Het Nat van de Zilverui

‘Waarom zou dat erg zijn? Een SBS 6-wereld waarin alleen nog commerciële tv overeind blijft? Blijkbaar wil een groot gedeelte van de bevolking dat.” De docente kijkt met een uitdagende blik de klas rond. De studenten aarzelen. „Dat is een foute omdraaiing”, zegt iemand dan. „Dat veel mensen op de PVV hebben gestemd betekent niet

‘Waarom zou dat erg zijn? Een SBS 6-wereld waarin alleen nog commerciële tv overeind blijft? Blijkbaar wil een groot gedeelte van de bevolking dat.” De docente kijkt met een uitdagende blik de klas rond. De studenten aarzelen. „Dat is een foute omdraaiing”, zegt iemand dan. „Dat veel mensen op de PVV hebben gestemd betekent niet automatisch dat ze cultuur niet belangrijk vinden. Er werd nauwelijks campagne gevoerd over kunst en cultuur.” Ik zit bij een werkgroep van eerstejaarsstudenenten politicologie, die geheel gewijd is aan de aanstaande cultuurbezuinigingen. Al snel komt het tot die grillige, fascinerende en haast onmogelijke vraag: wat is het nut van kunst?

„Kijk, als ik het Rijksmuseum in loop begin ik te tintelen”, zegt een van de jongens. „Maar er zijn tal van onderzoeken naar het nut van kunst gedaan, en die zeggen allemaal dat het niets oplevert. Het is nu crisis. We moeten naar de economie kijken en gewoon bezuinigen.” Iemand anders reageert geërgerd: „Je kan toch niet alles in financiële waarde uitdrukken. Kunst dient ook andere doelen.”

Het is misschien wel de beste kant van de woelige discussie over de cultuurbezuinigingen: er wordt met vuur en ernst nagedacht over het nut van kunst. Het is geen vraag met een helder antwoord als ‘de RMS Titanic, en de kapitein heette Edward John Smith’, maar iets wat zoeken en pogingen vereist. Er wordt gepraat over kunst als de manier om buiten de gebaande paden te denken en zo nieuwe wereldbeelden te tonen, Maria Goos noemt in haar artikel afgelopen zaterdag in de Volkskrant kunst een manier om inlevingsvermogen te ontwikkelen – waarbij de beschaving van een land wordt bepaald door de mate van inlevingsvermogen van haar inwoners. Er wordt gezegd dat kunst troost biedt en dat het bovendien van cruciaal levensbelang is om Carice van Houten in een cadeautjeskostuum te zien – goed, dat laatste heb ik nog niet veel gehoord, maar dat is behoorlijk onterecht. Er wordt over het nut van het experiment gepraat, over het idee dat kunstenaars lui zijn of het beeld dat ze rijk willen worden van het vermaken van een handjevol familie met de kleinschalige voorstelling ‘Het Nat van de Zilverui’.

Bij de werkgroep praten ze verder over de waarde van kunst, de veronderstelde visie op de bezuinigingen en de opvallende aanval op de podiumkunsten: „Rutte zegt ‘snoeien om te groeien’, maar als je de helft van een plant afknipt gaat-ie meestal gewoon dood.” Uiteindelijk zegt de jongen die eerst zo hamerde op het financiële gewin: „Toen we aan deze werkgroep begonnen dacht ik: kunst en cultuurgezeur, daar heb ik echt geen zin in. Maar ik begrijp nu meer waarom de kunstsector zo verontwaardigd is.” De discussie op zich kan al voor meer inlevingsvermogen zorgen.