Genoegen nemen met een bijrol

De wereldbekerwedstrijden in Berlijn leverden geen enkele afstandszege op voor de Nederlandse schaatsers.

De concurrenten uit andere landen overtuigden wel.

Vier jaar geleden begonnen de Nederlandse schaatsers in Berlijn vol elan aan de olympische cyclus naar Vancouver 2010. Vijf afstandszeges, toptijden van kopman Sven Kramer (6.09,76 op de vijf kilometer), Renate Groenewold (4.02,44 op de drie kilometer) en Erben Wennemars (1.08,88 op de 1.000 meter). Dit weekeinde wonnen de Nederlandse schaatsers in het sfeervolle Berliner Sportforum niets.

Nieuw elan richting Sotsji 2014 is vooralsnog ver te zoeken. „In 2012 winnen we niets meer”, stelde de ervaren schaatstrainer Piet Schipper al eind 2008 in deze krant. De kritische opmerkingen van de toenmalige voorzitter van de Nederlandse vereniging van schaatstrainers werden weggehoond. „Wie is die man?”, vroeg Kramer zich af. De schaatser kon zich zijn zelfverzekerde houding veroorloven. Tot en met vorig seizoen stond hij vier jaar lang garant voor Nederlands succes.

Maar nu de Friese alleenheerser kampt met fysieke en mentale problemen en nog niet meedoet aan wedstrijden, blijkt de basis in het grote schaatsland Nederland smal. Vorige week was Bob de Jong (34) de enige winnaar, op de vijf kilometer in Heerenveen. Nu restten in Berlijn slechts troostprijzen in de vorm van negen podiumplaatsen op twaalf afstanden. Zonder één serieuze kans op winst.

„Dit is een geweldig gevoel”, jubelde de Noor Håvard Bøkko zaterdag na zijn afgetekende zege op de 1.500 meter, het koningsnummer. En hij gooide er een spontane buikschuiver over het ijs uit, in de richting van de Noorse fans. De een na beste allrounder ter wereld, na Kramer, had het zwaar nadat begin vorig seizoen zijn coach Peter Mueller was ontslagen. Op zijn tandvlees en met de Amerikaan als privécoach haalde hij olympisch brons op de mijl. In de zomer rustte hij goed uit, liet zijn gehavende linkerschouder genezen en pakte langzaam wat vertrouwde trainingsschema’s op.

Nieuwe impulsen in de Noorse selectie, met de Finse sprintcoach Janne Hanninen als assistent van Jarle Pedersen, leidden tot een snelle 35,89 op de 500 meter bij de Noorse afstandskampioenschappen. Als gevolg van ziekte viel hij vorige week wat tegen in Heerenveen. Maar in Berlijn liet Bøkko op een solide vijf kilometer (derde in 6.19,50) een ijzersterke mijl volgen: 1.45,23. Gisteren leidde hij de Noorse ploeg naar een knappe tweede plaats op de ploegachtervolging, achter Amerika maar vóór Nederland. „Ik heb er alle vertrouwen in dat het een leuk seizoen wordt.”

Bijna een seconde achter de Noor keerde ook Trevor Marsicano terug in de wereldtop met een tweede plaats. De Amerikaanse revelatie van 2009, toen hij wereldkampioen werd op de 1.000 meter, kende door privéproblemen een mislukt olympisch jaar. Vorige week ging hij brutaal de confrontatie aan over het door de Nederlanders Kramer en Mark Tuitert geleide protest tegen de omstreden dr. Bibberregel. „Ik vind het een goede regel en doe niet mee aan het protest.”

In Berlijn bleef Marsicano op de schaatsmijl alle Nederlanders voor. Zijn landgenoot Shani Davis, vorige week nog oppermachtig, leed een zeldzame nederlaag. Maar hij revancheerde zich gisteren direct met zeges op de 1.000 meter en bij zijn comeback in de Amerikaanse achtervolgingsploeg, met Marsicano en uitblinker Jonathan Kuck. „Ik ben uitgeput”, verzuchtte Davis na afloop, wel met twee keer goud om zijn nek.

Ook bij de vrouwen kwam nieuw elan uit de Verenigde Staten en Noorwegen. De pas negentienjarige Ida Njatun verraste vrijdag al met zilver op de 1.500 meter (1.57,99). Met toptienklasseringen op de 1.000 en 3.000 meter toonde ze dit weekeinde ook haar kwaliteiten als allrounder. De Amerikaanse Heather Richardson werd sterk tweede op de 1.000 meter. Haar landgenote Jilleanne Rookard zorgde voor de grootste verrassing door in 4.04,39 de drie kilometer te winnen, een seconde voor Martina Sáblíková. De 27-jarige vriendin van Marsicano onthulde nog maar eens het recept van de Amerikanen, dat nog altijd rendeert: „Keihard werken.”

De Fin Pekka Koskela won in dit postolympische seizoen na lange tijd weer eens een 500 meter. De Duitse Jenny Wolf was net zo oppermachtig op de sprint (twee zeges) als de Canadese Christine Nesbitt op 1.000 en 1.500 meter. Voor Nederland stonden daar maar enkele lichtpuntjes tegenover. Margot Boer is al twee weekenden lang een constante factor op het podium van de 500 en 1.000 meter. Jongeren als Thijsje Oenema (zesde in 38,87) en Hein Ottenspeer (tiende in een persoonlijk record van 35,39) toonden potentie op de 500 meter. De allrounders van de TVM-ploeg vertrekken na drie weken van wedstrijden naar een trainingskamp in Zuid-Afrika, waar ze zich aansluiten bij kopman Kramer. De wereldbeker van volgende week in Hamar slaat de rijkste ploeg ter wereld over.