Palestijnen dromen van een eigen luchthaven

De Palestijnen hebben plannen klaar voor de op één na grootste luchthaven van het Midden-Oosten. Maar de kans is klein dat hij er komt.

Het is nog verontrustend stil op de kale woestijnvlakte in de Jordaanvallei, ver onder zeeniveau, op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. Een paar Bedoeïenen trekken voorbij met een kudde geiten, verderop wacht een aangeklede kameel op toeristen die niet komen.

Het is moeilijk voorstelbaar dat in deze hete, verlaten vlakte over een paar jaar de op één na grootste luchthaven in het Midden-Oosten staat. Alleen de luchthaven van Jeddah, in Saoedi-Arabië, is niet in te halen. „Daar landen elk jaar miljoenen pelgrims op weg naar de haj in Mekka”, zegt de Palestijnse minister Sadi Krunz van Verkeer in zijn werkkamer in Ramallah. „Nummer twee van het Midden-Oosten is ook mooi.”

Krunz heeft al een naam bedacht: Palestine International Airport. Er zijn rapporten, kaarten, slideshows. De geluidshinder is al berekend, evenals de schade voor de woestijndieren. Het is net alsof de luchthaven er al is. Krunz zegt dat het hem twintig maanden en 340 miljoen dollar kost. Dan heeft hij een luchthaven die groter zal zijn dan het nabijgelegen Israëlische Ben Gurion Airport.

„Een eigen luchthaven is de droom van het Palestijnse volk”, zegt Krunz, een fors gebouwde man met een grijze baard. „Het is essentieel dat een toekomstige Palestijnse staat op eigen benen kan staan. Zonder eigen luchthaven kunnen we geen economie opbouwen. Een luchthaven brengt ons werkgelegenheid, infrastructuur, maar boven alles: trots. Als mensen straks door de paspoortcontrole lopen, krijgen ze een Palestijns stempel in hun paspoort. Dat is de ultieme erkenning van onze nieuwe natie.”

De Palestijnse luchthaven is het meest pregnante symbool van het Fayyad Plan, het plan van de Palestijnse premier Salam Fayyad om in 2011 een Palestijnse staat uit te roepen. Dat kan volgens Fayyad op twee manieren: allereerst via een vredesverdrag met Israël, dat voorziet in terugtrekking van Israël uit de in 1967 bezette Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem.

De kans daarop is heel klein. De gesprekken tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit liggen stil. Israël wil doorbouwen in bezet gebied. Tien dagen geleden deden de Verenigde Staten Israël een pakket toezeggingen: in ruil voor een kleine en beperkte bouwstop van negentig dagen zouden de VS daarna de komende tijd niet dwarsliggen bij de bouw in joodse nederzettingen. Daarbij bieden de VS Israël twintig JSF-gevechtsvliegtuigen aan. Jeruzalem is nog niet akkoord gegaan, volgens Israëlische bronnen omdat de VS ook een bouwstop in Oost-Jeruzalem willen.

Fayyad heeft nog een kans, dat is een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring. Nu de gesprekken met Israël vastgelopen zijn, wordt het laatste scenario steeds waarschijnlijker. Om te laten zien dat het hem ernst is, bouwt Fayyad met zijn ministers zijn staatsapparaat uit. Ministeries worden uitgebreid, politieagenten en rechters getraind, en er is een plan om een stad te bouwen.

Minister Krunz, een prominent lid van Al-Fatah, de partij van president Mahmoud Abbas, gaat over de infrastructuur van toekomstig Palestina. Hij heeft naast de luchthaven nieuwe wegen gepland en heeft zelfs plannen om de vroeg-twintigste eeuwse Hejaz-spoorlijn tussen Damascus (Syrië), Medina (Saoedi-Arabië) en Haifa (Israël) weer in ere te herstellen. „De trein laten we stoppen in Jenin, Palestina, zodat we onze strategische plaats in het hart van het Midden-Oosten gebruiken.”

Alle plannen en bouwdrukken ten spijt, het vliegveld gaat er vrijwel zeker niet komen. Israël geeft geen toestemming voor de bouw. En de Palestijnse staat, waarvan straks de stempels uitgedeeld moeten worden, is ver weg.

De Palestijnse minister acteert verbazing als hem wordt gevraagd naar de obstakels. „Obstakels?”, bast hij. „Welke obstakels? We gaan bouwen, dat staat vast. Heb ik toestemming van Israël nodig? Of van de Amerikanen? Het is mijn land, ik beslis en niemand anders.”

Er zal op Palestine International Airport meer moeten landen dan alleen de Palestijnse luchtvloot, die op dit moment bestaat uit twee Fokkers 500. Die zijn ooit cadeau gedaan door de Nederlandse regering. „Ik weet niet precies waar de Fokkers nu zijn. Ergens in Egypte, we hebben ze uitgeleend”, zegt Krunz. „We hadden ook een Boeing, maar die hebben we verkocht. Waar moest dat vliegtuig landen?”

Er is al een Palestijnse luchthaven, in Gaza, maar die is platgebombardeerd door de Israëlische luchtmacht. Het is voor minister Krunz onmogelijk deze luchthaven te restaureren, omdat in Gaza de concurrerende beweging Hamas aan de macht is. Ook het oorspronkelijk voor Israëlische en Palestijnse vliegtuigen bedoelde vliegveld nabij Qalandia, op de Westelijke Jordaanoever, is niet in gebruik.

Krunz’ kaart van het toekomstige Palestina lijkt in niets op de huidige situatie op de Westelijke Jordaanoever. Israël beheerst het overgrote deel volledig, via een netwerk van snelwegen, legerposten en joodse nederzettingen – op Krunz’ kaart zijn die allemaal afwezig. Alleen in afgesloten enclaves hebben Abbas en Fayyad gezag – en ook die plekken worden regelmatig binnengevallen door het Israëlische leger. Het gebied waar straks miljoenen toeristen per jaar moeten landen, is onder controle van het Israëlische leger.

Het plan lijkt dan ook eerder op een manier om Israël onder druk te zetten. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu weet dat Fayyad, afkomstig van de Wereldbank, financiële en politieke steun van de Verenigde Staten en de Europese Unie krijgt.

Israëlische analisten zeggen dat als Fayyad een onafhankelijk Palestina uitroept, de kans groot is dat een groot deel van de Verenigde Naties de jonge staat onmiddellijk zullen erkennen. Dan kunnen de kansen voor de politiek en moreel verslagen Palestijnen keren, en mogelijk zal Israël dan gedwongen worden bezet gebied op te geven.

Krunz: „Er was een tijd dat we somber waren, omdat het nooit iets zou worden. Nu zeg ik: we zijn optimistisch, ondanks alles. We bouwen verder aan onze staat en zien wel wat er gebeurt.”