Linkse miljardair wil krant redden

Wekelijks schrijft een van onze correspondenten over de media in`zijn of haar land. Investeerder Nicolas Berggruen wil het Spaanse vlaggenschip El País kopen.

Hij wordt de hotelmiljardair genoemd. Sinds Nicolas Berggruen al zijn vastgoed verkocht, bezit hij – naast een omvangrijke kunstcollectie – alleen nog een privéjet om de wereld over te hoppen. En als alles volgens plan verloopt, is de in Parijs geboren Duitser-Amerikaan eind deze week ook eigenaar van Prisa, Spanjes grootste mediagroep.

Prisa (Promotora de Informaciones S.A.) staat in Spanje gelijk aan El País. Dit in 1976 opgerichte landelijke dagblad speelde een belangrijke rol in de overgang naar de democratie na de dood van Franco (1975). Sindsdien geldt het vooral voor veel linkse Spanjaarden als hun lijfblad.

Inmiddels is de mediagroep veel meer dan alleen El País. Ook zakenkrant Cinco Dias, de dagelijkse sportkrant AS, het linkse radiostation SER en televisiezender Cuatro maken er deel van uit. Lesboekenuitgeverij Santillana, ook een onderdeel, is de grootste in de Spaanstalige wereld.

De mediagroep gaat echter ook gebukt onder een schuldenlast van 4,8 miljard euro. Berggruen en zijn zakenpartner Martin Franklin, die reeds 15 procent van Prisa bezitten, hebben nu aangeboden om via een ingewikkelde aandelenruil die schuld met 900 miljoen euro te verlichten. In ruil voor hun kapitaalinjectie krijgen de investeerders zeggenschap over 70 procent van de aandelen. Komende donderdag stemt Prisa tijdens een buitengewone aandeelhoudersvergadering over deze constructie. Nu is de familie van Prisa-oprichter Jesús de Polanco, die in 2007 overleed, nog meerderheidaandeelhouder.

Dat de mediagroep straks in vreemde handen komt, leidt in de Prisa-media tot weinig discussie. Wel sprak de hoofdredacteur van de enkele jaren geleden opgerichte linkse krant Público, zijn bezorgdheid uit over de komende invloed van 'durfinvesteerders' binnen Prisa. Maar zijn fris vormgegeven krant strijdt dan ook met El País om de gunst van de jonge, linkse krantenlezer in Spanje.

Berggruen en zijn zakenpartner Franklin benadrukken dat zij geen ‘normale’ durfinvesteerders zijn. Zij hebben beloofd Prisa niet op te zadelen met nog meer schulden en vervolgens binnen een paar jaar met winst door te verkopen. In een interview met El País zei Franklin te willen investeren voor een periode van „10, 15, of 20 jaar”. „En we willen de schuldenlast van het bedrijf verkleinen in plaats van verzwaren.”

Berggruen cultiveert daarnaast een imago van maatschappelijk betrokken ondernemer, die linkse thema’s steunt. Zo keerde hij zich tegen een initiatief in Californië om per referendum een klimaatwet ongedaan te maken. Hij gaf een kwart miljoen aan de campagne van de tegenstanders – die wonnen.

Hij heeft bovendien een band met Spanje: Berggruens Duits-Joodse vader was bevriend met Picasso en verkocht diens schilderijen. Eerder dit jaar kocht Berggruen de noodlijdende Duitse warenhuisketen Karstadt, omdat hij vond dat het iconische bedrijf voor Duitsland behouden moet blijven. Ook El País, de belangrijkste krant van de Spaanstalige wereld, zegt hij te zien als journalistiek instituut dat beschermd moet worden.

Als kind van een Franse moeder had hij deze zomer graag Le Monde gekocht. Maar de redactie wilde niet in handen komen van ‘durfinvesteerders’.

El País heeft de verzekering gekregen, dat de nieuwe eigenaren zich niet met de redactionele lijn bemoeien. Verder is afgesproken dat de huidige CEO Juan Luis Cebrián, die El País mede-oprichtte, nog drie jaar zal aanblijven. Om het bedrijf uit de problemen te helpen, zal ook Cebrián niet ontkomen aan ingrijpende maatregelen. Die kondigde hij laatst eigenlijk al aan door te voorspellen dat ‘zijn’ El País over tien jaar waarschijnlijk niet meer op papier verschijnt.