Populariteit marathonschaatsen neemt weer toe

De marathonschaatsers trekken dit seizoen weer de nodige toeschouwers. De oude formule en het succes van de BAM-ploeg zorgt voor meer populariteit.

„Kijk, daar loopt Ruud Borst, de langste man uit het peloton.” Een grootvader toont zijn kleinzoon de ‘grote’ mannen van het marathonschaatsen. En hij is niet de enige. Veel ouders hebben hun kinderen meegenomen naar de vijfde wedstrijd om de KNSB Cup, zaterdag op de Westfries IJsbaan in Hoorn.

De mokken voor de chocolademelk met slagroom in het Kluuncafé zijn niet aan te slepen. Broodjes worst, hamburgers en schnitzels worden in razend tempo verorberd. De gele muts, aangeboden door één van de sponsoren, wordt in de koude hal dankbaar gedragen. De echte kenners zijn voorbereid en hebben als verwarming fleecedekens meegenomen voor de benen. Tijdens de finale van de A-rijders staan er meer dan duizend mensen langs de baan. Ze zien Jorrit Bergsma uit een kopgroep van vijf man, die een ronde voorsprong had genomen, naar de overwinning sprinten.

„De jongens laten zien dat er hier op hoog niveau gereden wordt”, zegt Henk Angenent, coach van de Wadro-ploeg. „Dat trekt weer toeschouwers, zeker op een zaterdagavond.”

De winnaar van de laatste Elfstedentocht (1997) is gelukkig dat er weer veel mensen komen kijken. „In de jaren tachtig kregen de rijders Thialf vol voor het Nederlands kampioenschap. Dat is misschien nog wat veel. Maar je ziet dat het aantal bezoekers groter wordt. Het is veel prettiger rijden in zo’n sfeer.”

Dat was twee jaar geleden anders. De rijders hoopten dat live verslagen en uitgebreide samenvattingen bij SBS 6 meer het marathonschaatsen populairder zou maken. Maar de wedstrijden op zondagmiddag bleken geen garantie voor succes. Minder mensen stonden langs het ijs en schaatsliefhebbers wisten de commerciële zender nauwelijks te vinden. Dieptepunt was dat er bij aanvang van dit seizoen bijna geen prijzengeld beschikbaar was. Op het laatste moment zegde KPN, de nieuwe hoofdsponsor van de Nederlandse schaatsbond KNSB, alsnog een bedrag toe, zodat de schaatsers nu in totaal een prijzenpot van 3.750 euro te verdelen hebben.

„Er gingen zich mensen mee bemoeien die geen verstand van de sport hadden”, zegt Angenent. „Ik heb ook geen verstand van televisie maken, maar zoiets als de ‘afvalsprint’ ging nergens over. Nu rijden de schaatsers ten minste gewoon weer hun rondjes. Wat bezoekersaantallen betreft zijn we weer terug bij vijf jaar geleden. Nu is het moment om langzaam verder te groeien.”

Ook Lammert Huitema, coach van Groen Talent, deelt deze mening. „We hebben die SBS-rommel niet nodig. Gewoon 125 rondjes hard schaatsen, daar komt het publiek wel op af.”

Sinds de afgelopen maand bestaat er ineens veel meer interesse voor de marathonrijders. Reden hiervoor zijn de rijders van de BAM-ploeg, die bij de Nederlandse kampioenschappen langebaan heersten op de vijf en tien kilometer. „Ik werk al dertig jaar voor dezelfde baas en zit dertig jaar in het marathonschaatsen”, vertelt Huitema. „Pas na de NK sprak mijn baas me voor de eerste keer aan dat die marathonrijders eigenlijk best wel goed kunnen schaatsen. Die ploeg is een goede reclame voor de marathon.”

Angenent, die zelf ook uitstapjes naar de langebaan maakte, met als hoogtepunt een vierde plaats op de tien kilometer bij de WK afstanden in 2003, denkt dat de BAM-ploeg veel voordeel haalt uit het wisselen tussen marathons en langebaan. „Marathonschaatsers trainen vooral op duurvermogen, bij de langebaan gaat het vooral om kracht. Ze weten dat goed te combineren. Ik denk dat langebaanschaatsers het niet aandurven om marathons te rijden.”

Dat de BAM-ploeg veel wint (na drie keer Arjan Stroetinga won Jorrit Bergsma de vierde wedstrijd voor BAM op een rij, red.), en ook nog eens bij wereldbekerwedstrijden actief is, zorgt niet voor scheve gezichten in het peloton. „Ze zijn gewoon de beste ploeg”, zegt Ruud Borst. „Nu was het Bergsma en deed Stroetinga het kopwerk toen dat nodig was. Ze zijn gewoon ijzersterk als ploeg.”

Borst, één van de veteranen in het peloton, is tevreden dat er weer ouderwets op zaterdagavond gereden wordt. „De mensen weten weer waar ze aan toe zijn, wanneer ze naar de ijsbaan moeten komen. Dat doet de sport alleen maar goed.”