'Crisis dreigt in opsporing'

Er dreigt een crisis in de opsporing. De politie lost te weinig misdrijven op. Het opsporingsbeleid moet effectiever, bij voorbeeld door meer gebruik te maken van financieel-economische opsporingsmethoden en minder van klassieke technieken als het mankracht en geld verslindende aftappen van telefoons.

Die noodkreet komt van de Utrechtse korpschef Stoffel Heijsman, voorzitter van de groep korpschefs die de koers uitzet van het opsporingsbeleid. Volgens Heijsman zijn de geloofwaardigheid en legitimiteit van de politie in het geding.

De korpschef heeft zijn zorg het afgelopen half jaar twee keer uitgesproken in besloten kring. Hij meed de publiciteit, om „geen crisissfeer te creëren”, zegt hij in een toelichting. Maar zijn waarschuwing geldt onverkort, zegt hij.Volgens Heijsman is het „op den duur niet acceptabel” dat minder dan een op de vier geregistreerde misdrijven wordt opgelost. Te meer omdat slachtoffers maar bij een op de drie misdrijven aangifte doen. Bij sommige delicten blijft de pakkans ver achter bij het gemiddelde van tussen de 20 en 25 procent, zoals bij vermogensdelicten en nog sterker bij fraudecriminaliteit. Bijna eenderde van de aangiften die nader onderzoek rechtvaardigen, blijft op de plank liggen, zegt Heijsman. Te veel criminele organisaties kunnen ongestraft hun gang gaan.

Politie, Openbaar Ministerie en ministerie van Veiligheid en Justitie overleggen over een effectievere opsporing. Onder meer wordt gesproken over een kortere tijd tussen aanhouding en bestraffing en minder administratieve rompslomp.

De laatste twee decennia hebben politie en Openbaar Ministerie twee keer eerder een crisis in de opsporing doorstaan. Halverwege de jaren negentig ging het om omstreden opsporingsmethoden en de ethiek van de opsporing, zoals in kaart werd gebracht door de commissie-Van Traa naar aanleiding van de IRT-affaire. Vijf jaar geleden betrof het de kwaliteit van de opsporing, zoals bleek uit het rapport van de commissie-Posthumus naar aanleiding van blunders in de vervolging van verdachten in de Schiedammer Parkmoord. Het Programma Versterking Opsporing en Vervolging dat daaruit voortvloeide, werd in juni afgerond.