Jarenlang nietsdoen

Een groep jongeren stopt met studeren en brengt hele dagen door met gamen en blowen.

En vrijwel niemand spreekt ze erop aan.

Amesfoort 14-11-2010 Freek Wüthrich (22) voor een stuk over stuurloze jongeren NRC/Next. Foto Floren van Olden

Oscar slaagde zes jaar geleden voor zijn vwo-examen, na een moeilijke middelbare schooltijd waarin zijn ouders uit elkaar gingen. Hij wilde gaan reizen maar had geen geld. Op aandringen van zijn moeder begon hij toch maar met studeren. Na een jaar op kamers in Amsterdam, waarin zijn studie niet van de grond kwam, keerde hij terug naar zijn moeder. Het volgende jaar bracht hij door met blowen en gamen.

Veel mensen kennen iemand als Oscar. Jongens uit goede gezinnen, tussen de 16 en 24 jaar, die een hele tijd, jaren soms, ‘nietsdoen’ op de bank. „Jongens die blowend uit het raam zitten te kijken”, zegt huisarts Hans Grundmeijer uit Diemen. „Ze zitten niet eens fatsoenlijk achter de meisjes aan.” Hij krijgt ze soms in zijn spreekkamer, en ziet ze ook wel op de universiteit waar hij lesgeeft. Het verschijnsel is nog niet wetenschappelijk onderzocht, zegt hij. „Ik zou willen dat dat eens gebeurde. Dit is absoluut een risicogroep voor depressie.”

Wat is er met deze jongens aan de hand? Zijn er ook meisjes met dit probleem? Is er een verband met echtscheiding, met blowen? We spreken huisartsen, studentenpsychologen, therapeuten, coaches, een beroepskeuzeadviseur. De meesten herkennen het beeld. „Het zijn net vogels die niet uit het nest vliegen”, zegt Else-Marie van den Eerenbeemt, familietherapeut in Amsterdam. „Gisteren nog belde een moeder mij op. Haar zoon van 16 ligt al anderhalf jaar op de bank. Gaat niet meer naar school, is veel met computers bezig. Het liefst leest hij Donald Ducks.”

Of dit gedrag vaker voorkomt bij jongens dan bij meisjes is niet te bewijzen. Wel past het bij andere verschillen tussen jongens en meisjes en bij de observaties van hulpverleners. „Jongens met depressieve klachten doen weinig aan school”, zegt Peter Dekker, studentenpsycholoog aan de Universiteit van Amsterdam. „Ze dolen wat rond, drinken en blowen meer. Meisjes studeren juist te veel, en voelen zich onzeker over of ze iets wel kunnen.”

„Meisjes met problemen blijven meer communiceren”, zegt zelfstandig coach Laura Tietjens. „Als ze niet bij hun ouders terecht kunnen hebben ze er wel vriendinnen voor.” Tietjens interviewde tientallen jongeren voor haar boek Hoezo lastige pubers?! dat komend voorjaar verschijnt. „Een jongen die jaren depressief was speelde al die tijd mooi weer tegenover zijn vrienden. Laat staan dat hij naar de huisarts ging. Huisartsen zien alleen het topje van de ijsberg.”

De 22-jarige Freek Wüthrich knapte kort na de middelbare school af op zijn hbo-studie rechten. Vooraf had hij daar een „idealistisch” beeld van, hij wilde als advocaat mensen gaan verdedigen. „Maar ik moest veel te veel droge informatie stampen. En er hing een elitair sfeertje. De mensen om me heen deden het echt om later veel geld te verdienen.” Daarna wist hij niet wat hij moest doen. Hij deed weinig, blowde veel. „Ik denk dat ik daarmee problemen negeerde en confrontaties uit de weg ging. Ik probeerde me niet bezig te houden met hoe het allemaal ging. Ik probeerde een leuke tijd te hebben.”

Na maanden meldde hij zich aan bij de luchtmacht voor de opleiding tot officier-vlieger. Hij gaf het blowen, uitgaan en drinken op en kwam door de zware eerste selectieronde. Tot zijn diepe teleurstelling strandde hij in de tweede. Toen wist hij weer niet hoe hij verder moest. „Mijn moeder kwam in die tijd een keer huilend naar me toe: waar gaat het heen met je leven?” Zelf vindt hij het niet zo’n drama. „Ik had die periodes nodig om erachter te komen wat ik wilde. Ik heb er veel van geleerd.” Uiteindelijk koos hij voor de hbo-studie toegepaste psychologie die volgens hem goed bij hem past. Hij ging op kamers in een studentenhuis, wat het contact met zijn ouders verbeterde. Het eerste jaar haalde hij moeiteloos, maar depressieve klachten dwongen hem daarna tijdelijk te stoppen. Hij brengt nu zijn dagen door met computerspelletjes, films, vrienden, sport en therapie. Als hij zich weer beter kan concentreren, wil hij zijn studie hervatten.

