Verboden te roken

Sinatra, Frank Pers: Frank Sinatra Ref: XSI014KC Photo Credit: [ The Kobal Collection ] Editorial use only related to cinema, television and personalities. Not for cover use, advertising or fictional works without specific prior agreement The Picture Desk

Een pakje sigaretten kost in New York op het ogenblik $ 12.25. Op de verpakking staan allerlei wetenswaardigheden die je in Nederland ook kunt lezen. Dat roken dodelijk is, slecht voor zwangere vrouwen en hun aanstaande kind, dat je huid erdoor veroudert, nog meer mededelingen die je op het rechte pad van de niet-roker moeten houden. Ik waardeer de goede bedoelingen van de overheid. Maar helpen al die onheilsdreigingen? Ik heb nog nooit een roker gesproken die daardoor van zijn slechte gewoonte is genezen. Stel dat je een pakje per dag rookt. Dan lees je die teksten 365 maal per jaar. Daar raak je aan gewend, je gelooft het wel. Je hebt tegenwoordig een ander probleem. Waar zal je je sigaret opsteken?

In de westerse wereld wordt dat steeds moeilijker. Zelfs in Griekenland waar de kampioen-rokers van Europa wonen, worden onder druk van de Europese Unie steeds meer beperkingen van kracht. Gelukkig is het daar heel lang lekker weer, overal kun je er buiten zitten, eten, drinken en natuurlijk ook roken. Geen Griek die zich ermee zal bemoeien. In Parijs weet ik een paar cafés met terrasverwarming waar de roker welkom is. In Nederland is die voorziening nog verboden, voorzover ik weet, maar het kan zijn dat het gedoogkabinet er een einde aan heeft gemaakt. In de ‘kleine kroegen’ mag het ook weer.

Heel anders is het in New York. Eerst kwamen er in restaurants en cafés smoking sections. Die werden opgeheven. Je mocht alleen nog op de terrassen een beetje paffen, waarbij je het ostentatief gekuch en ‘pff pff’ van de medegasten moest trotseren. Ze waaiden met een hand voor hun neus om de stank te vermijden. De rookterrassen werden kleiner en nu zijn ze helemaal verdwenen. Ik weet een aardig terrasje, het hoort bij het restaurant East of 8th waar je rustig een sigaret kon opsteken. Er hangt nu een bord met doodsbedreigingen. Vijf meter verder raast het verkeer in vier rijen voorbij. Dat stinkt ook, misschien brengt het meer schade aan de dampkring toe dan wat wij rokers daar aanrichten. Maar dat is van een andere orde.

De Amerikaanse overheid is nu tot de conclusie gekomen dat die teksten op de pakjes niet helpen. Eenvijfde van de volwassen Amerikanen is nog aan de sigaret en ook een groot percentage van de pubers rookt. Bij elkaar vijftig miljoen mensen. Er staan nu krasser maatregelen op het programma. Als de wet wordt aangenomen, moeten de fabrikanten plaatjes op de pakjes afdrukken. Het gezicht van een zieltogende man, stervend aan een hartaanval. De mond van iemand die een kankergezwel aan zijn lip heeft en bovendien een bruingerookt gebit. De voeten van een lijk met een naamkaartje aan de grote teen. Een moeder die rook in het gezicht van haar baby blaast. Ik spot er niet mee. Nooit zal ik een niet-roker proberen over te halen er een op te steken.

Maar waar komt de behoefte aan tabaksrook vandaan? Naar aanleiding van de nieuwe maatregelen in voorbereiding had The New York Times zondag een column van Bob Greene waarin hij dierbare herinneringen ophaalt aan de tijd dat roken nog heel gewoon was. Frank Sinatra die een brandende sigaret vasthoudt terwijl hij zijn I get no kick from champagne zingt, en dan natuurlijk: But I get a kick out of you. Waarna hij eens flink inhaleert. De reclame van Camel: More doctors smoke Camel than any other cigaret. En toen het langzamerhand begon door te dringen dat het slecht is, kwam de tekst: I’ll walk a mile for a Camel filter.

Ooit heb ik Jean-Paul Sartre geïnterviewd. Voor ik een vraag had kunnen stellen, werd me een sigaret gepresenteerd, een Boyards, toen de dikste ter wereld. Ook al lang geleden door de Franse overheid uit de handel genomen. Later had hij het plan een film te maken, maar het ging niet door want hij was bijna blind geworden. Toen werd hij geïnterviewd door een journalist van Newsweek. ‘Meneer Sartre’, vroeg die, ‘u had geweldige plannen maar nu bent u ernstig ziek. Waarom leeft u nog?’ Het is wel een krasse vraag, maar aan een filosoof mag je die wel stellen. ‘Meneer’, zei Sartre, ‘om verder te leven en te roken.’

Nogmaals: begin er nooit aan, en hebt u zich verslingerd, probeer ermee op te houden. Maar toch verklaar ik nog één keer het geheim van wat de niet-rokers onze verslaving noemen. Tabaksrook bevestigt ons in ons bestaan. We zijn er in een hogere concentratie. Moeten we iets moeilijks doen, hebben we weer eens extra plezier in ons leven, dan kunnen we dat bevestigen door er een op te steken. Ik heb eens een film gezien, waarin iemand die ter dood is veroordeeld, wordt gevraagd of hij nog een laatste wens heeft. Hij zegt: een sigaret.