Beoordeel de leraren niet op hun prestaties

Het kabinet wil leraren belonen voor prestaties. Maar dat kan tot fraude leiden.

Geef leraren liever een bonus als het hen lukt een maand aanwezig te zijn.

Het ministerie van Onderwijs zit met een groot probleem. Hoe vorm te geven aan prestatiebeloning in het onderwijs? Vanuit de wetenschap en het onderwijs klinkt veel kritiek op het concept. Toch zou het in een andere vorm zeker kunnen slagen.

Het is jammer dat dit kabinet gekozen heeft voor de term ‘prestatiebeloning’. Vorig jaar publiceerde de Amerikaanse onderzoeker Roland Fryer een onderzoek naar beloningen in het onderwijs. Zijn conclusie: het belonen van onderwijsuitkomsten is niet effectief. Wie een geldelijke beloning koppelt aan bijvoorbeeld goede prestaties van een klas krijgt al gauw te maken met frauduleuze praktijken, zoals omschreven in het boek Freakonomics – leraren vervalsen toetsen om een hoger salaris binnen te slepen.

Dat een beloning voor een prestatie niets oplevert lijkt merkwaardig. Doen mensen niet beter hun best om het doel te behalen? Jawel, maar welk gedrag leidt nu precies tot hogere leerrendementen? Dat is voor veel leraren onduidelijk. En soms is dat wel bekend, maar voelen leerkrachten zich niet geroepen om het ook uit te voeren. Fryer ontdekte dat het belonen van meetbare inspanningen wél leidde tot leerwinst. In dit geval beloonde hij de inspanningen van leerlingen, maar het laat zich even gemakkelijk vertalen naar lerarengedrag. Hier volgen een aantal suggesties voor het ministerie:

De schoolleiding zou bonussen kunnen geven voor aanwezigheid. Absentie is op scholen een drama. De bekende leraar is weg, een onbekende stapt naar binnen. Zelden hebben deze inval-lessen een behoorlijke opbrengst, en lesuitval heeft dat natuurlijk al helemaal niet. Beloon leraren wanneer ze een maand zonder afwezigheid op school zijn geweest, met bijvoorbeeld 200 euro. Daardoor zullen ze minder snel thuisblijven met een hoofdpijntje of buikpijntje.

Scholen kunnen bijlessen vergoeden. In elke klas zitten wel leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben die niet binnen de les kan worden gegeven. Het geven van bijles in de naschoolse uren valt niet onder de lerarentaak. Daarom doen veel leraren het niet. Als leraren 30 euro per uur zouden krijgen voor het geven van extra ondersteuning zou dit middel veel vaker worden ingezet, ten gunste van de zwakkere leerling.

Het draaien van een effectieve les kan worden beloond. Effectieve lessen laten zich gemakkelijk meten. Met een stopwatch kan worden gemeten hoeveel minuten van de les verloren gaan door ordeproblemen. Wie minder dan vijf minuten verloren laat gaan, zou dan kunnen rekenen op een salarisverhoging van 3 procent. Het creëren van meer orde wordt dan een interessantere zaak. Nu verschuilen te veel leraren zich nog achter de eigen verantwoordelijkheid van de leerlingen.

De bedoeling van de prestatiebeloningen is om goede leraren te belonen en waarschijnlijk om effectievere scholen te creëren. Met bovengenoemde ingrepen kan dit en worden de goede leraren beloond voor gedrag dat toch al bij de dagelijkse praktijk hoorde.

René Kneyber (1978) is leraar en auteur van ‘Orde houden in het vmbo’.

René Kneyber maakte ook instructiefilmpjes over orde houden: handelingsbrutaal.nl