Dirigent Spanjaard weet wat walsen is

Der Rosenkavalier van Richard Strauss door Opera Zuid/Limburgs Symfonie Orkest o.l.v. Ed Spanjaard. Regie: Anton Nekovar. Gezien: 19/11 Maastricht. Tournee t/m 14/12. Inl.: www.operazuid.nl ****

Voor goede opera kun je ook buiten de Randstad terecht. Sinds Miranda van Kralingen artistiek leider is, verrast Opera Zuid regelmatig met producties die een veilige weg bewandelen, maar wel degelijke kwaliteit bieden.

Met Richard Strauss’ Der Rosenkavalier kiest Opera Zuid opnieuw voor een publieksfavoriet. Maar muzikaal is de keuze dapper. De dragende rollen – de jonge graaf Octavian en zijn liefdeslerares, de Veldmaarschalksvrouw – vereisen krachtige maar subtiele zangeressen. Orkestraal vragen de schmierende walsjes en botte baslijnen voor schuinsmarcheerder Baron Ochs helderheid en scherpte, terwijl de liefdesscènes juist smeken om subtiliteit. Veel staat of valt met dat onderscheid: een dirigent die daar kansen laat liggen, is als een cabaretier met slechte timing.

Ed Spanjaard, die vorige maand al tekende voor een prachtige Walküre bij de Reisopera en zo opeens de keizer van de buitenrandstedelijke opera is geworden, voelt Strauss tot in de finesses aan. Soms mist het Limburgs Symfonie Orkest nog wat van de fijnzinnigheid waartoe Spanjaard wel aanzet. Maar als geheel is dit een Rosenkavalier die sprankelt in de muzikale karakteriseringen. En, cruciaal, Spanjaard weet wat walsen is.

Regisseur Anton Nekovar is een traditionalist zonder drang onder de oppervlakte te peuteren. Een oranjerie doet dienst als overspelig slaapvertrek, de voze herberg is gewoon een voze herberg. Nekovar heeft zijn energie gestoken in de personenregie. Die is opvallend geslaagd, alleen in de slotakte is het karikaturale wat fors aangezet. Vocaal is Martin Blasius als Baron Ochs soms al te ruw gebolsterd, theatraal buit hij de proleterigheid van de baron maximaal uit; een kamenier die een fooi vraagt, wordt met de dikke vinger van meneer speels in de handpalm gekriebeld.

Johanni van Oostrum is als Marschallin roerend in haar premenopauzale melancholie, Kim Savelsbergh overtuigt als naïeve Sophie. Maar de grote troef van deze Rosenkavalier is Karin Strobos, die in de travestierol van Octavian geen moment enige ongemakkelijkheid oproept, integendeel. Strobos kleurt ook vocaal geweldig in muzikale hoogtepunten als het slotduet. Je kunt Miranda van Kralingen er alleen maar om bewonderen; met haar keuze voor jonge Nederlandse zangers neemt ze risico, maar biedt ze ook kansen. En soms dus met groots resultaat.

In mei brengt ook De Nederlandse Opera Der Rosenkavalier, dan o.l.v. Sir Simon Rattle.