Kroniek van een aangekondigde winst

De kunsten schreeuwden afgelopen weekeinde om geld, en de krijgsmacht trok groen weg van de harde bezuinigingen die minister Hillen van Defensie zei te verwachten. De ombuigingen van in totaal 18 miljard euro die het kabinet-Rutte doorvoert zullen de komende tijd ongetwijfeld leiden tot meer afschuw en protest in bredere kring. Maar er is misschien een lichtpuntje.

Begin jaren negentig stonden de overheidsfinanciën er even beroerd voor als nu. Ze werden door minister Zalm van Financiën onder de twee Paarse kabinetten vanaf 1994 listig gesaneerd. Een van de belangrijkste methodes was het creëren van financiële meevallers door het bewust laag inschatten van de economische groei. Zalm presenteerde die meevallers vervolgens in een zodanig laat stadium, vaak pas rond de Voorjaarsnota van het jaar daarop, dat zij al in de knip waren voordat het parlement er de hand op kon leggen.

Dat is een les voor nu. Het kabinet-Rutte komt in 2015 volgens de officiële prognoses uit op een begrotingstekort van 0,9 procent van het bruto binnenlands product. Dat is keurig. Maar het onderliggende scenario is daarbij gebaseerd op een economische groei van gemiddeld slechts 1,25 procent in de periode 2011 tot 2015 – het laatste jaar van de kabinetsperiode. Die 1,25 procent is erg voorzichtig, of „behoedzaam” zoals Zalm dat noemde. Gezien de onzekere tijden is dat verstandig.

Maar wat gebeurt er nu als de praktijk beter uitvalt? Dan ontstaan er, in de geest van Zalm, meevallers. Hoe groot die zijn, valt via een omweg af te leiden. Stel we krikken de gemiddelde economische groei voor 2011-2015 op richting de 2 procent. Dat was, in de goede tijden onder Zalm, iets boven een behoedzaam scenario. In de laatste vijftien jaar groeide de economie gemiddeld met 2,25 procent, inclusief de kredietcrisis.

Om een gemiddelde groei van tegen de 2 procent te bereiken, zal de wereldhandel met 2 procent meer moeten groeien dan nu geraamd. Volgens het CPB neemt in dat geval het begrotingstekort af met bijna een half procentpunt. Aan het eind van de rit houdt het kabinet-Rutte dan ruim 3 miljard euro ‘over’. Daar kun je, als kabinet, drie dingen mee doen.

De eerste mogelijkheid is in 2015 aan de kiezer te laten zien dat je nóg verantwoordelijker bent geweest dan je je al had voorgenomen, en met een begroting die vrijwel in evenwicht verkeert de verkiezingen ingaat.

Verleidelijker, en waarschijnlijker, is de tweede mogelijkheid: het beoogde tekort van 0,9 procent wordt al in 2014 gehaald. Dat geeft dan ruimte om in het verkiezingsjaar 2015 een ruimhartig beleid te voeren en de gebutste kiezer te belonen voor het drie jaar aanhalen van de broekriem. Met alle gehoopte electorale gevolgen van dien.

Wat, vanuit het oogpunt van het ministerie van Financiën, vooral vermeden moet worden is mogelijkheid nummer drie: het wordt te snel duidelijk dat het onderliggende groeiscenario veel te pessimistisch is, en sommige vakministers of de Kamer leggen al beslag op de te verwachten meevallers. Dat overkwam Zalm uiteindelijk ook toen het parlement zijn methodiek door kreeg, en van te voren al begon te morrelen aan de verdeelsleutel van zijn onvermijdelijke meevallers.

Hoe komen ze er ditmaal achter? Bij deze. Er is kans op een paar miljard euro speelruimte. Succes ermee.

Maarten Schinkel