Veel hulpverleners zien druk om te presteren als een oorzaak van stuurloosheid bij jongens, vooral in de hogere milieus. „Het liefst moeten ze naar Oxford”, zegt familietherapeut Else-Marie van den Eerenbeemt, gevestigd in de Amsterdamse grachtengordel. Na gesprekken ziet ze jongens vaak een heel andere kant op gaan. „Een is gaan schilderen, een ander helpt in het bouwbedrijf van een vriend. Een derde, 19 jaar, is portier in een bejaardenhuis. Die mensen vinden hem geweldig. Hij heeft daar betekenis. Hij wil nu misschien iets in die richting gaan doen.”

„Ik moet eerlijk zeggen dat wij de kinderen opzadelen met hoge verwachtingen”, zegt een vader met directeursfunctie die liever niet met zijn naam in de krant wil. „Drie keer per week hockeyen en ook nog goede cijfers halen. Ze staan onder een enorme druk.” Zijn vrouw: „Je wilt het maximale eruit halen.” Hun 21-jarige (stief)zoon kreeg op de basisschool gedragspoblemen en ging naar een vmbo-school. „Dat is bijna taboe”, zegt zijn moeder. „Mensen denken dat daar alleen geteisem op zit, wat niet waar is.” Haar zoon voelde dat ook, zegt ze. „Als hij ging hockeyen vroegen de ouders op weg naar uitwedstrijden waar hij op school zat. Daar praatte hij omheen, hij schaamde zich ervoor.” Hij verliet de school zonder diploma en volgt na veel valse starts nu een opleiding bij Defensie.

De ouders van stuurloze zonen hebben vaak al lang elk gezag verloren, zeggen hulpverleners. „Ik zie tieners van wie de ouders niet de baas zijn”, zegt zelfstandig coach Emmy de Graaff uit Den Bosch. „Jongens van 15 of 16 die zeggen: ik hoef niet te leren, en die het dan ook niet hoeven.” Dan lukt het volgens haar bij een vervolgopleiding zeker niet meer. Ze noemt het voorbeeld van een jongen van 20 bij wie vorig jaar de derde opleiding mislukte. „Die ging toen de hele dag gamen. Ouders moeten daar structuur in aanbrengen. Zeggen dat hij eerst de dag door moet komen en dan op de gewone tijd mag gaan gamen.”

Ouders twijfelen vaak lang of hun zoon normaal pubergedrag vertoont of hulp nodig heeft, zegt Wico Bats van Brijder Verslavingszorg. Dat is volgens hem ook moeilijk te onderscheiden. Blowen op zich ziet hij niet als oorzaak van depressieve klachten. „Alleen als je elke dag blowt word je vaak wat somberder.” Hij ziet eerder een zingevingsprobleem bij deze jongens. „Waarom sta ik ’s ochtends op? Omdat ik naar mijn werk ga. Ik denk dat zij dat missen.”

En de samenleving vindt dat prima, zegt ontwikkelingspsycholoog Gerrit Breeuwsma. De verplichtingen van het leven (werk, trouwen, kinderen) beginnen veel later dan vroeger. „Jongeren moeten heel lang freewheelen. In het onderwijs is een enorm gebrek aan structuur. Als een jongen depressief is en niet komt opdagen heeft dat weinig of geen gevolgen.” Else-Marie van den Eerenbeemt vermoedt dat meer jongens de weg kwijtraken sinds de dienstplicht is afgeschaft, wat zij overigens toejuichte. „Je had geen keus, je móest in dienst. Ik denk dat dat moeten heel goed werkte. Vaak ontdekten jongens in die periode wat ze wel of niet wilden worden.”

Freek Wüthrich zegt dat hij achteraf gezien meer begeleiding van zijn ouders nodig had, hoe onafhankelijk hij tegelijkertijd ook wilde zijn. „Ik had gewild dat ze me zouden vragen wat ik echt wilde. En dat ze ook complimenten zouden geven. Niet alleen: je doet dit niet goed, dat niet goed.”

Oscar stopte met gamen toen hij er genoeg van had „toe te kijken hoe het leven aan mij voorbijging”. Maar pas toen hij weer op kamers woonde en een vriendin kreeg stopte hij met blowen en ging hij echt studeren. Dit jaar haalde hij zijn bachelor. Volgende maand begint zijn stage bij een ICT-bedrijf in India.