterde rechercheurs. Die club moet verbindingen leggen met jeugdpolitie, met de afdelingen die zich bezighouden met illegaal wapenbezit en illegale drugshandel, met het bedrijfsleven en justitie. Een permanent team bij de Nationale Recherche zou voor de landelijke en bovenregionale aansturing moeten zorgen.”

De Taskforce kreeg vorig jaar als doel om het aantal overvallen in 2010 met 20 procent terug te dringen in vergelijking met 2008. Dat doel wordt bij lange na niet gehaald. U vindt dat doel op termijn nog lang niet ambitieus genoeg?

„Waarom zou je je tevreden stellen met tweeduizend overvallen per jaar? Waarom zou dat niet terug kunnen naar duizend? In het Belgische Gent is de pakkans bij overvallen 70 procent, drie keer zo groot als in Nederland. Dat is in Nederland ook haalbaar.”