28:19

Een flinke bries, grenzeloos uitzicht en een verfrissend gesprek met een christenfundamentalist kan de boel aardig op z’n plek zetten. Plaats van handeling is Mongolië. Aanleiding is een film in de maak over missiewerkers en zendelingen die door het Opperwezen naar de steppe zijn geroepen.

Aan het woord is Andrew, een Wedergeboren Christen uit Arizona die net zo gemakkelijk met Gert Weelders dweept als met Mattheus 28:19 – waarin Jezus zijn discipelen aanspoort om henen te gaan en de wereld het Blijde Nieuws te brengen. Andrews leven ís die Bijbel-passage, sinds hij de volle teugen van de zonde heeft laten staan in de krochten van zijn alcoholisch verleden. Niet dat hij geen zondaar meer is – dat zijn we immers allemaal, zo heeft Andrew geleerd – maar hij is in Mongolië om te doen wat hem in eigen land niet is gelukt: goed doen omwille van de Tijding.

Andrew blijkt een man van verrassingen. Hij kent niet alleen Gert van de PieVieVie, hij blijkt ook al eerder in de zoeker van een Nederlandse filmploeg gewandeld. Dat was toen God hem in contact bracht met het Nederlandse tv-programma Peking Express. Daarin moesten stellen voor een appel en een ei naar door je-weet-wel-wie verlaten bestemmingen liften. Geen wonder dat ze huilend aanspoelden in de Gobi-woestijn; er was daar geen hond die ze mee wilde nemen.

Waarom niet, dat staat Andrew levendig voor de geest. Werden de twee niet constant gevolgd door een filmploeg van weldoorvoede kaaskoppen? Alsof die niet zouden kunnen helpen! Geen Mongool die het verhaal wilde geloven; welke idioot liet zich nou filmen in een vreemd land zonder geld op zak? Dit kán niet anders dan een leugen zijn.

En dus hadden de exhibitionistische slachtoffertjes het nakijken. Dikke bult, zou je zeggen. Maar dan kenden we Andrew nog niet, geroepen naar de Gobi als hoeder van zijn eigenhandig geplante kerk. De hand over zijn christenhart bracht de huilende Hollanders veilig de woestijn over.

Waar polder-amusement door reality werd ingehaald, kwam God aangewandeld. Je zou er haast in geloven.

Floris-Jan van Luyn