Uitkomst NAVO-top valt goed bij nieuwe leden

Eindelijke voelen de landen in Midden-Europa die ruim tien jaar geleden lid werden van de NAVO zich er thuis – ook al haalt de alliantie nu de banden met Moskou aan.

De uitkomst van de NAVO-top, dit weekeinde in Lissabon, is heel goed gevallen bij de nieuwe lidstaten in Midden- en Oost-Europa. In Polen is zelfs sprake van een hervonden hartstocht voor het bondgenootschap, en in het kielzog daarvan staat heel Midden-Europa weer positiever tegenover de NAVO.

De snelle terugtrekking van Poolse soldaten uit Afghanistan, uiterlijk in 2012, was de grote verkiezingsbelofte van de Poolse president Bronislaw Komorowski. Maar intussen is de streep van onder de missie een stuk minder hard: 2012 blijkt nu niet langer het einde te zijn, maar slechts „het begin van het einde”. En bij de uiteindelijke beslissing wegen de wensen van de NAVO voor Warschau zwaar mee.

„We voelen ons eindelijk thuis in het bondgenootschap”, zegt oud-minister van Defensie Janusz Onyszkiewicz. Volgens de voormalige Europarlementariër komt dat allereerst door de houding van de NAVO zelf: „Er wordt geluisterd.”

De NAVO-top ging niet alleen over het raketschild, de verhouding met Rusland en het ‘Strategische Concept’, de blauwdruk voor de toekomst die de alliantie weer tanden moeten geven. Aan de orde kwam ook de kwestie van de verdedigingsplannen voor het door oorlog en communisme getraumatiseerde Midden-Europa – plannen die verouderd waren of niet bestonden. „Er was sprake van een strategisch vacuüm”, zegt Onyszkiewicz. „Dat is nu opgevuld.”

De plannen, waarnaar vol ongeduld was uitgekeken, zijn in de regio jubelend onthaald. „Eindelijk, zes en een half jaar na toetreding, zijn we niet alleen formeel, maar echt lid van de NAVO”, aldus de Litouwse president Dalia Grybauskaite. Haar minister van Buitenlandse Zaken ziet de plannen als „een symbool van solidariteit en toewijding”. En volgens de Poolse premier Donald Tusk is zijn land „nog nooit zo veilig” geweest.

Jerzy Nowak, voormalig NAVO-ambassadeur voor Polen, vatte de traditionele obsessie met veiligheid in deze contreien recentelijk bondig samen: „We willen geen herhaling van 1939.” In dat jaar schoten Frankrijk en Groot-Brittannië Polen niet te hulp toen nazi-Duitsland binnenviel, hoewel dat volgens verdragen wel moest. Een jaar eerder waren Tsjechen en Slowaken overgeleverd aan de grillen van Hitler, met het Verdrag van München. Trauma’s die nooit meer zouden genezen.

Ook niet in 1999, toen Polen, Tsjechië en Hongarije NAVO-lid werden. Op papier was een aanval op één een aanval op allen (Artikel 5 van het NAVO-handvest), maar veilig voelde het niet, temeer daar het lidmaatschap concreet weinig invulling kreeg. De militaire hardware bleef in het westen, om Rusland, al getergd door de uitbreiding naar zijn historische invloedssfeer, niet verder voor het hoofd te stoten.

Voor Polen werd, in 1999, een verdedigingsplan opgesteld. Het was bijna meteen verouderd, omdat de VS hun in Duitsland gelegerde troepen inkrompen. Voor de Baltische staten werden helemaal geen plannen opgesteld.

De ommezwaai kwam in 2008, toen Rusland in de oorlog met Georgië liet zien dat het nog steeds bereid is buitenproportioneel geweld te gebruiken. Bovendien zetten Polen en Tsjechië de NAVO voor het blok door, buiten het bondgenootschap om, in te stemmen met het toenmalige Amerikaanse plan voor een raketschild, met bases in beide landen.

Dat er nu een akkoord is voor een raketschild in NAVO-verband wordt algemeen gezien als belangrijke stap in de goede richting. Maar helemaal tevreden is Midden-Europa nog niet. Na de top in Lissabon zei Komorowski dat Polen zal blijven aandringen op de bouw van militaire NAVO-installaties op Pools grondgebied.

Natuurlijk blijft ook Rusland een gevoelig onderwerp. De noodzaak een nieuwe start te maken met Moskou wordt onderschreven. Maar voor vergaande samenwerking bestaat in Midden-Europese hoofdsteden weinig animo.

„Polen en de Baltische Staten staan zeker niet meer op de rem”, zegt oud-minister Onyszkiewicz. „Maar we moeten niet te veel eenzijdige concessies doen.” Rusland, vindt hij, moet niet alleen goede wil tonen en de Koude Oorlogretoriek van de afgelopen jaren achterwege laten – het moet aantoonbaar veranderen in een rechtsstaat. Pas dan kan de samenwerking met de NAVO worden verdiept.

In februari onthulde Moskou nog een nieuwe militaire doctrine waarin de VS en de NAVO waren ondergebracht in het rijtje ‘bedreigingen’. Zaterdag verklaarde de Russische president Medvedev echter dat Rusland open staat voor samenwerking, onder meer bij het raketschild. „De periode van spanning tussen Rusland en de NAVO ligt achter ons”, zei hij.

Ex-NAVO-ambassadeur Nowak vindt dat de NAVO zich niet in slaap moeten laten sussen. Volgens hem heeft Rusland de NAVO harder nodig dan de NAVO Rusland. Het land heeft lange grenzen met China en, in het zuiden, met onstabiele republieken. En een leger dat hard toe is aan modernisering. De neiging Rusland machtiger voor te stellen dan het is werkt alleen maar averechts. Het maakt lui. ,,Rusland moet zelf tot het inzicht komen dat het de moeite loont in militaire zaken een sfeer van vertrouwen te bouwen.”