Japanse minister weg na grap over functie

De Japanse minister van Justitie, Minoru Yanagida, is vandaag afgetreden nadat hij zich te luchthartig over de zwaarte van zijn baan had uitgelaten. Een „makkelijke baan” had Yanagida gezegd op een bijeenkomst van het kiesdistrict Hiroshima.

Volgens de afgetreden bewindsman hoefde hij voor lastige vragen in het parlement, maar twee zinnetjes te onthouden. „Ik onthoud mij van commentaar op specifieke zaken” en „we behandelen de zaak adequaat, op basis van wet en bewijs”.

Voordat de conservatieve oppositie de kans kreeg een motie van wantrouwen in te dienen, trad Yanagida af. Op een persconferentie maakte hij excuses voor zijn „onvoorzichtige en grappige commentaren”.

De affaire is een nieuwe tegenvaller voor de Japanse premier Naoto Kan, die sterk aan populariteit heeft ingeboet door de territoriale disputen over eilandjes met China en Rusland. De Japanse kiezers vinden dat de sociaal-liberale Kan, die sinds juli premier is, in deze kwesties te slap optreedt.

Bovendien had Kans partij, de Democratische Partij van Japan (DPJ), vorig jaar augustus de verkiezingen gewonnen met de belofte dat de politiek weer een belangrijke rol zou gaan spelen, na decennia lange dominantie van de bureaucratie. Daarbij had de DPJ de Japanse bevolking „transparantie” beloofd na de vriendjespolitiek en politieke ondoorzichtigheid onder de conservatieve voorgangers. De uitspraken van Yanagida bevestigen volgens het gezaghebbend Japanse dagblad Asahi Shimbun dat ook de DPJ nog niet met die oude politieke cultuur heeft afgerekend.