Stervend wild is altijd zielig

Het wildbeheer in de Oostvaardersplassen staat weer ter discussie. Vandaag komt een nieuw advies uit. Moet de mens ingrijpen als dieren sterven van de honger?

Digital Image Archive www.rubensmit.nl

Waar eindigt de wens om de natuur in de Oostvaarderplassen met rust te laten en begint de morele plicht om dieren niet te laten sterven van de honger?

Vandaag krijgt staatssecretaris Bleker (Natuur, CDA) een advies over het omstreden wildpark tussen Almere en Lelystad. Moeten de vierduizend heckrunderen, konikpaarden en edelherten worden bijgevoerd om sterfte door honger te voorkomen? Moet er geboortebeperking komen om de groei van de populatie te stoppen? Moeten dieren worden afgeschoten? Of alleen ernstig verzwakte dieren uit hun lijden worden verlost? Of moet zelfs dat niet omdat dit sterven nu eenmaal bij de vrije natuur hoort?

Daarover spreekt een internationale commissie onder voorzitterschap van oud-staatssecretaris Gabor van Landbouw zich uit. Gabor was ook voorzitter van een internationale commissie die ruim vier jaar geleden een rapport uitbracht dat een einde aan alle discussie had moeten maken. Het oordeel destijds was dat de dieren niet hoefden te worden bijgevoerd. Wel moest beheerder Staatsbosbeheer meer dieren het genadeschot geven als die in zo’n slechte conditie verkeren dat zij binnen afzienbare tijd sterven. Een jaarlijkse sterfte tot 50 procent vond de commissie nog aanvaardbaar, want vergelijkbaar met wildparken elders.

Ongeveer 30 procent van de grote grazers in de Oostvaardersplassen overleefde de afgelopen winter met kou en vooral veel sneeuw niet. Staatsbosbeheer schiet verzwakte dieren tijdens of na de winter af maar weet niet altijd alle dieren te vinden die „uitzichtloos lijden”. Het streven is 90 procent. Bijvoeren is er niet bij. Volgens deskundigen heeft het bijvoeren ongewenste effecten. Zo worden de zwakke dieren er meestal niet mee geholpen. De sterkere dieren krijgen meer jongen. Daardoor groeit de populatie en is het gebied opnieuw te klein voor alle dieren. Op de Veluwezoom besloot Natuurmonumenten afgelopen winter grote grazers wel bij te voeren indien door de sterfte de populatie in gevaar zou komen. Geboortebeperking is lastig uitvoerbaar. Dieren krijgen meerdere prikpillen en moeten daardoor individueel herkenbaar zijn. Ze moeten bijeen worden gedreven. Dat geeft stress.

Het alternatieve beheer is te vinden op de Veluwe. Daar worden grote aantallen dieren vóór de winter afgeschoten, zodat er voldoende voedsel is voor de overblijvende dieren. Maar dat is niet wat de boswachters in de Oostvaardersplassen verstaan onder ‘natuurlijk beheer’. Hier kunnen onze dieren rustig oud worden, zeggen ze.