Vervloekt Haïti ontsnapte steeds aan choleraramp

Arm Haïti, het ‘vervloekte’ land dat een pact met de duivel zou hebben gesloten voor haar onafhankelijkheid van Frankrijk in 1804, leek één plaag bespaard gebleven. Terwijl de cholera omringende eilanden en de continenten door de geschiedenis heen heeft geteisterd, was Haïti – tot vorige maand – mogelijk aan de ziekte ontkomen.

Zeven cholerapandemieën met miljoenen doden zijn er sinds 1816 gedocumenteerd. Maar bewijs voor cholera in Haïti in de laatste twee eeuwen vond emeritus hoogleraar John Hayes uit Chicago, auteur van The Burdens of Disease (2003) niet. „Ik vraag me af hoe goed de Haïtiaanse archieven zijn die het al die tijd overleefd hebben”, mailt Hayes.

Collega Kenneth Kiple uit Bowling Green in Ohio, ook emeritus en auteur van The Cambridge World History of Human Diseases (1993), is een autoriteit op het gebied van de Caraïbische geschiedenis en historische ziekten. „Toen de cholera rond 1830 zijn intrede in de Caraïben deed, was Haïti nog erg afgesloten van de wereld”, vertelt Kiple telefonisch. „Het land was dunbevolkt en de mensen woonden verspreid. Het lijkt me sterk dat de cholera aan Haïti voorbij is gegaan, maar ik heb geen bewijs.”

Hoogleraar Deborah Jenson uit North-Carolina zocht sporen in krantenarchieven, maar vond ze ook niet. „Soms waren er wel geruchten , maar die werden later weer tegengesproken door zeelui die er waren geweest”, zegt Jenson aan de lijn. Zo citeerde de Daily Atlas uit Massachusetts in 1851 een zekere kapitein Moyer die in Cap-Haïtien was geweest. Moyer zei dat de haven „gezond” was – in tegenstelling tot de valse berichten.

Op het andere deel van het eiland Hispaniola, de Dominicaanse Republiek, heeft de ziekte wél toegeslagen. De Boston Daily Advertiser schatte in 1868 dat in Santo Domingo per dag twintig doden vielen. Ook het eiland Sint-Thomas was getroffen. De regering in Haïti liet daarop alle schepen uit die regio die in de haven van Port-au-Prince aanlegden isoleren.

De Haïtiaanse historicus Thomas Madiou (1814-1884) peinsde : „Het moet worden opgemerkt dat cholera Haïti nooit heeft aangedaan, zelfs niet toen het huishield rondom ons eiland, in Sint-Thomas, Puerto Rico, Jamaica en Cuba, net als in de Kleine en de Grote Antillen. Zou het komen door bepaalde stoffen die onze grond afscheidt waarin choleragiffen niet overleven, of door een gesteldheid van de atmosfeer?”

De Britse diplomaat Spenser St. John, die Haïti in zijn geruchtmakende memoires beschreef als een barbaars oord, noteerde in 1886: „Al is Port-au-Prince de meest walgelijke stad die ik ooit heb gezien, de cholera is er nog nooit geweest.”

Het relatieve isolement, weinig inwoners, quarantainemaatregelen én gebrekkige archivering: het kunnen allemaal oorzaken zijn voor het gebrek aan bewijs. Hoogleraar Jenson vermoedt daarbij dat een dieet van azijn en pepers veel Haïtianen heeft gered van kwalijke bacteriën. Tragisch genoeg zit er ook een keerzijde aan het geluk van Haïti. Van de huidige generatie, voor wie de cholera zeker een nieuwe ziekte is, is niemand resistent. Het dodental na vier weken was gisteravond bijna 1.200. En de piek moet nog komen.