Besmetting is grootste angst in eurozone

Eurolanden dachten dat zij elkaar nooit geld hoefden te lenen. Maar na Griekenland komt Ierland. Het wachten is nu op Portugal. De euro moet worden gered.

A protestor stands outside the front gates of the Irish Prime Minister's office in Dublin, Ireland, on November 22, 2010. Anger mounted in Ireland Monday after Prime Minister Brian Cowen confirmed the European Union had agreed to his request for a multi-billion-euro bailout. AFP PHOTO/Peter Muhly AFP

De ministers van Financiën van de eurozone belden elkaar gisteravond rond zessen. Daarna overlegden alle 27 EU-ministers. Zelfs binnen de G7 werd een conference call gehouden. Rond tien uur lag er een gemeenschappelijke verklaring van alle Europese betrokkenen.

De snelheid en soepelheid waarmee Ierland gisteren ongeveer 90 miljard euro aan leningen kreeg toegezegd, was voorbeeldig vergeleken met de totale chaos rond de Griekse bail-out in april van dit jaar. Het grote verschil was natuurlijk dat er voor de Grieken geen Europees vangnet klaar hing. Dat is er nu wel. Dus hoefde er ditmaal niet getreuzeld of gekibbeld te worden – de enige treuzelaars waren de Ieren zelf. Maar slaakt één van de betrokkenen nu een zucht van verlichting? Nee, niet bepaald. Iedereen kijkt nu al naar Portugal. En verder.

Men zegt weleens dat de Europese integratie maar één motor heeft: crisis. Europese regeringen willen zoveel mogelijk nationaal blijven doen, tenzij rampspoed hen dwingt tot meer stelselmatige samenwerking. Voor de euro lijkt die stelling accurater dan ooit. De Griekse schuldencrisis ‘versplinterde’ deze illusie.

Om de munt te redden leenden eurolanden, IMF en de Europese Commissie Athene 110 miljard euro. Daarna, in mei, zetten ze een fonds op met 750 miljard euro aan garanties voor leningen. Deze European Financial Stability Facility (EFSF) zou tijdelijk zijn: tot 2013. „Ik ga ervan uit dat we deze leningen niet hoeven aan te spreken”, zei de beheerder, Klaus Regling, in september tegen deze krant. „Er gaat een preventieve werking van uit.”

Gisteren bleek dat ook dit een illusie is geweest: het EFSF vormde even een soort dam in een rivier, maar het water loopt er al aan alle kanten overheen. Dat dit Iers water is, maakt het extra penibel. Maandenlang geloofden Europese politici dat juist Ierland niet bij het EFSF zou aankloppen. Portugal en Spanje, misschien. Maar Ierland? Dat had het kapitalisme ongeveer uitgevonden. Dublin wist als geen ander hoe markten functioneren.

„De Ieren zíjn eigenlijk de markten”, zei een Europees functionaris onlangs nog. Het bewijs daarvan leverden de Ieren toch zelf? Anders dan de Grieken, die pas onder Europese druk pijnlijke bezuinigingen doorvoerden, sneden de Ieren zichzelf vorig jaar al voortvarend in eigen vlees. Die drastische aanpak dwong in heel Europa bewondering af. Maar zelfs dat mocht niet baten.

„Als we het goede antwoord geven op het Ierse probleem, is de kans groot dat er geen besmettingsgevaar is”, zei de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble gisteren. Let op het woord ‘besmetting: dit is nu dé grote angst in de eurozone. Als de Ierse schuldencrisis iets aantoont, is het dat de Europese economie geen grenzen meer kent. Alles is met alles verbonden. Maar de politiek is grotendeels nationaal gebleven.

De eerste les kregen de ministers toen ze beseften dat ‘hun’ banken en pensioenfondsen failliet gingen als ze Griekenland niet hielpen. Dankzij Ierland zitten vooral Britse, Duitse en Scandinavische beleggers in de gevarenzone. Nationale economische politiek schiet hier gewoon tekort. Griekenland gaf te veel uit en herschreef statistieken. In Ierland trekken banken de economie de afgrond in. In Portugal is de economie niet competitief meer. In Spanje is de huizenmarkt ingestort. Maar het punt is: de grootste investeerders van enorme, leegstaande woonwijken in Spanje zitten wel in Duitsland en Nederland.

De Ierse ‘les’ is dat deze wederzijdse vervlechting zo enorm is, dat de economie niet meer te beschermen valt met tijdelijke reddingsfondsen vol bilaterale leninkjes. Alleen echte Europese solidariteit voldoet. Daarom werken Duitse en Franse politici aan een permanent crisismechanisme dat het EFSF moet gaan vervangen. België en Luxemburg werken aan een voorstel voor euro-obligaties.

Zes maanden geleden waren dit voor deze landen grote taboes, omdat ze één ding betekenen: overdracht van nationale bevoegdheden naar Europa. Een diplomaat in Brussel zei vanmorgen dat „de spanning tussen het werkelijke en het wettelijke land zo toeneemt”, dat het hun nu begint te dagen dat ze echt moeten kiezen: de euro redden, of ook deze heilige huisjes omkinkelen. Politici houden er niet van de poten onder hun eigen stoel weg te zagen. „Maar wie nu nog de euro wil redden, zal ver moeten gaan”, sprak dezelfde diplomaat in Brussel vanmorgen.