Verkrachting wordt oorlogsmisdaad

Jean-Pierre Bemba, center rear, is seen with his lawyers in court at the International Criminal Court in The Hague, Netherlands, Tuesday Oct. 19, 2010. The appeals panel at the International Criminal Court has rejected former Congolese Vice President Jean-Pierre Bemba's bid to have five counts of rape, murder and pillaging charges against him thrown out arguing against the court's jurisdiction to try him for allegedly commanding a militia responsible for atrocities in the Central African Republic in 2002-2003.(AP Photo/Peter Dejong) AP

Vanaf vandaag staat de Congolese militieleider en politicus Jean-Pierre Bemba (48) terecht bij het Internationale Strafhof in Den Haag. Als oud-vicepresident, oud-presidentskandidaat en senator is Bemba de hoogstgeplaatste verdachte in hechtenis bij het hof.

Hij is ook een hoofdrolspeler op een van de grootste slagvelden uit de geschiedenis: de Democratische Republiek Congo. De aanhoudende Congolese oorlogen hebben al miljoenen levens gekost. Maar voor zijn rol daarbij staat Bemba, aanvoerder van de militie Mouvement de Libération du Congo (MLC), niet terecht.

Voor de rechtspraak geldt alleen de bewijsbaarheid. Vandaar dat de Congolese militieleider en politicus vanaf vandaag bij het Internationale Strafhof in Den Haag terechtstaat voor een strak afgebakende zaak: oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in een buurland, de Centraal Afrikaanse Republiek.

Meer is er niet te verwachten, zei hoofdaanklager Louis Moreno-Ocampo vorige week tegen journalisten. „Het is te hopen dat Bemba een zware straf krijgt, zodat er geen ander proces nodig is. We kunnen niet alle gebeurtenissen aan de orde brengen. Het is niet onze taak om geschiedenis te schrijven.”

Ocampo heeft haast: sinds hij in 2003 begon bij het toen net opgerichte hof is dit pas het derde proces. En om aan het einde van zijn termijn in 2012 als succesvol eerste aanklager te kunnen vertrekken, heeft hij veroordelingen nodig. Het Internationale Strafhof wordt door critici vaak als tandeloos beschouwd omdat het niet over een eigen politiemacht beschikt en de grootste moeite heeft om verdachten gearresteerd te krijgen.

Bemba was een gemakkelijke prooi voor Ocampo, omdat hij in België gearresteerd kon worden. Hij was in 2007 naar Portugal gevlucht, en later naar België, omdat president Kabila hem had aangeklaagd voor hoogverraad. In 2006 had Bemba de presidentsverkiezingen verloren van Kabila. Zijn militie vocht door.

Bemba’s aanhangers zien in zijn vervolging een poging van Kabila om hem uit de weg te ruimen voor de verkiezingen van volgend jaar. „Volgens ons is dit een politiek proces”, zei een MLC-woordvoerder vorige week tegen het Institute for War and Peace Reporting.

Willekeur is een terugkerend bezwaar van critici van het Strafhof. Het was Kabila die het hof vroeg onderzoek te doen naar oorlogsmisdaden in zijn land. Zelf ontspringt hij de dans, terwijl ook zijn leger in de afgelopen jaren geregeld beschuldigd is van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, waaronder verkrachting van burgers.

Ondanks de beperkte aanklacht is Bemba’s proces om twee redenen belangrijk . Het is de eerste keer dat voor het hof verkrachting als misdaad tegen de menselijkheid centraal staat. De kamer van vooronderzoek bepaalde vorig jaar zomer dat er „voldoende bewijs is voor redelijke grond om te geloven” dat Bemba verantwoordelijk kan worden gehouden voor een grootschalige aanval op de burgerbevolking van de Centraal Afrikaanse Republiek in 2002 en 2003. Hij zou president Ange-Félix Patassé te hulp zijn geschoten, die werd bedreigd door rebellie onder leiding van François Bozizé, thans president. Bemba’s belang lag vooral in de hoofdstad Bangui, die hij nodig had voor zijn bevoorrading.

Zijn strijders gebruikten verkrachting als instrument, om te voorkomen dat de bevolking zich zou durven aansluiten bij Bozizé, aldus de aanklager. In groepjes van drie à vier man drongen zij huizen binnen, waar zij vrouwen, kinderen en mannen verkrachtten. Vaak urenlang, met grof geweld en ten overstaan van hun familie. Wie verzet bood werd vermoord. De dorpen werden bovendien geplunderd, is de beschuldiging. Met de nadruk op het seksuele geweld zegt Ocampo aandacht te vragen voor „een verwaarloosde misdaad in een verwaarloosd land”.

Dit is het eerste proces van het Strafhof waarbij de verdachte niet terechtstaat omdat hij de misdaden persoonlijk heeft gepleegd, maar omdat hij als militair leider niet genoeg zou hebben gedaan om misdrijven door zijn ondergeschikten te voorkomen of te bestraffen. De zogeheten commandantenverantwoordelijkheid. Volgens Ocampo heeft Bemba zijn mannen zelfs „carte blanche” gegeven. Diens advocaten zeggen dat de militieleden niet meer onder controle waren te houden toen ze eenmaal in de Centraal Afrikaanse Republiek waren.

Hoe indirect de commandantenverantwoordelijkheid ook mag klinken, het principe kan als een krachtig juridisch middel uitpakken. Het past in het voornemen van het Strafhof om alleen de personen met de allerhoogste criminele verantwoordelijkheid te vervolgen. Daar moet immers het grootste afschrikwekkende effect vanuit gaan.