Verdwalen in een wirwar van apps

De markt voor mobiele software, ofwel apps, groeit razendsnel. Ook Nederlandse bedrijven profiteren van de hausse, tot in Silicon Valley aan toe.

Zijn glimlach is door de telefoon heen te horen. Raimo van der Klein, een van de oprichters van de Nederlandse softwaremaker Layar, mag sinds deze week vertellen dat zijn jonge bedrijf er een grote investeerder bij heeft. De Amerikaanse chipfabrikant Intel stopt 10 miljoen euro in de producent van mobiele applicaties voor wat wordt genoemd augmented reality. De Amsterdammers openen een vestiging in Silicon Valley, om de hoek bij Apple en Google.

Augmented reality (‘toegevoegde realiteit’) is een virtuele uitbreiding van de werkelijkheid, gezien door de camera en getoond op het scherm van een smartphone. Richt de telefoon op een toeristische attractie en het apparaat geeft extra informatie in tekst en beeld. Nooit meer staren naar vage bordjes op de gevel.

De technologie is leuk voor rondleidingen en spelletjes, maar ook voor advertenties. „Dit is een heel nieuwe mediavorm”, zegt Van der Klein. Een vestiging in de VS is noodzakelijk: „Daar zitten alle grote merken, adverteerders en telecombedrijven.”

De Layar-oprichter beaamt dat zijn bedrijf meelift op de hype. De markt voor smartphones barst uit zijn voegen. In het afgelopen kwartaal werden 80 miljoen iPhones, Android-toestellen en andere luxe telefoons verkocht. Dat is twee keer zoveel als in het jaar daarvoor. Wereldwijd is één op de vijf toestellen een smartphone; in Nederland, waar toestellen ‘gratis’ worden weggegeven bij een abonnement, is het al de helft. Android (van Google) lijkt het snelst te groeien, omdat dat systeem op telefoons werkt van verschillende fabrikanten.

In het kielzog van al die telefoons groeit de markt voor software. Elke telefoonfabrikant biedt apps of applicaties aan via een eigen digitale winkel. Apple was de eerste. Diens App Store telt meer dan 300.000 programmaatjes om te downloaden. Android Market is een goede tweede met zo’n 140.000 apps.

Ontwikkelaars storten zich op de mobiele markt omdat consumenten sneller dan op websites bereid zijn te betalen voor software op hun telefoon. Remco van den Elzen van het Utrechtse bedrijf Distimo onderzoekt apps. „De aankoop op een mobieltje is extreem laagdrempelig, zeker bij Apple. Vaak is één klik genoeg, want ze hebben je creditcardnummer toch al. Driekwart van de apps in de App Store is betaald.” De prijs ligt rond de vier dollar.

Distimo houdt van alle softwarewinkels exact bij wat wordt verkocht. De reportages gaan naar telecombedrijven en de softwarebouwers zelf. Van den Elzen begon zelf als app-ontwikkelaar maar koos toch voor een eigen bedrijf. Dat groeide in twee jaar tijd uit van twee naar naar twintig mensen. „Het gaat hard, want er is veel behoefte aan overzicht.”

Van den Elzen ziet dagelijks wat scoort op mobieltjes. Muziekapplicaties zijn populair, zoals Pandora in de VS en Spotify in Europa. Of innovatieve software om nieuws te bekijken, zoals Flipboard voor de iPad. Het spelletje Angry Birds scoort ook goed. Deze game waarin boze vogeltjes worden gekatapulteerd, heeft een cultstatus. Afgelopen maand is Chillingo, uitgever van Angry Birds, voor 20 miljoen dollar (15 miljoen euro) gekocht door het grote gamebedrijf EA.

Op een gemiddelde consument komt de wirwar aan mobiele software chaotisch over, zeker in vergelijking met de overzichtelijke pc-wereld waar Windows dominant is. Bij mobieltjes daarentegen is Microsoft een bescheiden speler maar de markt is nog jong. Er zijn zes serieuze partijen die elkaar beconcurreren op de smartphone, elk met hun eigen winkel. Ook telecombedrijven doen mee. Van den Elzen: „Het Amerikaanse Verizon bouwt een app-winkel maar die software werkt alleen maar op hun netwerk.”

Dat zogenoemde lock in-model is een hinderlijke eigenschap van de mobiele markt. Iemand die Angry Birds voor de iPhone heeft gekocht, moet het spelletje opnieuw kopen als ie overstapt op een toestel van Nokia. Apple heeft er nooit een geheim van gemaakt dat de App Store er niet is om winst te maken maar om meer iPhones te verkopen.

Apple controleert alle nieuwe software nauwkeurig op virussen en kwetsende inhoud. Ontwikkelaars moeten een paar weken op goedkeuring wachten. Android Market controleert achteraf, met als gevolg dat daar nog wel eens kwaadwillende software kan opduiken.

Apple is ook streng als het gaat om concurrerende platforms. Video’s die gebruikmaken van de op internet alomtegenwoordige Flash-techniek werken niet op een iPad of iPhone. Daarnaast verbood Apple dat ontwikkelaars software van Adobe gebruiken voor de vervaardiging van iPhone-apps. Dat besluit is, na dreiging van mededingingsinstanties, teruggedraaid.

Adobe introduceert nu een methode waarmee softwarebouwers in één keer media kunnen publiceren die op verschillende mobiele platforms werkt, ook op tablet computers als de iPad. Addertje onder het gras bij deze Digital Publishing Suite: Adobe vraagt een paar cent per gedownloade applicatie. Zo moet je als softwarebouwer geld afdragen aan de softwarewinkel (30 procent in de meeste gevallen) én aan Adobe.

Maar het resultaat mag er zijn, zegt ontwerper Dan Marcolina. De Amerikaan werd door Adobe ingehuurd om een gratis iPad-app te maken die de mogelijkheden van het nieuwe Adobe-product toont. Op een recent congres in Amsterdam bezong Marcolina zijn liefde voor de iPad. „Dit is het magische apparaat waarvan ik als jongetje al droomde. De combinatie van tekst en bewegend beeld in tastbare, draagbare vorm biedt de meest complete media-ervaring.”

Marcolina begrijpt waarom uitgevers in de rij staan om applicaties te ontwikkelen voor iPad en andere tablet-pc’s. Bijna alle Nederlandse uitgevers, ook NRC Media, werken aan zulke software: eindelijk een digitaal platform waarbij betalen de norm is. Marcolina deelt hun optimisme. „Voor een technologieblad als Wired pakt het goed uit. Ze hebben zelfs nieuwe adverteerders getrokken met hun digitale editie. Er is alleen één nadeel. De digitale versie is 500 MB om te downloaden, extreem veel in vergelijking met andere apps. Aan de andere kant: dat is even veel data als een speelfilm van anderhalf uur. En aan een goed interactief tijdschrift heb je minstens zo lang plezier.”