Afdwalen maakt somber

Dagdromen maakt somber, zelfs als gedachten zich naar iets leuks begeven.

Psychologen vroegen 2.250 Amerikanen via hun iPhone naar hun geluksgevoel.

Spoof road signs are erected in front of the European Commission headquarters in Brussels December 13, 2007. British campaigners for a referendum on the European Union's reform treaty were left deflated on Thursday when a protest stunt came to grief outside an EU summit. REUTERS/Thierry Roge (BELGIUM) REUTERS

U bent nu op pagina 22 van deze krant. Heeft u de artikelen hiervoor met volledige aandacht gelezen? Of zijn uw gedachten af en toe afgedwaald? Voor ons zou dat jammer zijn, maar voor uzelf is het nog erger. Want mensen voelen zich over het algemeen slechter op momenten dat ze over iets anders nadenken dan wanneer ze zich concentreren op wat ze eigenlijk aan het doen waren, ontdekten twee Amerikaanse psychologen.

Dat een sombere bui de geest doet afdwalen was al bekend, maar nu is ook het omgekeerde aangetoond: een afdwalende geest maakt somber. Zelfs als de gedachten zich naar iets leuks begeven, raken mensen daardoor niet in een beter humeur dan wanneer ze zich waren blijven concentreren. En als de gedachten naar iets neutraals of vervelends afdwalen, gaan mensen zich slechter voelen, zo staat in Science.

Er deden 2.250 vooral Amerikaanse volwassenen aan het onderzoek mee. Via hun iPhone werden zij op willekeurige momenten van de dag ondervraagd over hun geluk en hun eventueel afdwalende gedachten.

Wat deze mensen ook aan het doen waren, hun gedachten waren in gemiddeld 47 procent van de gevallen afgedwaald. Alleen tijdens seks gebeurde dat veel minder vaak (de onderzoekers rapporteren niet hoe vaak, The New York Times meldt 10 procent). Het is natuurlijk moeilijk om toe te geven dat je er met je gedachten niet bij was als iemand vlak bij je ligt.

Meestal (42,5 procent) dwaalden de gedachten af naar iets leuks, minder vaak naar iets neutraals (31 procent) of vervelends (26,5 procent). Het humeur van de deelnemers werd sterker bepaald door hun gedachten dan door wat ze aan het doen waren. En als ze op een bepaald moment waren weggedroomd, vergrootte dat de kans dat ze zich op het volgende meetmoment ongelukkiger voelden.

Veel psychologen hebben het niet zo op dagdromen of mind wandering, het zwerven van de geest. Dagdromen gaat ten koste van goed leren, zeggen deze onderzoekers. Naarmate mensen een slechter kortetermijngeheugen hebben, dwalen hun gedachten vaker af.

Na het drinken van alcohol dwalen de gedachten ook sneller af en dat hebben mensen dan zelf niet in de gaten, zo bleek onlangs uit onderzoek in Psychological Science. De deelnemers hadden de opdracht gekregen om te lezen in Tolstojs War and Peace. Aan oogbewegingen is te zien wanneer ‘lezers’ even niets opnemen.

Het vermoeden bestaat (zo werd in 2007 in Science beschreven) dat de hersenen tijdens zulk dagdromen terugspringen naar een soort basistoestand. Het zogeheten ‘default netwerk’ wordt actief: verschillende gebieden in de hersenschors waarvan bekend is dat ze ‘in rust’ actiever zijn dan anders (zoals de mediale rostrale prefontale cortex en de precuneus) lijken willekeurige gedachten te genereren.

En dat is de positieve kant van dagdromen, volgens de stroming binnen de psychologie die het verschijnsel wél gunstig gezind is. Dagdromen ligt ten grondslag aan de menselijke creativiteit, zegt Jerome Singer van Yale University al jaren (en Freud zei het ook al). Onze geest mengt onze gedachten, maakt nieuwe, verrassende combinaties, vindt oplossingen voor problemen en creëert het psychisch basismateriaal voor allerlei soorten kunst. En zo ontstaat ook onze allerpersoonlijkste binnenwereld. Waarover mensen niet graag openheid geven: als ze de keus krijgen, vertellen ze liever iets anders over zichzelf dan waarover ze dagdromen (stond in 2005 in Imagination, Cognition and Personality).

Maar hoe het precies kan dat je er somber van wordt, blijft vooralsnog onduidelijk. Misschien omdat de gedachten toch wel erg vaak naar iets vervelends of hooguit neutraals afdwalen. Misschien omdat dagdromen een mens uit zijn flow haalt. Of misschien omdat mensen zich er schuldig over voelen. Het tijdschrift Consciousness and Cognition publiceerde vorig jaar een geval van een 36-jarige alleenstaande vrouw die al sinds haar kindertijd dagelijks urenlang in een zelf gecreëerde fantasiewereld doorbracht, zodra ze iets saais deed en/of alleen was. Ze had verder geen psychiatrische symptomen, maar ze vond dat het gedroom haar (relationele) leven in de weg zat. Nadat ze pillen had gekregen tegen deze obsessief-compulsieve stoornis zei ze het dagdromen beter te kunnen beheersen. Het artikel vermeldt niet waar haar fantasieën over gingen.