Adel en verantwoordelijkheid verplichten

Hij heeft charme en humor, en is niet bang voor stevig beleid, zoals afschaffing van de dienstplicht. de Duitse minister van Defensie, Karl-Theodor zu Guttenberg, heeft alles mee om ooit bondskanselier te worden.

Het was aardedonker en het miezerde toen de Duitse minister van Defensie, de jonge Karl-Theodor zu Guttenberg, gisteravond in Dresden met een ‘grote taptoe’ eer liet betuigen aan twintig jaar krijgsmacht in het verenigde Duitsland.

De populairste politicus van de Bondsrepubliek had in een eloquent geformuleerd dankwoord een harde boodschap: de dienstplicht wordt per 1 juli 2011 afgeschaft. Van een leger van nu nog 250.000 man zullen maximaal 185.000 militairen overblijven. Maar zoals het altijd met Zu Guttenberg gaat, werden zijn woorden geaccepteerd. Hij was de ster van de avond. Meer nog dan het muziekbataljon dat keurig in gelid Josef Bachs concertmars Viribus Unitis (‘met vereende krachten’) speelde. En meer ook dan bondskanselier Angela Merkel, die Zu Guttenberg en de aanwezige generaals „plezier” toewenste met de reorganisatie van de Bundeswehr.

Baron Karl-Theodor Maria Nikolaus Johann Jacob Philipp Franz Joseph Sylvester von und zu Guttenberg, 38 jaar oud, wordt algemeen gezien als de grote favoriet voor een toekomstig bondskanselierschap. Als hij tenminste geen fouten in zijn politieke carrière maakt. Zijn populariteit is in korte tijd tot grote hoogte gestegen. Hij en zijn vrouw Stephanie (morgen 34 jaar, een geboren gravin Von Bismarck-Schönhausen en achterachterkleindochter van ‘ijzeren kanselier’ Otto von Bismarck) hebben de Duitse republiek door hun jeugd en adellijk voorkomen koninklijke allure gegeven.

Zu Guttenberg vindt z’n immense geliefdheid en de aandacht voor zijn persoon „eng en absurd”. Hij heeft meermaals gezegd dat het „zo voorbij” kan zijn. Dat hij „bescheiden” wil zijn en zijn onafhankelijkheid wil bewaren om, mocht dat nodig zijn, „een leven buiten de politiek” te beginnen.

Die woorden zijn tekenend. Altijd even dimmen. Net een iets andere toon zetten dan anderen. Soeverein een eigen koers zoeken. Zo heeft hij zich de afgelopen twee jaar in de kabinetten van Angela Merkel weten te onderscheiden. Als minister van Economische Zaken was hij de enige bewindspersoon die in de geruchtmakende overnamestrijd om Opel tegen staatssteun aan dit noodlijdende Duitse autoconcern was. Als minister van Defensie durfde Zu Guttenberg anders dan zijn voorganger ronduit te zeggen dat Duitsland in Afghanistan betrokken is bij een „oorlog” waarbij soldaten „sneuvelen”; woorden die in Duitsland jarenlang taboe waren.

Net zo opmerkelijk was zijn recente uitlating dat het veiligstellen van handelswegen en energiebronnen „vanuit militair en globaal-strategisch oogpunt” moet worden gezien. Toen afgelopen voorjaar de Duitse president Horst Köhler ongeveer hetzelfde zei, kreeg hij zware kritiek te verduren en trad korte tijd later als staatshoofd af. Gewapende handelspolitiek is in strijd met de Duitse grondwet. Nu Zu Guttenberg het zegt, valt niemand erover. Sterker nog: in de Duitse pers kreeg hij lof voor zijn „gedurfde woorden”.

Karl-Theodor zu Guttenberg (‘KT’ voor intimi) is telg uit een oeroud Beiers (‘Frankisch’) adelshuis. Al rond 1150 worden zijn voorvaderen in eeuwenoude oorkonden genoemd. Hij is de zoon van de in Duitsland bekende dirigent Enoch zu Guttenberg en de van haar man gescheiden Christiane Henkell-Von Ribbentrop. Zijn jongere broer Philipp is directeur van een bedrijf dat de uitgestrekte familielanderijen in Zuid-Duitsland en Oostenrijk beheert. Zu Guttenberg heeft rechten en politicologie gestudeerd en werkte korte tijd in het internationale bedrijfsleven. Bondskanselier Merkel zei eens dat ze hem waardeert wegens zijn „internationale oriëntatie”. En omdat hij „charme en Witz heeft en weet hoe hij mensen voor zich moet innemen”.

Maar daarmee is zijn immense populariteit nog niet verklaard. Karl-Theodor zu Guttenberg lijkt iets te vertegenwoordigen dat ook in de Duitse politiek verloren dreigt te gaan: een systeem van waarden en verantwoordelijkheden dat brede lagen van de bevolking aanspreekt. Zijn taalgebruik is onpolitiek. Als het nodig is, zoekt hij de controverse – maar niet op een wijze die de samenleving splijt. Hij komt integer en authentiek over. Zu Guttenberg durft grote thema’s aan te snijden en veranderingen door te drukken; zie Opel en het afschaffen van de dienstplicht. Zijn motto luidt „verantwoordelijkheid verplicht”; een kleine maar veelzeggende variatie op ‘adel verplicht’.

Zijn moeder zei in een tv-documentaire over het geslacht Zu Guttenberg: „We hebben door onze afkomst al zoveel gekregen, dat we minstens het dubbele aan de samenleving willen teruggeven.” Dat is tevens de rode draad in het leven van z’n vader Enoch, de dirigent. Zijn politieke belangstelling heeft ‘KT’ van zijn grootvader, naar wie hij genoemd is. Karl-Theodor ‘de oude’ heeft naam gemaakt als eigenzinnig Bondsdaglid en staatssecretaris in het kabinet van kanselier Kurt Georg Kiesinger, eind jaren zestig.

Maar misschien nog bekender was hij als de officier die in de Tweede Wereldoorlog samen met z’n oom rebelleerde tegen Adolf Hitler. Zijn oom werd door de nazi’s vermoord; een voor de familie ingrijpende gebeurtenis die de naam van de Guttenbergs voor altijd verbindt met het verzet tegen Hitler. De familie heeft hiermee anders dan de meeste Duitse adellijken – die met het Hitlerregime heulden – haar reputatie schoon weten te houden. Dat werkt door tot op de dag van vandaag.

Er is wel eens gezegd dat de jonge Zu Guttenberg lid is van de verkeerde politieke partij, de CSU, de Beierse zusterpartij van Merkels grotere CDU, die in de Bondsrepubliek altijd de christen-democratische kanseliers heeft geleverd. Nog nooit is een rooms-katholieke Beier en CSU’er erin geslaagd om kanselier van Duitsland te worden. Voor Karl-Theodor zu Guttenberg lijken de kaarten goed te liggen – maar pas als Merkel definitief weg is.