Deze bv stond niet op zijn cv

Door Joris Luyendijk (journalist, antropoloog)

Wilmer Heck (researcher)

Thalia Verkade (datajournalist)

De huidige minister van Defensie Hans Hillen (CDA) gaf als Eerste Kamerlid van juni 2008 tot aan de kabinetsformatie betaald advies aan sigarettenfabrikant British American Tobacco (BAT). Dit advieswerk via zijn bv heeft Hillen nooit openbaar gemaakt.

Is dat nieuws? En zo ja, wat is er precies nieuws aan?

Wij denken dat het nieuws is. Ten eerste in juridische zin. Tot hij minister werd, was Hans Hillen Eerste Kamerlid en die zijn sinds maart 2010 verplicht al hun (neven)functies te melden – ook het bestaan van een bv waarvan advieswerk een onderdeel is. Hillen heeft op dat punt dus de wet overtreden.

In een reactie bevestigt de woordvoerder van Hillen dat die „een keer of vier heeft gespard” met BAT, dat hij zich hiervoor heeft laten betalen via zijn bv, en dat Hillen „vergeten” was die bv aan te melden. „Hij was zich er niet bewust van dat hij dat moest melden. Hij ging ervan uit dat het openbaar was, omdat bv’s bij de Kamer van Koophandel staan ingeschreven”, aldus de woordvoerder van de minister.

Daarnaast ligt het adviseren van de fabrikant van onder andere Pall Mall en Lucky Strike ook politiek gevoelig. De afgelopen jaren heeft BAT namelijk via een stichting kleine kroegbazen bijeengebracht en geld gegeven voor rechtszaken tegen het rookverbod. Dit rookverbod was ingesteld door Hillens partijgenoot, de toenmalige CDA-minister van Volksgezondheid Ab Klink. Hillen werd ingehuurd door BAT in juni 2008, een maand voordat het algemene rookverbod in de horeca van kracht werd.

We stuitten op deze betaalde adviesfunctie aan de tabaksindustrie toen we voor de serie Hoe Den Haag Werkt de wordingsgeschiedenis van het rookverbod wilden reconstrueren en – voortbouwend op eerder speurwerk van NRC Handelsblad over de steun van BAT aan de rechtszaken tegen het rookverbod – gingen bellen met politici, ambtenaren, lobbydeskundigen, activisten, insiders en lobbyisten voor en tegen roken.

Op een zeker moment sprak onze researcher Wilmer Heck met lobbyist en woordvoerder Cees Foet van British American Tobacco. Hij vertelde dat Hillen zijn bedrijf van betaald advies voorzag. „Hillen weet precies wat er gebeurt in Nederland en Europa”, legde Foet uit. „Hij zit in allerlei commissies, hij overziet het hele veld. Bovendien is hij oud-journalist, dus hij weet hoe de pers op bepaalde zaken reageert. Bij het bepalen van onze strategie speelt Hans een grote rol.”

Hillen liet zich dus betalen voor adviezen aan een lobby die het beleid van zijn partijgenoot Klink moest tegenwerken. Hoe moet dat worden geduid? Is het niet een vorm van belangenverstrengeling dat een prominent lid van een partij die roken in de horeca aan banden probeert te leggen zich laat betalen voor pr-advies aan de sector die datzelfde anti-rookbeleid zo veel mogelijk probeert tegen te gaan?

Hillen is in ieder geval niet de enige politicus die verbonden is aan de tabaksindustrie. Zo stelde Jan Schipper als prominent CDA’er in 1998 de kandidatenlijst voor de Kamerverkiezingen samen en was hij in het dagelijks leven ook directeur van Philip Morris, de producent van Marlboro. Elco Brinkman, voormalig partijleider van het CDA én voormalig minister van Volksgezondheid, is tegenwoordig vice-voorzitter van werkgeverscentrale VNO/NCW en commissaris bij Philip Morris. Ferry Houterman, voormalig fractievoorzitter van de VVD Amsterdam en politiek adviseur van enkele VVD-ministers, is eveneens commissaris bij Philip Morris. En Willem Jan Roelofs, jarenlang medewerker bij D66 in de Tweede Kamer, is nu mede-aandeelhouder bij lobbykantoor Eppa en staat ook aan het hoofd van de Stichting Sigaretten Industrie (SSI), een belangrijke speler in de rooklobby. Deze stichting laat zich adviseren door oud-NRC-journalist en CDA-lid Ben Pauw, tegenwoordig het hoofd van communicatiebureau Pauw Sanders Zeilstra Van Spaendonck (PSZVS), dat alom wordt gezien als een van de sterkste lobbykantoren in Den Haag.

De tabakslobby heeft zich, met andere woorden, politiek sterk georganiseerd – en dat is volstrekt legaal. Hillens bv had echter wel aangemeld moeten worden en de vraag is nu of en hoezeer hem dat zal worden nagedragen. Hans van den Heuvel, emeritus hoogleraar beleidswetenschappen aan de VU en verbonden aan de onderzoeksgroep Integriteit van Bestuur, beoordeelt de kwestie als volgt: „Ik schrik hiervan. Door zijn bv niet te melden heeft Hillen de wet overtreden. Hij was als politiek adviseur kennelijk betrokken bij zaken die gericht waren tegen zijn eigen CDA-minister. Een lid van de Eerste Kamer is ook een volksvertegenwoordiger. Die dienen in moreel opzicht ál hun nevenfuncties en belangen te vermelden.” Je kan nog zo’n lange lijst met functies publiceren, die moet wel volledig zijn, vindt Van den Heuvel.

Onze vervolgvraag luidt dan ook: zijn er meer Kamerleden die adviesfuncties vervullen via een bv-constructie? Door ons onderzoek leerden we dat het kennelijk wettelijk is toegestaan (en misschien ook heel normaal) om als Kamerlid een bv te hebben voor advies. Je hoeft op die manier niet openbaar te maken aan wie je dat advies verkoopt, en evenmin hoeveel je ervoor krijgt. De bv-constructie maakt de wettelijke meldplicht van Kamerleden omtrent hun nevenfuncties dus niet waterdicht – en zelfs gemakkelijk te omzeilen. Dat is, volgens ons, het werkelijke nieuws. Nieuws dat niet in de categorie ‘moreel verwerpelijk’ of ‘onwettig’ valt, maar in de categorie ‘Hoe Den Haag Werkt’. Klinkt als interessant materiaal voor een follow-up.

Volg het project Hoe Den Haag Werktvia nrcnext.nl/nextfiles