Bestuur Inholland moet vertrekken

Doekle Terpstra wordt de nieuwe voorzitter van het college van bestuur van de hogeschool Inholland. De raad van toezicht was aan het begin van de middag in gesprek met de huidige bestuursleden over de beëindiging van hun dienstverband.

Terpstra is nu nog voorzitter van de HBO-raad, de koepelorganisatie van het Nederlandse hoger beroepsonderwijs. Die functie legt hij per direct neer. Hij gaat voor maximaal een jaar aan de slag bij Inholland om er schoon schip te maken. De hogeschool is in opspraak geraakt vanwege mogelijk gesjoemel met diploma’s en financiële onregelmatigheden.

Terpstra is voorlopig het enige lid van het college van bestuur van de school. Hij gaat ook het functioneren van de raad van toezicht van Inholland tegen het licht houden. Een extern bureau gaat een profielschets opstellen van het nieuw te vormen college en de raad. „Dat daar nieuwe mensen komen te zitten, ligt uiteraard in de lijn der verwachting”, zegt een woordvoerder van de HBO-raad.

Met de aanstelling van Terpstra en het verdwijnen van de huidige leden van het college van bestuur bereikt de crisis rondom Inholland zijn voorlopige hoogtepunt. De storm rond de school stak op in juli van dit jaar. De Volkskrant berichtte toen dat studenten van de opleiding media en entertainment management (MEM) op de Haarlemse vestiging van Inholland hun diploma konden halen zonder dat daarvoor noemenswaardige prestaties werden geleverd.

Inholland vroeg een commissie onder voorzitterschap van Gerd Leers, toen nog geen minister, om de zaak te onderzoeken. Leers rapporteerde in september dat er bij MEM „onregelmatigheden” hadden plaatsgevonden. Er was bij de opleiding sprake van een „fraudegevoelige situatie”. Bewijzen van daadwerkelijke fraude kon Leers niet vinden.

Geert Dales, de toenmalige voorzitter van het college van bestuur van Inholland, liet weten dat hij deze laatste conclusie beschouwde als „vrijspraak”. Die opmerking leidde tot irritatie in de Tweede Kamer en bij Onderwijsminister Van Bijsterveldt (CDA).

Binnen de leiding van de hogeschool was inmiddels een onwerkbare situatie ontstaan. Dales’ wijze van besturen botste met de bestuursstijl van Snippe en Labruyère, de twee andere leden van het college van bestuur. Zij zaten al in het college toen Dales in 2007 aantrad.

De raad van toezicht koos in het conflict partij voor Snippe en Labruyère. „In goed overleg” besloten Dales en Inholland afscheid van elkaar te nemen. Over Dales’ vertrekregeling ontstond ophef toen duidelijk werd dat hij tot 1 januari 2011 op de loonslijst bleef staan en daarnaast ongeveer 180.000 euro aan ontslagvergoeding ontving.

De crisis bij Inholland verdiepte zich toen in oktober bekend werd dat de Onderwijsinspectie een vooronderzoek deed naar mogelijke financiële onregelmatigheden. Vorige week werd duidelijk dat deze inventarisatie voldoende aanknopingspunten had opgeleverd om een officieel onderzoek te starten. De inspectie zal in juni 2011 rapporteren over onder meer aanbestedingen bij externe partijen en exorbitante onkostendeclaraties van leden van het college van bestuur.

De woordvoerder van de HBO-raad laten weten dat de beloning van Terpstra sober zal zijn. „Hij gaat 150.000 euro per jaar verdienen, hetzelfde als nu. Hij krijgt geen bonussen of vertrekregelingen. Ook krijgt hij geen auto van de zaak, al dan niet met chauffeur en ingebouwde tv.”